Burgemeester Ahmed Marcouch handelde juist moedig door het concert van rapper Ye niet te verbieden. De oproep van Marcel Levi om regels ‘dapper’ te negeren is gemakkelijk en populistisch. Ze legt de bijl aan de wortel van de democratische rechtsstaat, betoogt Niels Karsten.
De rechtsstaat verdedigen, dat is pas dapper
Burgemeester Ahmed Marcouch handelde juist moedig door het concert van rapper Ye niet te verbieden, vindt Niels Karsten.
Steun voor besluit Marcouch concert Ye niet te verbieden
Marcel Levi, voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, valt in zijn column in Het Parool Marcouch aan, omdat die niet moedig genoeg zou zijn geweest om een concert van rapper Ye te verbieden. Die is omstreden vanwege zijn racistische en nazistische uitspraken. Levi roept burgemeesters en anderen op zich niet ‘lafhartig te verschuilen’ achter juridisch advies, maar ‘dappere’ en ‘juiste’ besluiten te nemen.
Maar, dat is precies wat Marcouch deed. Juist het verdedigen van de rechtsstaat, die soms omstreden en pijnlijke beslissingen vraagt, is moedig. Meewaaien met de meningen van politici, burgers en opiniemakers, is veel makkelijker. Dat zet echter de deur open naar politiek en populistisch gebruik van bevoegdheden.
Marcouch vindt Ye's uitspraken evengoed walgelijk, maar zag geen juridische gronden voor een verbod. En die waren er ook niet: een burgemeester mag een concert niet verbieden op basis van iemands eerdere uitspraken, ook al waren die racistisch of antisemitisch. Dat mag alleen als de lokale openbare orde ernstig in het geding is, en dat was hier niet het geval.
En dus deed Marcouch precies wat van de overheid verwacht mag worden: hij volgde de regels en verbood het concert niet. Dat zijn besluit mensen pijn en verdriet zou doen en weerstand zou oproepen, besefte Marcouch maar al te goed. Ook de burgemeester vindt het onprettig om dit te moeten besluiten, maar beschouwt het wel als zijn plicht. Hij draagt de verantwoordelijkheid regels te handhaven zoals ze zijn, hoe oncomfortabel soms ook. Vinden we dat de regels anders moeten, dan is het aan de wetgever ze te veranderen, niet aan burgemeesters om ze te negeren, stelt hij terecht.
Zulke moed is lang niet alle burgemeesters altijd gegeven
Zo houdt Marcouch, tegen wil en dank, de rechtsstaat hoog. Juist dat is dapper. Terwijl politici, burgers en opiniemakers je onder druk zetten om de regels opzij te schuiven omdat de uitkomst ze niet bevalt, blijf je rolvast. Je ‘verschuilt’ je daarmee niet passief achter juridische regels, maar je zorgt er actief voor dat wetten voor iedereen op dezelfde manier gelden. Je beschermt de samenleving zo tegen willekeur. Het was voor Marcouch veel makkelijker geweest om te zwichten voor de politieke en maatschappelijke druk om het concert wél te verbieden. Om de weg van de minste weerstand te kiezen en critici te geven wat ze willen, ook al is dat ongrondwettelijk.
Marcouch hield gelukkig zijn rug recht. Niet omdat hij slaafs een juridisch advies volgde, maar omdat hij geen oordeel mág vellen over wie er een concert geeft in zijn gemeente. Zulke moed is lang niet alle burgemeesters altijd gegeven. Die gebruiken hun bevoegdheden vaker dan mag, verbieden demonstraties te snel, sluiten drugspanden te gemakkelijk, of weigeren soms zonder juridische grond een vergunning voor een omstreden bijeenkomst. Voor zulke populistische tendensen moeten we waken.
In een democratische rechtsstaat is het cruciaal dat burgemeesters grondrechten verdedigen. Dat vraagt om onafhankelijke beslissingen die niet politiek zijn ingegeven. Burgemeesters moeten juist niet op eigen houtje belangen gaan afwegen, zoals Levi wil. Ze moeten de wet handhaven.
Niels Karsten is universitair hoofddocent aan Tilburg University.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.