Aantal vluchtelingen door kiezers vaker overschat dan onderschat
Immigratie en asiel blijft urgent onderwerp voor kiezers.
Maar weinig kiezers zijn heel goed op de hoogte van de aantallen asielvragen. Per saldo worden ze eerder overschat dan onderschat. Verschillende experimenten tonen dat de politieke voorkeur van kiezers veel invloed heeft op (vermeende) kennis en opvattingen over immigratie en asiel, of omgekeerd: dat wat men denkt of weet dat waar is bijdraagt aan politieke voorkeur.
Immigratie & asiel blijft urgent onderwerp voor kiezers
Als we kiezers vragen waar de politiek met voorrang aandacht aan moet besteden, is dat naast wonen (40%) nog steeds immigratie & asiel (31%). Er is veel draagvlak voor de strenge asielmaatregelen die de Tweede Kamer onlangs aannam, ook staan kiezers in ruime meerderheid achter het EU-migratiepact dat in juni ingaat. Toch willen nog steeds zes op de tien Nederlanders dat het kabinet-Jetten meer doet om immigratie naar Nederland te beperken en twee derde vindt dat het asielbeleid strenger moet. Het vertouwen dat het het kabinet gaat lukken om de vluchtelingenproblematiek effectief aan te pakken is gedaald van 47 procent in mei 2024 (bij het aantreden van het kabinet Schoof) naar 15 procent.
Verschillende experimenten tonen dat de politieke voorkeur van kiezers veel invloed heeft op (vermeende) kennis en opvattingen over immigratie en asiel, of omgekeerd: dat wat men denkt of weet dat waar is bijdraagt aan politieke voorkeur.
Linkse kiezers onderschatten asielmigratie, rechtse kiezers overschatten die juist
Om de kennis van kiezers te meten legden we een ‘onjuiste’ en ‘juiste’ stelling voor met betrekking tot de Nederlandse asielpraktijk. Maar weinig kiezers zijn heel goed op de hoogte van de aantallen asielvragen. Per saldo worden ze eerder overschat dan onderschat. Zo denkt 43 procent dat ‘Nederland, rekening houdend met inwonerstallen, veel meer vluchtelingen opvangt dan de meeste Europese landen’. Dit is niet het geval. Het aantal asielaanvragen per 1.000 inwoners ligt in Nederland iets onder het Europees gemiddelde (EU 1,5, Nederland 1,3). Bijna vier op tien (37%) weten (of denken) dat dit niet zo is.
We zien dat (vermeende) kennis sterk gekleurd is door politieke voorkeur (of andersom: dat wat men denkt te weten of gelooft de politieke voorkeur beïnvloedt). Rechtse kiezers denken ten onrechte dat Nederland meer vluchtelingen opvangt dan gemiddeld, linkse kiezers weten of denken vaker dat dat niet zo is.
Figuur 1: Bewering: “Nederland vangt, rekening houdend met inwonersaantallen, veel meer vluchtelingen op dan de meeste andere Europese landen”. Wilt u voor deze bewering aangeven of deze waar is of niet waar? En hoe zeker u dit weet? Als u het echt niet weet kunt u dat ook aangeven. (Deze bewering is niet waar. Het aantal asielaanvragen per 1.000 inwoners ligt in Nederland iets beneden het Europees gemiddelde: EU 1,5 per 1.000, Nederland 1,3 per 1.000.) * = tussen 37 en 49 waarnemingen, uitkomsten zijn indicatief
Vier op tien weten (of denken) dat Nederland asielverzoeken relatief vaak goedkeurt
Vier op tien (41%) kiezers denken of weten dat de stelling ‘Nederland keurt asielverzoeken vaker goed dan de meeste andere Europese landen’ klopt. In 2023 keurde Nederland nog 68 procent van de asielaanvragen goed. [1] Sindsdien is dit percentage gedaald naar ongeveer 40 procent.[2] Dat is nog altijd iets hoger dan het gemiddelde van zo’n 30 procent.[3] Een belangrijk deel van de verklaring voor het historisch hoge percentage is de samenstelling van de aanvragen: in Nederland vragen relatief veel mensen asiel aan die uit conflictgebieden komen met een grote kans op een vergunning.[4]
De 41 procent die deze stelling voor waar aanneemt heeft dus gelijk. Een substantiële minderheid van 30 procent denkt (ten onrechte) dat de stelling niet klopt. Nog eens 28 procent heeft geen idee.
Opnieuw zien we dat deze veronderstelling (of kennis) sterk samenhangt met politieke voorkeur. Rechtse kiezers denken of weten dat Nederland asielverzoeken relatief vaak goedkeurt, linkse kiezers denken vaker van niet.
Figuur 2: Bewering: “Nederland keurt asielverzoeken vaker goed dan de meeste andere Europese landen” Wilt u voor deze bewering aangeven of deze waar is of niet waar? En hoe zeker u dit weet? Als u het echt niet weet kunt u dat ook aangeven. (Deze bewering is waar)
Bijna helft denkt dat aantal vluchtelingen afgelopen jaar is toegenomen
Het aantal asielzoekers dat op jaarlijkse basis naar Nederland komt fluctueert sterk. Het aantal asielverzoeken was de afgelopen 5 jaar duidelijk hoger dan de jaren daarvoor. Anderzijds is de trend sinds 2023 dalende.
Om kennis te testen legden we twee stellingen voor: een onjuiste (het aantal vluchtelingen dat naar NL komt is het afgelopen jaar toegenomen) en een juiste (de afgelopen vijf jaar kwamen er meer vluchtelingen naar NL dan in de vijf jaar daarvoor). Bijna de helft (47%) van de kiezers denkt dat het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt het afgelopen jaar is toegenomen. Een iets kleinere groep (39%) denkt dat dit onjuist is. Meer mensen hebben dit dus fout dan dan goed.
Meer dan de helft (57%) denkt dat er de afgelopen vijf jaar meer vluchtelingen naar Nederland kwamen dan in de vijf jaar daarvoor. Dat is correct. Ruim een kwart (27%) denkt, ten onrechte, dat dit niet klopt.
Als we deze stellingen met elkaar kruisen blijkt dat veertien procent van de bevolking beide stellingen correct beantwoordt. Deze groep lijkt dus een correct beeld te hebben van de asielaantallen, de rest niet. Vier op tien (39%) overschatten de asielinstroom. Zij denken dat het aantal vluchtelingen het afgelopen jaar én de afgelopen vijf jaar is toegenomen. Ruim een vijfde (22%) onderschat de omvang. Zij denken dat het aantal vluchtelingen het afgelopen jaar én de afgelopen vijf jaar niet is toegenomen.
Ook hier zien we dat percepties van de werkelijkheid sterk samenhangen met politieke voorkeur. Grosso modo kan worden gesteld dat links-progressieve kiezers (met name PRO, D66 en PvdD) het aantal onderschatten (zij denken doorgaans dat asielmigratie de afgelopen vijf jaar niet t.o.v. de vijf jaar ervoor is toegenomen) en dat rechtse kiezers (met name SGP, JA21, FvD en PVV) het aantal overschatten.
Figuur 3: percentage dat denkt dat stelling juist is
Brede steun voor verscherping asielmaatregelen
Veel van de maatregelen die nu (ten dele) beleid zijn geworden kunnen op steun rekenen. Er is vooral veel steun voor het harder aanpakken van criminele asielzoekers (85%), strengere voorwaarden voor gezinshereniging (71%), het EU-migratiepact (67%) en een tijdelijke asielstop als de opvang volloopt (64%).
Ook het tweestatusstelsel (57%), strafbaarstelling illegaliteit (57%) en de spreidingswet (55%) kunnen op steun rekenen van een meerderheid. Het strafbaar stellen van helpen van illegalen roept meer weerstand op: 41 procent is voor en 38 procent is tegen.
Een uitsplitsing naar politieke voorkeur laat zien dat veel strenge immigratie- en integratiemaatregelen zeer breed gedragen worden. Kiezers van centrum- en conservatieve rechtse partijen staan er in zeer ruime mate achter, maar ook substantiële delen van de D66- en PRO-achterban zijn voor het harder aanpakken van criminele asielzoekers en strengere gezinshereniging.
Al zijn kiezers van D66 en PRO overwegend niet voor een tijdelijke asielstop als de opvang van asielzoekers volloopt. Zij zijn daarentegen in veel sterkere mate voor de spreidingswet (die dat vollopen moet voorkomen). Hier staan PVV-, JA21- en FvD-kiezers zelden achter, maar VVD- en CDA-kiezers overwegend wél.
Een meerderheid van 56 procent is voor het strafbaar stellen van illegaal verblijf in Nederland, een maatregel die het dus niet heeft gehaald in de Tweede Kamer (vooral PVV-, JA21-, FvD-, VVD- en CDA-kiezers willen dat in ruime meerderheden). Maar het strafbaar stellen van hulp aan illegalen gaat de meeste kiezers te ver (41% staat daar achter, 38% niet, de rest is neutraal of weet het niet). Van de D66-, CDA- en PRO-kiezers wil een meerderheid dat niet.
Experiment: informatie over asielaantallen heeft weinig effect op houding, politieke voorkeur veel
Om te testen wat de effecten zijn van informatievoorziening over asielaantallen op houdingen over asiel zetten we het volgende experiment op. De steekproef werd opgedeeld in drie willekeurige groepen:
- Controlegroep
Deze groep kreeg geen informatie voorgelegd over asielaantallen. - Stijgende trend
Deze groep kreeg te zien hoeveel asielzoekers en nareizigers naar Nederland zijn gekomen sinds 2007 (CBS-data). Sindsdien is dit aantal toegenomen. Zie de bijlage voor de precieze visualisatie. - Dalende trend
Deze groep kreeg te zien hoe veel asielzoekers en nareizigers naar Nederland zijn gekomen sinds 2023 (CBS-data). Sindsdien is dit aantal gedaald. Zie bijlage voor de precieze visualisatie.
Na de informatievoorziening legden we de groepen dezelfde stellingen voor. De effecten zijn marginaal. De groep die de stijgende trend voorgelegd krijgt heeft nipt conservatievere houdingen over asiel dan de groep die de dalende trend voorgelegd krijgt. Zo vindt 44 procent van degenen die de stijgende trend zagen dat het onze morele plicht is om asielzoekers op te vangen, tegenover 48 procent van degenen die de dalende trend zagen. Daarnaast vindt 69 procent van de eerstgenoemde groep dat het asielbeleid strenger moet, tegenover 64 procent van de laatstgenoemde groep. In vergelijking met de controlegroep zijn er geen significante verschillen.
Als we kijken naar de politieke voorkeur van de respondenten zien we dat dit meer invloed heeft op de opvattingen dan de informatie die wordt gegeven. Links-progressieve (PRO, D66, SP, PvdD, Volt) kiezers vinden doorgaans dat het onze morele plicht is om asielzoekers op te vangen en ze vinden meestal niet dat het asielbeleid strenger moet. Centrumrechtse kiezers (VVD, CDA, CU, 50PLUS) vinden doorgaans ook dat we die morele plicht hebben maar pleiten tegelijkertijd voor strenger asielbeleid. Rechts-conservatieve kiezers (PVV, FvD, JA21, SGP, BBB) vinden asielopvang geen morele plicht en willen strenger asielbeleid.
De verschillen tussen deze groepen blijven bestaan als we hen informatie voorleggen over de werkelijke asielstroom. Het grootste effect van informatie zien we bij centrumrechtse kiezers, die minder vaak vinden dat het onze morele plicht is om asielzoekers op te vangen als ze een stijgende trend te zien krijgen (van 59 naar 48%). Bij de andere groepen zijn de effecten zeer marginaal. Kortom, politieke voorkeur weegt zwaarder mee als het gaat om houdingen ten opzichte van asiel dan informatievoorziening (in welke richting dan ook).
Figuur 4: percentage ‘eens met stellingen’ (naar experimentele groep en politieke voorkeur)
PVV nog issue-owner op ‘immigratie’, maar JA21 nadert
Als we degenen die immigratie & asiel een van de belangrijkste onderwerpen vinden, vragen welke partij de beste ideeën en oplossingen heeft op dit thema, wijst 30 procent de PVV aan. In september 2025 zag de helft de PVV nog als issue-owner. JA21 (17%) en FvD (12%) zijn in opkomst. Ook opvallend is dat een groter deel (van 17 naar 26%) niet weet welke partij de beste oplossingen heeft als het gaat om immigratie & asiel.
Onderzoeksverantwoording
Dit onderzoek vond plaats van vrijdag 8 tot en met maandag 11 mei, 9 uur. Er was geen opdrachtgever, Ipsos I&O voerde dit onderzoek op eigen initiatief uit.
In totaal werkten 1.937 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan dit onderzoek. De steekproef is grotendeels getrokken in het I&O Research Panel. Een deel (n=205) deed mee via PanelClix. Dit zijn voornamelijk jongeren, lager opgeleiden en respondenten met een niet-westerse achtergrond. Sommige vragen (vragen m.b.t. het kabinet) zijn voorgelegd aan de helft van de steekproef (aselect).
De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS). Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,2 procent.
[1] Europa in cijfers [2] https://open.overheid.nl/documenten/97dd3c39-3d00-4efa-9424-1d4f291a9fa5/file [3] Recognition Rates | European Union Agency for Asylum [4] Asielaanvragen worden hier vaker toegekend dan in andere landen, maar dat is te verklaren | Pointer | KRO-NCRV
Meer weten?
Bekijk hier het volledige rapport. Neem voor meer informatie contact op met:
- Peter Kanne, Senior onderzoeksadviseur
- Asher van der Schelde, Senior onderzoeker
1081 JK Amsterdam
Ipsos I&O: Peilpraat
Bekijk hier Peilpraat 24 oktober. Standpunt over religieuze scholen kost CDA zetels, D66 profiteert. Bekijk hier Peilpraat oktober. Verschuivingen na RTL-debat. Bekijk hier Peilpraat september: Wat vinden kiezers van uitsluiten? Bekijk hier Peilpraat mei: Is er toekomst voor NSC? Bekijk hier Peilpraat april: Tevredenheid met kabinet op dieptepunt, welke alternatieven zien kiezers? Bekijk hier Peilpraat maart: Hoe internationale spanningen de Nederlandse politiek beinvloeden. Bekijk hier Peilpraat februari: De hardwerkende Nederlander en potentie voor nieuwe linkse partij.
Het dilemma van de ambtenaar: tegenkracht of tegenmacht?
Bekijk hier de video.
Veiligheidsmonitor
Ipsos I&O: Peilpraat
Bekijk hier Peilpraat 24 oktober. Standpunt over religieuze scholen kost CDA zetels, D66 profiteert. Bekijk hier Peilpraat oktober. Verschuivingen na RTL-debat. Bekijk hier Peilpraat september: Wat vinden kiezers van uitsluiten? Bekijk hier Peilpraat mei: Is er toekomst voor NSC? Bekijk hier Peilpraat april: Tevredenheid met kabinet op dieptepunt, welke alternatieven zien kiezers? Bekijk hier Peilpraat maart: Hoe internationale spanningen de Nederlandse politiek beinvloeden. Bekijk hier Peilpraat februari: De hardwerkende Nederlander en potentie voor nieuwe linkse partij.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.