Als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg naar Mohammed. De zeven Gelderse jeugdhulpregio’s willen voortaan op de verblijfplek complexe jeugdzorg bieden. ‘Gesleep en geschuif willen we per se voorkomen.’
Niet meer slepen met zorgenkindjes
De 7 Gelderse jeugdhulpregio’s willen voortaan op de verblijfplek complexe jeugdzorg bieden. Gesleep en geschuif willen we per se voorkomen.
Gelderland biedt alle complexe jeugdhulp op verblijfplek
Een twaalfjarige is in zijn pas korte leven al op zijn derde verblijfplek. Door ernstige gedragsproblemen – agressie en weigeren zich naar regels te schikken – dreigt verhuizing naar zijn vierde plek. Zijn begeleiders kloppen met hun zorgen aan bij het Regionale Expertise Team (RET) in hun regio. Dat besluit op zijn beurt de ‘mobiele brigade’ in te schakelen, die sinds een jaar actief is in Gelderland, ter aanvulling van hun eigen werk.
‘Het uitgangspunt was de plek passend te maken, om een nieuwe doorplaatsing te voorkomen’, vertelt Emilie Deseine-Martin, “verbinder” van de mobiele brigade. Dit team van experts moet tijdelijk expertise toevoegen op de plek waar kinderen dan al wonen. Het is niet bedoeld in te grijpen in crisisachtige situaties, maar juist om met afstand rust en overzicht te brengen in de situatie en vooruit te kijken. ‘Bij paniek zijn we te laat. Onze meerwaarde zit vóór de crisis – wat wij de pauzeknop noemen’, legt Deseine uit.
In het geval van deze jongen: ‘We legden contact met alle betrokkenen, ook die van eerder verblijf. We deden observaties op de groep. Ook school betrokken we erbij, evenals de gezinshuismoeder als ervaringsdeskundige met dit kind. Ons advies was zijn sociaal-emotionele leeftijd in kaart te brengen. Die bleek rond de vier jaar te liggen. We opperden verder psychomotorische therapie en te zorgen voor een maatje buiten de groep. Door de samenwerking tussen groep, school en netwerk te versterken en duidelijke afspraken te maken, kon de jongen op zijn plek blijven’, aldus een opgeluchte Deseine.
De Gelderse regio’s (‘G7’) telden in 2025 minstens 260 kinderen en jongeren die zeer specialistische zorg nodig hebben. Emma van der Burgh, coördinator “essentiële functies” (waarmee deze “hoogspecialistische” zorg wordt aangeduid), vermoedt dat meer kinderen vastlopen in het systeem. Ze hebben ernstige problemen en moeten lang wachten op passende, zeer specialistische zorg, vaak ver van huis. Zijn ze na de eerste uithuisplaatsing niet op best denkbare plek, dan worden ze gemiddeld nog zes keer doorgeplaatst – het landelijke beeld.
Niemand zit op hen te wachten, denken ze. En feitelijk klopt dat
Jolanda de Heer
‘Met de beste bedoelingen, maar funest’, zegt de Barneveldse wethouder Jolanda de Heer (ChristenUnie). Zij is vicevoorzitter van het bestuurlijk overleg in de jeugdregio Food Valley. De Heer is enthousiast dat ze dit in Gelderland proberen te keren: ‘Deze jongeren hebben geen eenvoudige opvoedvragen, maar écht complexe casuïstiek.’ Kinderen die verkassen hebben soms niet eens tijd om afscheid te nemen. Hoe lang ze op hun nieuwe stek mogen blijven weten ze niet. Op den duur durven ze geen vriendschappen te sluiten, of lid te worden van de sportclub. Iedere doorplaatsing geeft hun zelfbeeld een knauw. Niemand zit op hen te wachten, denken ze. En feitelijk klopt dat.
Kindercarroussel
De Gelderse gemeenten vinden dit niet langer acceptabel. De zorg moet passend worden gemaakt óp de verblijfplek. Voorlopig voor jongeren die niet thuis wonen, ooit misschien thuis. Het streven is ze op te vangen in een kleinschalige, gezinsachtige setting. ‘Bij iedere doelgroep moet op iedere vorm van verblijf hoogspecialistische zorg ingezet kunnen worden’, zegt Van der Burgh. ‘Ook moet ambulante zorg gestapeld kunnen worden. Zo groeit de expertise en moet consultatie elders gemakkelijk worden voor de professionals die met deze kinderenwerken.’
De kindercarroussel stoppen vraagt om een vernieuwend inkoop- en bekostigingsmodel, waarin samenwerking en “dialoog” centraal staan. Sinds vorig jaar organiseren de gemeenten hoogspecialistische jeugdzorg via de Gelderse Jeugd Alliantie (GJA), een samenwerkingsverband van vijftien geselecteerde jeugdhulporganisaties. Kiezen voor één overkoepelend contract in plaats van meerdere regionale of individuele overeenkomsten, vereenvoudigt het slechten van organisatorische, juridische en financiële schotten. ‘Juist dat laatste is winst’, vindt Van der Burgh.
Iedere doorplaatsing geeft hun zelfbeeld een knauw
‘Schaarse expertise en capaciteit worden gebundeld en flexibel ingezet, en komen duurzaam beschikbaar.’ De samenwerking stimuleert volgens haar betrokkenheid bij alle partijen, nu zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn. De deelnemende partijen hebben ruimte om de afspraken de komende jaren aan te passen aan de ontwikkeling van de structuur. Niet onbelangrijke ‘bijvangst’ is dat gezamenlijke contractering administratieve lasten verlaagt. Er kan afscheid genomen worden van zeven regionale of zelfs 56 afzonderlijke inkooptrajecten (het aantal gemeenten) en bijbehorende procedures voor complexe zorg. Eén contract met uniforme afspraken volstaat.
Handen in het haar
Iedere Gelderse jeugdregio heeft nu een RET, een overlegorgaan van deskundigen dat helpt bij het vinden van maatwerkoplossingen voor complexe casussen waarin reguliere zorg vastloopt. Ze werken in opdracht van gemeenten en moeten uithuisplaatsingen voorkomen. De bedoeling is dat voor elk kind, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag en eventuele wachtlijsten, op korte termijn passende hulp wordt georganiseerd. Ouders en jongeren kunnen aankloppen bij het team, maar ook professionals die met de handen in het haar zitten. Verwijzers hoeven niet met kinderen te leuren. Eén team kijkt gezamenlijk naar het dossier. Waar nodig, wordt de eerder genoemde mobiele brigade ingeschakeld, die een aanvulling is op het werk van de RET’s.
‘Even een pas op de plaats om het probleem opnieuw te bekijken met een frisse blik’, zegt Deseine over de werkwijze. ‘Wat is er in de loop der jaren gebeurd en gedaan? Als mobiele brigade kijken we mee op de groep, om momenten te observeren waarop spanning oploopt. We coachen teams en behandelaren: wat kun je doen, wat beter niet? Onze aanwezigheid op locatie heeft grote meerwaarde ten opzichte van advies op afstand. Je wilt niet opnieuw iets inzetten wat eerder is geprobeerd.’
Dat is de praktijk die Deseine doorgaans ziet: ‘Zorg en hulpverlening beginnen zo extensief mogelijk. Wij willen van stepped care naar matched care. Waar we ons op richten: wat is nodig om het hier te laten slagen?’ Het gezamenlijke aanbod van de deelnemende instellingen gaat dwars door alle domeinen heen: jeugd- en opvoedhulp, GGZ, zorg voor jongeren met een lichte verstandelijke beperking, forensische zorg, verslavingszorg en onderwijs. Waarom kwam niemand eerder op die gedachte, sinds de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015?
Wethouder De Heer kijkt liever niet achterom maar vooruit. ‘Hartverscheurende verhalen’ hoort ze soms. ‘Het klinkt zo logisch om het zo aan te pakken, maar het blijkt een gigantische operatie.’ Ze ziet dat terug in Food Valley, en zelfs in haar eigen middelgrote gemeente. ‘Barneveld heeft veel sociale samenhang en kent een cultuur van samenwerken. Dan nóg krijg je casuïstiek op je bordje waarvan je denkt: hoe bestáát het? Meerdere partijen die met een gezin bezig zijn en de zorg onvoldoende weten te integreren. Maar als de kaart wordt uitgelegd snap ik het beter. Wáár moet je beginnen? Het kind of de jongere zelf is zelden het probleem. Het zit meestal in het hele gezinssysteem, met armoede, verslaving of complexe scheidingen en soms de keuzes van ouders.’
Inmiddels is de mobiele brigade een jaar onderweg. De snelheid waarmee het team opereert wordt door zowel ouders en jongeren als aanbieders gewaardeerd, zegt Deseine. ‘Als het RET de vraag helder heeft en de aanmelding compleet is, kan de mobiele brigade binnen drie werkdagen het eerste contact leggen met de verwijzer.
De laatste houdt de casusregie. Daarna plannen we zo snel mogelijk een gesprek met alle betrokkenen, voor vervolgstappen.’ Standaard wordt volgens Deseine kort na afronding van een traject een evaluatie gepland. ‘Hoe is het ervaren, wat kunnen we anders doen? Daar komen waardevolle lessen uit. Wat we van ouders en kinderen terugkrijgen, is dat zij zich gezien en gehoord voelen. Ze vinden het prettig dat er een neutrale partij instapt. Niet vanuit een belang, maar vanuit de vraag: waar loopt het op vast, en wat heeft prioriteit?’
Supertanker
De Barneveldse wethouder ziet de jeugdzorg als een supertanker. ‘Jaren is er veel gesleept met kinderen en jongeren, van zorg naar zorg naar zorg en van instelling naar instelling. Het duurt een poos om een tanker van koers te laten veranderen. Werkende weg willen we verbeteren.’ Ze wijst erop dat de deelnemende aanbieders ervan doordrongen zijn dat ze niet de eigen organisatie vooropstellen, maar het kind. ‘Als je als ouder of als jongere in Gelderland aanklopt bij een van die vijftien partijen, kunnen die niet zoals voorheen zeggen: erg dat je die zorg nodig hebt, maar wij zijn niet de aangewezen partner. We moeten naar passende ketenzorg. Zo nabij mogelijk, bijvoorbeeld in de wijk, met ambulante ondersteuning.’
Daarbij helpt de samenleving volgens de Gelderse bestuurder niet altijd direct mee. ‘De buurt moet bereid zijn mensen te ontvangen in haar midden. De buurvrouw moet het kunnen handlen, als in zo’n woning soms dingen gebeuren die je misschien liever niet zou willen. Wij hebben in Barneveld bijvoorbeeld een “pauzewoning” die wij huren van een woningstichting. Die gebruiken we soms als moeder en kind echt even het eigen huis uit moeten. Als overheid moet je daarbij de buurt meenemen en aanwakkeren: kunt u hier een positieve rol in spelen? In plaats van te roepen “kan de muziek voortaan zachter?”’
De Heer benadrukt dat ze in de meeste gevallen geen onwil aantreft. ‘Wel heeft de financiering lang een prikkel gegeven om primair de eigen toko overeind te houden. Bedrijfsmatig gezien gezond, maar niet altijd in het belang van het kind. Neem het punt van het vastgoed. Heb je veel gebouwen, dan wíl je misschien wel anders organiseren, maar uiteindelijk moet de jaarrekening kloppen. Dan wil je zorg dichtbij huis regelen, maar staat – als je je werk goed doet – je vastgoed leeg.’ Een specifieke uitkering van het rijk voor het afstoten van vastgoed (SPUK-vastgoedtransitie) moet de pijn verzachten.
Zorgen over tijdelijke financiering
‘Het idee van de G7 sluit aan bij wat we hebben afgesproken in de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, zegt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (Progressief Nederland). ‘We zien dat kleinere en middelgrote gemeenten worstelen met de inkoop van met name gespecialiseerde hulp.’ Westerveld hoopt dat het samenwerkingsverband niet meer bureaucratie en coördinatietijd vergt bovenop de tijd die hieraan binnen gemeenten al wordt besteed. ‘Wat helpt is dat veel gemeenten in Gelderland goede contacten hebben met elkaar’, zegt ze.
Over de financiering op termijn maakt het Kamerlid zich zorgen. Gemeenten zijn deels gecompenseerd voor de jeugdzorgtekorten in 2023 en 2024. Maar de bezuinigingen uit de Hervormingsagenda Jeugd zijn al ingeboekt, ‘terwijl plannen om werkelijk te besparen achterblijven’, aldus Westerveld. ‘Voortdurend komt er tijdelijk geld bij, vaak via de Voorjaarsnota. Maar met tijdelijk/ incidenteel geld kunnen gemeenten geen langjarige contracten afsluiten of grote projecten aangaan.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.