De uitgaven aan sociale uitkeringen zijn de afgelopen vier decennia bijna gehalveerd. Van 18 procent in 1983 naar ruim 9 procent van het bbp in 2024. Dat komt vooral omdat de uitkeringen minder genereus zijn geworden.
Uitgave aan sociale uitkeringen in 40 jaar tijd fors lager
Zorgen over de betaalbaarheid van het stelsel zijn onterecht, ‘hoewel politici dat nog altijd een belangrijk aandachtspunt lijken te vinden’
Toeslagen
Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen, toont dat aan in De staat van de sociale zekerheid in Nederland, een boek over veertig jaar hervormingen in de sociale zekerheid. In één opzicht is het socialezekerheidsbeleid van die afgelopen veertig jaar volgens hem zeer succesvol geweest. ‘De uitgaven aan sociale uitkeringen (inclusief toeslagen) zijn bijna gehalveerd’, aldus De Beer. ‘Dat komt niet doordat minder mensen een uitkering ontvangen: dat aantal schommelde in deze periode tussen 35 en 40 procent van de bevolking van 20 jaar en ouder. Wel is de arbeidsdeelname fors gestegen. Maar vooral zijn de uitkeringen minder genereus geworden.’
Vrouwen
Vooral het no-nonsense kabinet-Lubbers I (1982-1986) zette fors het mes in de hoogte van de sociale uitkeringen. In 1984 werden ze allemaal met 3 procent verlaagd, de koppeling aan de loonontwikkeling werd losgelaten en, in 1987, werd ook nog eens het uitkeringspercentage van de WAO verlaagd van 80 naar 70 procent. Al met al daalden door de maatregelen de uitgaven aan sociale zekerheid van 16 procent in 1983 naar 10 procent in 1996. En dat terwijl het aantal uitkeringsontvangers in al die jaren rond de 25 procent bleef schommelen. Het aandeel werkenden nam in die periode wel toe, vooral door de sterk groeiende arbeidsdeelname van vrouwen.
Betaalbaarheid
Het belangrijkste resultaat dat volgens De Beer is geboekt? ‘Dat de betaalbaarheid van het stelsel geen zorgen meer baart, hoewel beleidsmakers en politici dit nog altijd een belangrijk aandachtspunt lijken te vinden.’ De zorgen over een neerwaartse spiraal van oplopende uitkeringsaanspraken en -uitgaven en een afkalvend financieel en economisch draagvlak door een dalende arbeidsdeelname zijn weggenomen. Een opmerkelijke prestatie, aldus De Beer. Want ondanks de vergrijzing en verdubbeling van het aantal AOW-uitkeringen zijn de totale uitgaven aan sociale zekerheid als aandeel van het bbp sinds het midden van de jaren tachtig gehalveerd en in deze eeuw stabiel gebleven.
Minder solidariteit
Dat resultaat is volgens hem minstens zo zeer te danken aan de sterke stijging van de arbeidsparticipatie als aan de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Er is door die bezuinigingen wel een prijs betaald: minder herverdeling en minder solidariteit tussen werkenden en uitkeringsgerechtigden. Zo bieden de werknemersverzekeringen minder bescherming tegen een terugval in inkomen als gevolg van werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dat komt volgens De Beer doordat zowel de toegangsdrempels zijn verhoogd als de uitkeringen minder genereus zijn geworden qua hoogte en duur.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.