Tweeënhalve maand na de verkiezingen is er nog maar in zeventig gemeenten een coalitieakkoord. Ook onder meer de Wethoudersvereniging valt het op dat er vier jaar geleden rond deze tijd al veel meer wethouders waren benoemd. Drie (mogelijke) redenen waar het zolang duurt.
Waarom lokale formaties zolang duren
Lokale formaties duren langer dan vier jaar geleden. Ligt dat aan grotere fragmentatie, meer politieke afkeer of een teveel aan verkenners?
Grotere fragmentatie
De langetermijntrend is duidelijk. Een gemiddelde gemeenteraad kent steeds meer partijen. Een gemiddelde raad kende twintig jaar geleden ongeveer zes fracties. In 2022 waren dat er al acht. En anno 2026 zijn er minstens twintig gemeenten met meer dan twaalf fracties. Meer partijen maakt het statistisch gezien lastiger om een coalitie te vormen. Er zijn immers steeds meer partijen nodig voor een meerderheid.
Meer politieke afkeer
Desalniettemin kan de trend de situatie van 2026 niet (volledig) verklaren. De fragmentatie is in 2026 juist iets gedaald, veroorzaakt door de fusie van PvdA en GroenLinks. Een tweede mogelijkheid is daarom dat het niet zozeer het aantal partijen is dat de formatie vertraagt, maar het soort partijen. Het lokaal bestuur stond lang bekend om enigszins pragmatisch bestuur. Veel partijen konden met elkaar door een deur en bijvoorbeeld een landelijk ondenkbare samenwerking als VVD en SP is lokaal geen unicum. Maar wellicht beginnen de grenzen van dat pragmatisme in zicht te komen. FvD en PVV zijn inmiddels goed voor 400 gemeenteraadszetels, partijen waar veel andere partijen maar moeizaam mee willen samenwerken. En mogelijk dat ook landelijke weerstand tussen partijen als bijvoorbeeld de VVD en GroenLinks-PvdA, lokaal altijd belangrijke bestuurspartijen, op gemeentelijk niveau begint door te werken.
Zijn gemeenten nu ook qua coalitievorming steeds meer op de landelijke politiek en landelijke politieke partijen gaan lijken?
Teveel verkenners
Veel gemeenten werken met een externe verkenner of (in)formateur. Zij doen dat voor een zorgvuldig proces en mogelijk het versnellen ervan. Een alternatieve opvatting is dat het juist voor vertraging zorgt. Onderzoeker Peter Castenmiller heeft hierover een uitgesproken mening: ‘Voor mijn gevoel zijn we nu toch wel wat doorgeslagen naar een veel te zwaar proces. Van veel verkenners zie ik een advies waarvan ik denk: tja, dat lag wel heel erg voor de hand. Maar ondertussen zijn we al weer een maand verder.’ In sommige gemeenten, ik spreek ook uit eigen ervaring, gaan er zelfs meerdere verkenners/(in)formateurs na elkaar aan de slag. Het effect daarvan is nog niet onderzocht.
Verder onderzoek zal noodzakelijk zijn om te bepalen wat voor de huidige vertraging de doorslaggevende redenen zijn. Mogelijk is het een combinatie van deze factoren. En als dat zo is, leidt een overkoepelende conclusie misschien nog somberder, namelijk dat gemeenten nu ook qua coalitievorming steeds meer op de landelijke politiek en landelijke politieke partijen zijn gaan lijken.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.