Nul daklozen in 2030. Dat was het doel van het plan van toenmalig staatssecretaris Maarten van Ooijen (VWS) in 2022. Voorlopig lopen de cijfers echter alleen maar op.
Monitor laat stijging aantal dakloze mensen zien
In 2024 maakten ruim 2.000 meer dakloze mensen gebruik van noodopvang en tijdelijke opvang dan het jaar ervoor.
Noodopvang
De meest recente aanwijzing daarvoor is te vinden in de Monitor Dakloosheid. Die laat zien dat er in 2024 ruim 2.000 meer dakloze mensen gebruik maakten van noodopvang en tijdelijke opvang dan het jaar ervoor. Waren het er in 2023 nog 18.425, in 2024 werden er 20.695 geteld.
Hogere druk
Uit de Monitor blijkt dat er grote verschillen zijn tussen G4 en niet-G4 regio’s. Het aantal dakloze personen in de opvang per duizend inwoners ligt in de G4-regio’s ruim twee keer zo hoog als in de overige regio’s. In de regio’s rondom de vier grote steden gaat het om 2,89 daklozen per duizend inwoners. In de andere regio’s gaat het gemiddeld om net iets meer dan één dakloze per duizend inwoners. Dat bevestigt volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het beeld dat grootstedelijke gebieden een relatief hogere druk kennen op de maatschappelijke opvang.
Jongeren
Bij het aantal jongeren (18-23 jaar) in de opvang zijn er opvallende regionale uitschieters. Centrumgemeente Rotterdam scoort met 2,88 jongeren per duizend inwoners veruit het hoogst; bijna 3 keer zoveel als centrumgemeente Amsterdam. Maastricht zit met 0,08 dakloze jongeren per duizend inwoners het verst onder het gemiddelde voor centrumgemeenten.
De sterke variatie bij die leeftijdscategorie is niet te zien bij andere groepen. Een mogelijke verklaring is dat er lokale factoren een rol spelen, zoals het beschikbare aanbod aan opvangplekken, jeugdzorgovergangen, woningmarkt of preventiebeleid. Een nadere duiding hoopt de gemeentekoepel in de toekomst te kunnen geven door meer verbanden te leggen met andere data van het CBS.
Arbeidsmigranten
In niet-G4-regio’s blijken relatief 1,99 per duizend inwoners met een EU-nationaliteit (niet-Nederlands) in de opvang geregistreerd. Daarbij geldt eveneens dat er flinke uitschieters zijn in enkele regio’s. Die hogere aantallen kunnen wijzen op een relatie met arbeidsmigratie, waarbij valt te denken aan factoren zoals flexibele arbeidscontracten, huisvestingsproblematiek en beperkte toegang tot voorzieningen.
De monitor is het resultaat van een samenwerking tussen het CBS, de VNG, het ministerie van VWS en de landelijke branchevereniging Valente. De monitor geeft door zijn karakter (BSN-registratie) volgens de VNG wel een beperkt beeld (alleen de opvang waar BSN wordt geregistreerd), maar maakt interessante verbanden mogelijk.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.