Verdachten/daders van agressie en geweld tegen hulpverleners zijn volgens onderzoek van DSP Groep en Ipsos I&O in opdracht van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum) relatief vaak man en jong en hebben niet zelden een trackrecord op misdrijfgebied. Ze zijn lager opgeleid, hebben een lager inkomen en ontvangen vaker een uitkering dan gemiddeld in de Nederlandse bevolking. De analyses zijn gedaan op basis van ruim 25.000 unieke verdachten.
Geweld tegen hulpverleners
Nieuws in beeld: Geweld tegen hulpverleners
Geslacht en leeftijd
Het grootste deel van de verdachten/daders van de agressie- en geweldsincidenten richting hulpverleners is man. Dat beeld is door de jaren heen stabiel. Bij agressie richting brandweer- en ambulancepersoneel is het percentage mannelijke verdachten iets lager dan bij agressie richting de politie. Wanneer de groep verdachten wordt vergeleken met de Nederlandse bevolking van twaalf jaar en ouder valt op dat mannen in de groep verdachten zijn oververtegenwoordigd, net als jongere verdachten (18-24 en 25-29 jaar) afgezet tegen de Nederlandse bevolking van twaalf jaar en ouder.
Veel vaker de fout in
Van alle verdachten heeft driekwart antecedenten in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het incident. Dat aandeel is sinds 2020 tamelijk stabiel. Bij incidenten richting brandweer- en ambulancepersoneel is het percentage verdachten met antecedenten (53 procent) duidelijk lager dan bij politie (75 procent) en boa’s (71 procent). Uit een analyse van CBS-cijfers over antecedenten, waarbij kan worden teruggekeken tot 2010, blijkt dat ruim de helft (53 procent) eerder verdachte is geweest van een geweldsmisdrijf, waaronder mishandeling of bedreiging. De term ‘antecedenten’ betreft elk proces-verbaal of dossier dat tegen een verdachte is opgemaakt ten aanzien van een gepleegd misdrijf, en die een afhandeling Verdachte OM, Afhandeling HALT, transactie, OM-sepot of reprimande heeft.
Inkomen, werk en opleiding
Gemiddeld genomen zijn verdachten lager opgeleid, behoren zij tot de lagere inkomensgroepen en ontvangen zij vaker een uitkering dan het gemiddelde van de Nederlandse bevolking.
Nationaliteit en herkomst
Naast nationaliteit is gekeken naar de herkomst van verdachten op basis van het geboorteland van de persoon zelf en diens ouders. Daauit komt naar voren dat personen met een Nederlandse achtergrond minder vaak worden verdacht van agressie en geweld tegen hulpverleners dan is te verwachten op basis van het aandeel in de Nederlandse bevolking. Personen met een niet-Europese achtergrond worden vaker verdacht van agressie en geweld dan op grond van het aandeel in de Nederlandse bevolking is te verwachten.
Het percentage verdachten met een Europese achtergrond (12 procent) is vergelijkbaar met het aandeel in de Nederlandse bevolking (10 procent). Binnen de groep verdachten zijn personen met een Nederlandse achtergrond ondervertegenwoordigd ten opzichte van de totale bevolking van twaalf jaar en ouder. Personen met een Poolse, Marokkaanse, Eritrese, Somalische, Surinaamse en Nederlands Caribische achtergrond zijn daarentegen relatief oververtegenwoordigd. Personen met een Duitse achtergrond gedragen zich veruit het meest voorbeeldig.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.