Geachte minister, beste Pieter,
Kwispelen
De coöperatieve revolutie! Dat zijn wij! De minister heeft het gezegd! We gingen er allemaal een beetje van kwispelen.
Omdat we al jaren in dezelfde revolutie vechten, voel ik me vrij om je te tutoyeren. Voor de meelezers van deze open brief: ik heb het over de ‘coöperatieve revolutie’. Al in 2020 riep je die uit, als Kamerlid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen.
‘Jarenlang werd gezegd dat burgers geen tijd en zin hadden om zich met het algemeen belang te bemoeien. Dat de overheid dat moest behartigen. Maar kijk om je heen. Er is een revolutie gaande. De coöperatieve revolutie.’ Jij en ik, Pieter, en trouwens ook al die duizenden en duizenden andere vrije mensen in deze brede burgerbeweging, wij weten dat er naast overheidssturing en marktwerking een derde en vaak veel betere manier is om de complexe opgaven van deze tijd op te vreten: samenwerking. Coöperatieve verbanden. Bewijs te over.
Vorige week herhaalde je deze waarderende woorden, toen we allebei op het We Doen Het Samen Festival waren, de grootse jaarlijkse bijeenkomst van alles onder de ‘g’ van gemeenschapskracht. Van wooncoöperaties tot energiegemeenschappen, van workshops over de waarde van wijkplekken tot bewonersrechten, van weerbaarheid tot financiering, van buurtinitiatief tot ambtenaren van de toekomst.
Op dat festival kun je elk jaar weer zien dat we met elkaar veel meer zijn dan een verzameling meningen en pinpassen. Dat we gemeenschappen vormen met handelend en producerend vermogen. Dat wat we daar maken - soep, zorg, huizen, muziek, brood, elektriciteit, gezelligheid - een waarde in zichzelf heeft. En dat onderling verbanden voorwaardelijk zijn voor maatschappelijk welzijn in de breedste zin, en trouwens ook voor de legitimiteit van de staat zelf.
Het deed mij en al die andere ploeteraars voor de gemeenschappelijke zaak goed dat je er was en dat je je uitsprak. Want oh, wat zijn we soms moe van het bierkaaivechten tegen regels en vooroordelen en voor een beetje erkenning en wat financiering. Doodmoe. We laafden ons aan je oppeppende woorden. De coöperatieve revolutie! Dat zijn wij! De minister heeft het gezegd! We gingen er allemaal een beetje van kwispelen.
We zijn als vrije burgers natuurlijk al lang bevoegd om veel te doen wat nodig is
En daar wil ik het, nu het stof is neergedaald, nog even met je over hebben. Over dat gekwispel. Waarop ik mezelf dus ook betrapte. Dat we onszelf zo extra lekker voelen als jij zegt dat we goed bezig zijn, niet in je rol als buurman, maar als miníster. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dat gekwispel een symptoom is. Dat het wijst op een deel in ons dat onszelf niet helemaal vertrouwt met ons eigen burgerschap. Dat we onszelf tekort doen, als gemeenschap. Want het schiet natuurlijk niet op met de herschikking van de zeggenschap naar de gemeenschap als we er de goedkeuring van de staat zo voor nodig lijken te hebben. Als we naar de minister kijken om ons als het ware bevoegd te verklaren. Revolutionairen van lik-me-vestje dat we er zijn.
We zijn als vrije burgers natuurlijk al lang bevoegd om veel te doen wat nodig is. En wat goed is. In de samenleving en in de organisaties waarin we een groot deel van onze tijd doorbrengen. Maar we gebruiken die bevoegdheid lang niet altijd op een helpende manier. We laten ons een positie toewijzen; door ‘het systeem’, de organisatiemodellen, de baas, de markt, de overheid. En de minister. Dat is niet jouw schuld, Pieter.. Wij zijn het zelf die de macht weggeven om dat te doen. Daarmee kunnen we ophouden, of op zijn minst bewuster en selectiever omgaan.
En het is ondertussen heel belangrijk dat het kabinet werk wil maken van beleid dat deze beweging serieus neemt en vooreerst maar eens niet in de weg zit met marktlogica en staatsovermoed. Maar we moeten ook in de spiegel kijken: we zijn lang lui geweest als samenleving. We gaven onze macht weg: eerst aan patriarchen en idealisten, toen aan technocraten, bureaucraten en automaten, en nu aan autocraten en fascisten. Dat was dom. Vrijheid komt niet vanzelf.
Laten we zoeken naar verhoudingen tussen staat en samenleving waarbij niet meer hoeft te worden gekwispeld, maar de gemeenschap vanzelfsprekend positie heeft en die benut tot het nut van het algemeen. Dat zou nog eens revolutionair zijn.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.