Een jaar geleden stelde ik op deze plek voor dat we onze buurten ‘gewoon terugkopen'. Op dat idee was ik sindsdien aan het knagen. Maar kort geleden drong pas tot me door dat we moeten opschieten. Want als je dacht dat de volkshuisvesting, de zorg of het onderwijs niet kapotter konden, wacht dan maar tot honderden miljarden aan erfenissen van eigenaar gaan wisselen en op zoek gaan naar rendement.
Geen boterham minder
Het alternatief voor een almaar duurdere publieke sector kunnen we zelf maken: een politiek ontwerp dat gastheer kan zijn voor solidariteit.
We maken ons al tijden zorgen over private equity in de publieke sector. In de zorg wordt dat mondjesmaat gereguleerd. Maar we ain't seen nothing yet, want er komt de komende twintig jaar zo'n 250 miljard (!) euro aan erfenissen aan. En ook een groot deel van dat geld gaat hard op zoek naar rendement. Een deel van die erfgenamen heeft dat geld immers niet meteen nodig. (U en ik waarschijnlijk, dus ik ga even in de wij-vorm door.) Wij hebben vaak al een huis en iets van een oudedagvoorziening. We gaan dus investeren en dat geld uitlenen aan investeringsfondsen. Die gaan er lucratieve organisaties in allerlei branches mee kopen en het vaste recept toepassen: tarieven en huren omhoog en kosten omlaag. Alles uit ‘betalers’ en werknemers knijpen en dan verkopen.
Denk dan uiteraard aan sectoren als vastgoed, want deze regering maakt veel geld aan huurders verdienen weer makkelijker. Inmiddels koopt private equity ook de onderhoudsbedrijven voor de huursector op. De zorg: de groeiende omzet van zelfstandige behandelcentra die naar Singapore stroomt. De combinatie is helemaal lucratief: ‘assisted’ en ‘senior living’ waar huurregulering niet voor geldt. In het onderwijs is rendement te halen uit publiek gefinancierd lesmateriaal en natuurlijk de bijlessen. En booming is publieke ict, defensielocaties en -materieel. Rond drinkwater hangt ook al jaren het zwaard van privatisering.
De solidariteit moet georganiseerd worden
Achterkant-bierviltje: wij, de collectieve eigenaren van die miljarden, gaan tegen vier tot acht procent rendement jaarlijks zo'n 10 tot 20 miljard euro uit de samenleving trekken. Jaarlijks. (Voor de verhoudingen: de algemene uitkering van het gemeentefonds is totaal zo’n 40 miljard.) Wie die miljarden moeten opbrengen? Premiebetalers, huurbetalers en belastingbetalers van de arme soort, zonder vermogen en invloed. De publieke sector zal er vele malen kapotter van gaan en de ongelijkheid zal groeien want de duvel schijt steeds harder op die hoop, zo leerde ons Piketty.
Een hoog rendement op geld dat we niet nodig hebben is niet ‘logisch’, maar een beslissing met consequenties voor anderen. Het alternatief voor deze dystopie is dus: ervoor kiezen om het niet te doen. Dat is allereerst een moreel besluit. Geld dat nu naar fondsen met hoge rendementen stroomt alsof het een natuurwet is, kunnen we ook goedkoper uitlenen voor meer maatschappelijk welzijn. Met voldoende vermogen hebben we keuzevrijheid en die kunnen we ook benutten om met minder rendement genoegen te nemen. (Ja, zelfs als we al met pensioen zijn…) Maar ons ontbreekt nu de infrastructuur om dit te doen. Opeenvolgende kabinetten hebben namelijk de ondermijning van dit soort solidariteit niet voorkomen met regulering, maar juist met institutionele arrangementen versterkt, bijvoorbeeld met belastingregels. Wat ons dan rest, is hooguit iets als ‘liefdadigheid’ of dat je Gekke Henkie wordt. Dat is geen duurzaam model.
De solidariteit moet georganiseerd worden. Of, zoals de eerste volkshuisvester Octavia Hill in 1875 stelde: ‘the plan was one which depended on just governing more than on helping’. Minder financieel rendement en méér maatschappelijk rendement is mogelijk. Het alternatief voor een almaar duurdere publieke sector kunnen we zelf maken: een politiek ontwerp dat gastheer kan zijn voor solidariteit. Kwestie van kiezen.
En mensen met geld hoeven daar geen boterham minder om te eten.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.