Vorig jaar bracht het Landelijk Bureau Bibob (LBB) minder reguliere adviezen uit aan bestuursorganen dan in 2024: 187 ten opzichte van 200. Ook werden er in 2025 minder adviesaanvragen gedaan (233) dan in 2024 (265). Toch kwam slechts de helft van de adviezen binnen de wettelijke adviestermijn van twaalf weken, terwijl dit in 2024 nog bijna 80 procent was. Dat blijkt uit het Jaarverslag Landelijk Bureau Bibob 2025.
Helft Bibob-adviezen is te laat
Hoewel het Landelijk Bureau Bibob vorig jaar minder adviezen gaf dan in 2024, zijn de adviezen in de helft van de keren te laat uitgebracht.
Langere doorlooptijden
In een recent verschenen WODC-rapport werden de langere doorlooptijden bij het LBB door veel bestuursorganen genoemd als verbeterpunt dat al langer speelt, schrijven de minister en staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, respectievelijk David van Weel en Claudia van Bruggen, in hun Kamerbrief. Late aanlevering door informatieleveranciers, de omvang van de adviesaanvragen en de complexiteit van de adviesaanvragen, zou hier onder meer de reden voor zijn. Het ministerie gaat in gesprek gaan met die leverancier van informatie waar dit structureel speelt. De daling specifiek ten aanzien van 2024 lijkt ook te kunnen worden verklaard door een (tijdelijke) personele onderbezetting, blijkt uit gesprekken met het LBB, aldus de bestuurders.
Inhaalslag voor Bibob-register
Het Bibob-register is inmiddels ruim drie jaar in gebruik en wordt steeds belangrijker in Bibob-onderzoek. Hierin registreren bestuursorganen gevaarsconclusies en kunnen zij via een informatieverzoek nagaan of elders eerder een gevaarsconclusie is getrokken. Het LBB verwerkte 15.731 inkomende informatieverzoeken in 2024 en 17.067 in 2025. Inmiddels beschikken 340 verschillende bestuursorganen en organisaties met een overheidstaak samen over 1.075 actieve gebruikersaccounts met toegang tot het platform. Gevaarsconclusies blijven vijf jaar in het Bibob-register. Alle conclusies van de afgelopen vijf jaar zijn met een inhaalslag geregistreerd. In 2025 registreerde het LBB 347 gevaarsconclusies. Van alle informatieverzoeken beantwoordde het LBB in 2025 in 16.596 gevallen (97 procent) binnen twee dagen met een bijbehorend uittreksel.
Inzoomend op het aantal ontvangen adviesaanvragen blijkt dat het merendeel van gemeenten kwam (208), gevolgd door provincies (15, inclusief omgevingsdiensten en waterschappen) en rijksonderdelen (10). Eindhoven en Rotterdam deden de meeste aanvragen (beiden 13), gevolgd door Amsterdam en Den Haag (beiden 11) en Nijmegen en Utrecht (beiden 8). Van de in totaal 212 uitgebrachte adviezen in 2025, waarvan 187 regulier en 25 aanvullend, was er 120 sprake van ernstig gevaar, 19 keer van mindere mate gevaar en 73 keer van geen gevaar. De meeste adviezen hadden weer betrekking op de horecasector en bouwvergunningen.
Samenvatting in advies
In het jaarverslag van de kwaliteitscommissie Bibob erkent die het spanningveld tussen de wens om compact te zijn in de adviezen en de noodzaak van stevige onderbouwing bij weigeringen. In dialoog met de bestuursorganen moet het LBB de juiste balans vinden tussen volledigheid en doelmatigheid. Ook herhaalt de commissie de voorkeur om een samenvatting op te nemen in het advies. Dat is geen taak van de afnemer, maar van het LBB, aldus de commissie. Ook over de doorlooptijden is de commissie kritisch: in 34 van de 38 onderzochte adviezen werd de wettelijke termijn overschreden. ‘Hoewel de communicatie hierover met bestuursorganen is verbeterd, benadrukt de commissie het belang van tijdige advisering.’
Zelf diepgaander financieel onderzoek doen
De commissie adviseert de vertragingen door het uitblijven van informatie van partners nader te onderzoeken. Wel al lijkt de inzet van relatiebeheerders door de LBB effect te sorteren, dus dat mag van de commissie worden voortgezet. Verder onderschrijft de commissie de aanbevelingen uit het WODC-rapport, zoals de aanbeveling dat het LBB zelf diepgaander financieel onderzoek moet gaan verrichten bij adviesaanvragen en het gebrek aan een eenduidige werkwijze en de trage informatielevering door partners. Dit jaar gaat de commissie met het LBB in gesprek over de opvolging van het WODC-rapport. Ook gaat het LBB een traject in waarin efficiënter werken het uitgangspunt is en waarvan het bekijken wanneer een onderzoek afdoende is afgerond onderdeel is.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.