Als de bom vandaag zou vallen, is er geen plek om te schuilen. De bunkers die tijdens de Koude Oorlog zijn gebouwd, zijn grotendeels vervallen of kregen een andere bestemming. Als schuilplaats zijn ze niet meer bruikbaar, zo blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur.
Nederland heeft geen werkende schuilkelders
Als de bom zou vallen, is er geen plek om te schuilen. De bunkers zijn niet meer bruikbaar, blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur.
Onderzoek Binnenlands Bestuur
Slechts een klein deel van de gemeenten weet nog waar de oude schuilplaatsen zich bevinden. Ook zijn er gemeenten die zeggen geen bunkers te hebben, terwijl uit de archieven en andere verzamelde data blijkt van wel.
Tijdens de Koude Oorlog investeerde de Nederlandse overheid grootschalig in civiele bescherming. Er werden honderden bunkers en schuilplekken aangelegd. In grote steden werden metrostations voorzien van grote stalen deuren en enorme zandfilters. En grote luchtbehandelingsinstallaties werden geïnstalleerd om de buitenlucht te kunnen filteren. Miljoenen guldens werden uitgegeven aan watertanks, olietanks en aggregaten. Het is allemaal – gelukkig – nooit nodig gebleken.
Richting het einde van de Koude Oorlog, toen het dreigingsniveau afnam, verdween ook de urgentie die werd gevoeld om al die schuilplekken operationeel te houden. Na de afschaffing van de Wet Burgerbescherming in 1986 werden de meeste schuilplekken in eigendom overgedragen van het rijk naar de gemeenten. Zij werden daarmee ook verantwoordelijk voor eventueel onderhoud.
Inventarisatie
Ruim 40 jaar later blijkt dat de meeste gemeenten dat onderhoud niet serieus hebben opgepakt. Uit een enquête die Binnenlands Bestuur uitzette onder de 342 Nederlandse gemeenten komt naar voren dat maar een klein deel een actuele inventarisatie heeft van de bunkers binnen de gemeentegrenzen. In totaal vulden 190 gemeenten, goed voor 10,7 miljoen inwoners, de vragenlijst in.
Van die 190 gemeenten gaven er 116 aan dat er zich geen Koude Oorlog-bunkers binnen hun gemeentegrenzen bevinden. 74 gemeenten zeggen dus van wel. Van hen gaven er 35 aan een actuele inventarisatie te hebben van de bunkers. Slechts dertien gemeenten hebben lokaal beleid of een plan voor onderhoud.
Archieven
Dat zou betekenen dat slechts 17,6 procent van de gemeenten met bunkers lokaal beleid hiervoor heeft. In werkelijkheid is dit aandeel nog veel lager. Binnenlands Bestuur heeft namelijk ook de antwoorden van gemeenten vergeleken met bunkers die via allerlei archieven en onderzoeken geregistreerd zijn. Daarvoor is gebruik gemaakt van data die verzameld is door de Stichting Menno van Coehoorn, een landelijke vrijwilligersorganisatie die zich sinds 1932 bezighoudt met het behoud van historische verdedigingswerken.
Uit die vergelijking blijkt dat minstens een derde van de 118 gemeenten die zegt geen bunkers binnen de gemeentegrenzen te hebben, dit in werkelijkheid wel heeft. Ook waren er nog eens tien gevallen waarbij de gemeente tot enkele jaren geleden wel één of meer bunkers had, maar deze inmiddels gesloopt zijn.
Tekenend is bijvoorbeeld dat het zelfs de gemeente Rotterdam, waar vrijwel zeker de meeste bunkers van heel Nederland gesitueerd zijn, niet lukte om informatie te produceren om de enquête in te vullen. Binnenlands Bestuur bezocht in Rotterdam één van de best onderhouden Koude Oorlog- bunkers van Nederland. Zelfs deze is momenteel niet geschikt als schuilkelder.
Onder het zand
Zelfs wanneer gemeenten wel een overzicht zeggen te hebben, betekent dit overigens niet dat de bunkers nog bruikbaar zijn of in een goede staat verkeren. Slechts tien gemeenten zeiden in eerste instantie dat de bunkers nog ‘bruikbaar’ zijn. Echter gaven ze later in het onderzoek aan dat deze in werkelijkheid ‘zijn verdwenen onder het zand’ of niet meer in bezit zijn van de gemeente.
Er is sprake van een gigantische kapitaalvernietiging
Als er wel onderhoud wordt gepleegd, dan is dat primair gericht op de bouwkundige toestand en niet op gebruik tijdens crisissituaties. Het is dus aannemelijk dat er in Nederland géén enkele bunker of schuilkelder is die gebruikt kan worden om je in te verbergen. Zo kan er ook geconcludeerd worden dat er sinds de jaren tachtig sprake is geweest van een gigantische kapitaalvernietiging.
Militaire dreiging
Hoewel sommige gemeenten aangeven het behoud van Koude Oorlog-bunkers belangrijk te vinden, is dit meestal alleen op grond van cultuurhistorische waarde. De inzet van bunkers als schuilplaatsen wordt door de meeste gemeenten niet realistisch geacht. Veel gemeenten missen landelijk beleid en wijzen op het gebrek aan middelen voor onderhoud.
Ook geven ze weinig blijk van een idee over een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het beschermen van burgers. Nu de militaire dreiging en het gevoel van onveiligheid in Europa de laatste jaren enorm is toegenomen, kijkt de verheid opnieuw naar de opties. Wat valt er nog te herstellen? Welke landen geven het goede voorbeeld?


Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.