Het vertrouwen van Nederlanders in de politiek is in 2025 opnieuw gedaald. Vier op de tien Nederlanders van vijftien jaar en ouder zeggen nog vertrouwen te hebben in de politiek. Vooral het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer staat onder druk. Lokale instituties houden zich daarentegen beter staande: de gemeenteraad geniet van alle politieke instituties het meeste vertrouwen.
Lokaal bestuur beter vertrouwd dan ‘Den Haag’
Vertrouwen in politici en Tweede Kamer daalt naar dieptepunt, maar gemeenteraden en ambtenaren houden het lokale vertrouwen op peil.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar de ontwikkeling van politiek vertrouwen tussen 2016 en 2025. Het CBS ziet dat het vertrouwen na de coronapandemie niet is hersteld naar het oude niveau. Tijdens de pandemie steeg het vertrouwen tijdelijk sterk, maar vanaf 2021 zette een daling in die nog altijd voortduurt.
Laagste percentage
Slechts 21 procent van de Nederlanders van vijftien jaar en ouder zegt heel veel of tamelijk veel vertrouwen te hebben in politici. Dat is het laagste percentage sinds deze meting in 2012 begon. Ook het vertrouwen in de Tweede Kamer bereikte met 25 procent een nieuw dieptepunt.
Gemeenten vormen in dat sombere beeld een uitzondering. In 2025 heeft 54 procent van de Nederlanders vertrouwen in de gemeenteraad. Daarmee scoort de lokale politiek aanzienlijk beter dan de Tweede Kamer en politici. Ook ambtenaren doen het met 47 procent beter dan de landelijke politiek. Beide cijfers bleven in 2025 nagenoeg gelijk ten opzichte van een jaar eerder.
Trend
Voor gemeenten en lokale bestuurders bevestigt het onderzoek een trend die eerder ook door het Sociaal en Cultureel Planbureau werd gesignaleerd. Nederlanders beoordelen de lokale politiek structureel positiever dan ‘Den Haag’. In eerder SCP-onderzoek gaf 64 procent van de Nederlanders de lokale politiek een voldoende, tegenover 34 procent voor de Haagse politiek.
Opvallend is dat vrijwel alle groepen meer vertrouwen hebben in de gemeenteraad dan in andere politieke instituties. Dat geldt zowel voor mensen met veel politieke interesse als voor burgers die juist weinig betrokken zijn bij politiek.
Leeftijd en opleiding
Jongeren hebben daarbij het meeste vertrouwen in de lokale overheid. Van de vijftien- tot vijfentwintigjarigen zegt 57 procent vertrouwen in de politiek te hebben. Bij mensen tussen 65 en 75 jaar ligt dat aandeel op 31 procent. Jongeren hebben volgens het CBS in vrijwel alle politieke instituties meer vertrouwen dan oudere generaties.
Ook opleidingsniveau speelt een grote rol. Hbo’ers en universitair geschoolden hebben aanzienlijk meer vertrouwen in de politiek dan praktisch opgeleiden. Onder mensen met alleen basisonderwijs heeft slechts 26 procent vertrouwen in de politiek. Bij mensen met een wo-masterdiploma ligt dat op 58 procent. Het verschil tussen onderwijsniveaus is sinds 2016 verder toegenomen.
Regionaal zijn eveneens duidelijke verschillen zichtbaar. In Oost-Groningen, Zuidoost-Drenthe en Zuidwest-Drenthe is het vertrouwen in de politiek het laagst. In regio’s als Zuidwest-Overijssel, de Haagse regio en Het Gooi ligt het vertrouwen juist hoger.
Ambtenaren
Ook het vertrouwen in ambtenaren blijft relatief hoog. In 2025 zegt 47 procent van de Nederlanders vertrouwen te hebben in ambtenaren, aanzienlijk meer dan in politici en de Tweede Kamer. Volgens het CBS herstelde het vertrouwen in ambtenaren na de coronapandemie bovendien sneller dan het vertrouwen in de landelijke politiek. Vooral hoger opgeleiden en mensen met veel politieke interesse hebben relatief veel vertrouwen in het functioneren van ambtenaren. Onder vrijwel alle opleidingsgroepen ligt het vertrouwen in ambtenaren ook hoger dan het vertrouwen in politici.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.