Bij verkiezingen voor de Tweede Kamer gaan mannen en vrouwen ongeveer even vaak stemmen. Maar bij de gemeenteraadsverkiezingen zien we nog steeds verschillen. Dat heeft te maken met hoe belangrijk een verkiezing wordt gevonden. Gemeenteraadsverkiezingen zijn verkiezingen van de ‘tweede orde’: er is minder aandacht voor, minder spanning en sensatie. En ze hebben een lagere opkomst. Opkomstverschillen zijn groter bij een lagere opkomst: juist als niemand kijkt, worden eeuwenoude stereotypes zichtbaar.
Opkomstverschillen man/vrouw spiegel van onze stereotypes
De genderkloof bij de opkomst van verkiezingen is vooral een spiegel van bredere opvattingen over rolpatronen en stereotypes.
Die verschillen in opkomst hebben alles te maken met hoeveel interesse iemand heeft in de politiek. En die verschillen in politieke interesse, al op zeer jonge leeftijd zichtbaar tussen jongens en meisjes, zijn terug te voeren op onze eigen opvattingen over de gelijkheid van mannen en vrouwen. Oké, maar dat klinkt nog een beetje abstract. Hoe onderzoeken we dit? Hoe kunnen politicologen culturele gender(on)gelijkheid in een land meten? Dat is nog helemaal niet makkelijk.
We weten uit onderzoek dat het afnemen van enquêtes lastig is als het om onze eigen opvattingen over gelijkheid gaat, omdat mensen antwoorden geven waarvan we denken dat de ander die wil horen (de zogenaamde social desirability bias). En of de interviewer zelf man of vrouw is doet er dan ook toe. Naast de druk om sociaal-wenselijke antwoorden te geven is het lastig om zulke onbewuste denkpatronen bij jezelf te erkennen en bloot te leggen. Hoe ‘gender-gelijk’ zijn we zelf? Onderzoekers concludeerden dan ook dat het eigenlijk onmogelijk is om ideeën over genderongelijkheid via enquêtes in kaart te brengen.
Waar stereotypes sterker zijn, blijven vrouwen ook vaker weg van de stembus
Nou, laat dat maar aan onderzoekers over om tóch een creatieve oplossing te vinden. Dit is mijn favoriet: de wiskunde-scores van meisjes. Wat zien we: in landen waar meisjes het relatief slechter doen dan jongens op wiskundetoetsen is de ‘genderkloof’ (het verschil tussen mannen en vrouwen) in politieke interesse groter. Dat lijkt misschien vergezocht, maar het verband is sterk en het mechanisme helder. Waar stereotypes sterker zijn, of te wel, waar wordt gedacht dat wiskunde toch vooral voor jongens is, daar blijven vrouwen ook vaker weg van de stembus.
Zolang hardnekkige stereotypes blijven bestaan dat wiskunde, en net zo goed politiek, macht, besluitvorming, toch vooral voor mannen zijn, zullen verschillen in betrokkenheid bij de politiek blijven terugkeren. Zeker bij verkiezingen die als minder belangrijk worden gezien. Met andere woorden: de genderkloof bij de opkomst van verkiezingen is vooral een spiegel van bredere opvattingen over rolpatronen en stereotypes.
Meer vrouwen in de politiek is een deel van de oplossing. Want ja, meer vrouwen in de politiek verkleint de genderkloof in politieke interesse. Vooral als jonge meiden dat zien in hun politieke vormingsjaren, zo tussen hun achttiende en eenentwintigste. Maar meer vrouwen in de politiek werkt dus niet onmiddellijk. Het werkt via die zogenaamde politieke socialisatie: meiden die opgroeien in een context waarin vrouwen zichtbaar aan de macht zijn, ontwikkelen eerder politieke interesse.
Dat is relevant voor lokaal bestuur. Gemeenteraden staan dichtbij inwoners. Als daar nog steeds twee derde van de stoelen door mannen wordt bezet, zenden we naar alle jonge meiden impliciet een duidelijk signaal uit. Ook daar kunnen we op 18 maart verandering in brengen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.