Nadat de gemeenteraad van mijn geboortestad mij had benoemd in de Jeugdraad, vierde ik dat in de bioscoop met The Spy Who Loved Me (1977). Inmiddels ben ik 50 jaar en 15 James Bond films verder. Wie vandaag opnieuw naar Bondfilms kijkt, ziet naast veel entertainment een treffend tijdsdocument over publiek leiderschap.
License to Lead
‘Shaken, not stirred’ is goed voor een martini, maar met instituties zou Cees Vermeer voorzichtiger zijn, voor een leefbare samenleving.
De vroege Bondfilms met Sean Connery in de hoofdrol - Dr. No (1962), From Russia with Love (1963), Goldfinger (1964) - zijn exponenten van verticale macht: M bepaalt, Bond voert uit. Geen consensusvorming, geen afstemmingsoverleg, geen intervisie. De opdracht is duidelijk, de vijand herkenbaar, de legitimiteit van het gezag vanzelfsprekend. De manosphere zit niet in de hoofden van pubers, maar in die van volwassen mannen. Besturen is weten, beslissen en uitvoeren.
In de jaren zeventig en tachtig maakt Roger Moore van Bond een charmante diplomaat, denk aan For Your Eyes Only (1981) en Octopussy (1983). Minder brute kracht, meer ironie. Zoals bestuurders in diezelfde periode ontdekken dat gezag niet alleen uit positie voortkomt, maar uit communicatie. Besturen is niet alleen besluiten nemen, maar mensen ook ‘meenemen’.
Daarna komt Pierce Brosnan met GoldenEye (1995) en Tomorrow Never Dies (1997): de manager-Bond van het globaliseringstijdperk. Gelikt, internationaal, technologisch vaardig. Het is de tijd van marktwerking, prestatie-indicatoren en spreadsheets. Overheden gaan zichzelf beschouwen als ondernemingen, burgers worden klanten.
Vertrouwen is niet langer institutioneel gegarandeerd; het moet dagelijks verdiend worden
En dan komt Daniel Craig. Met Casino Royale (2006) verdwijnt de onaantastbare macho. Bond bloedt, twijfelt, verliest en wordt verraden door de systemen die hij dient. Het is de Bond van onze tijd: leiderschap onder permanente publieke controle. Kwetsbaarheid als voorwaarde voor geloofwaardigheid. Ook in het openbaar bestuur zien we die omslag. Een bestuurder kan zich geen afstandelijke almacht meer permitteren. Elke beslissing wordt gefilmd, becommentarieerd en gewogen op sociale media. Vertrouwen is niet langer institutioneel gegarandeerd; het moet dagelijks verdiend worden.
Interessant is ook de verhouding tussen Bond en zijn superieuren. M is door de jaren heen veranderd van patriarchale baas naar moreel worstelende bestuurder. Judi Dench en haar opvolger Ralph Fiennes, maken sinds Golden Eye van M een herkenbare publieke leider van deze tijd: intelligent, verantwoordelijk, loyaal aan de instituties, maar voortdurend opererend onder politieke druk.
In de nieuwste films lijkt iedereen beschadigd, cynisch of vermoeid. Het vertrouwen in instituties brokkelt af. De held gelooft nauwelijks nog in het systeem waarvoor hij werkt. Ik ben benieuwd hoe het verder gaat met James Bond en met publiek leiderschap. De kracht van de beste Bondfilms is uiteindelijk nooit de actie, maar de onderliggende zekerheid dat er ergens een orde bestaat die bescherming verdient. ‘Shaken, not stirred’ kan een goed recept zijn voor een martini, maar met instituties zou ik voorzichtiger omgaan wil een samenleving leefbaar blijven.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.