Stel, je wil een school stichten. Dan hoef je niet veel meer te doen dan handtekeningen ophalen. Die handtekeningen komen van ouders die belangstelling hebben voor de nieuwe school, zonder de garantie dat zij hun kind(eren) daar straks aanmelden. Vervolgens doe je een aanvraag bij het ministerie van OCW: dit is ons plan, dit is de wijk die we op het oog hebben, hier zijn de handtekeningen. Als de minister het initiatief vervolgens goedkeurt, wat vrijwel altijd gebeurt, bepaalt de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen uit 2020 dat je als gemeente te leveren hebt: je móet zorgen voor huisvesting. En daar hebben wij grote moeite mee.
Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen
Utrecht wil strengere voorwaarden voor nieuwe scholen om de kwaliteit en toekomstbestendigheid van het bestaande onderwijs te beschermen.
De leerlingenaantallen in Utrecht staan onder druk, onderwijshuisvesting is schaars, het lerarentekort is groot, taal- en rekenonderwijs moet beter en er zijn veel scholen die zich rond of onder de opheffingsnorm bevinden. Onze ambitie is om robuuste scholen van goede kwaliteit te vormen. Scholen die in staat zijn om klappen als teruglopende leerlingenaantallen of uitval van leraren op te vangen, en die kunnen investeren in de kwaliteit van het onderwijs. In Utrecht onderzoeken de gemeente en verschillende schoolbesturen daarom de mogelijkheden om samen te gaan. In wijken als Kanaleneiland en Rivierenwijk – waar veel kinderen met een taalachterstand aan de basisschool beginnen – zien we de eerste fusiescholen ontstaan. Maar we hebben deze beweging nog niet ingezet of er kloppen nieuwe initiatiefnemers aan de deur, wapperend met de opgehaalde handtekeningen.
De vraag is niet of er ruimte moet zijn voor nieuwe scholen, maar onder welke voorwaarden
Morgen debatteert de Tweede Kamer over de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Het is belangrijk dat de Kamer er bij staatssecretaris Tielen op aandringt om de wet te herzien. Overigens niet alleen omdat dat de kwaliteit en toekomstbestendigheid van ons onderwijs ten goede komt, maar ook omdat uit de evaluatie van de wet blijkt dat nieuwe scholen gemiddeld een homogener leerlingenbestand hebben dan bestaande scholen in dezelfde omgeving. Groepen kinderen groeien hierdoor steeds meer gescheiden op. Onderwijs is bij uitstek een plek waar jongeren elkaar ontmoeten en leren dat onze samenleving divers is. Dat red je niet met een lesje burgerschap, maar alleen als we de school zien als democratische oefenplaats.
Gelukkig is de wil bij de staatssecretaris er zeker. Ze heeft al aangegeven dat ze de wet wil verbeteren. Zo wil ze gemeenten meer tijd geven voor het vinden van een passende ruimte: een concrete maatregel die ons zeker helpt. Tegelijkertijd hebben we in Utrecht en de andere G4-steden behoefte aan verderstrekkende aanpassingen.
Allereerst: zorg ervoor dat er geen nieuwe initiatieven kunnen worden ingediend voor gebieden waar veel scholen zich al op of onder de opheffingsnorm bevinden, of wanneer er sprake is van dalende leerlingenprognoses. Ten tweede: zorg ervoor dat er (veel) meer handtekeningen nodig zijn om een initiatief van de grond te krijgen. Ten derde: verplicht initiatiefnemers om te onderzoeken of hun wensen samen met bestaande schoolbesturen kunnen worden gerealiseerd. En tot slot: sluit nieuwe initiatieven van schoolbesturen die onder toezicht staan op voorhand uit. Op dit moment geeft het ministerie vrijwel altijd akkoord op aanvragen, ook als een schoolbestuur eerder als zeer zwak of onvoldoende is beoordeeld. Onwenselijk, vinden wij, en eenvoudig aan te passen.
De vraag is niet of er ruimte moet zijn voor nieuwe scholen, maar onder welke voorwaarden. Ik hoop echt dat de staatssecretaris snel werk maakt van aanpassing van de wet, zodat bij de beoordeling van nieuwe initiatieven ook de lokale situatie – dus de gevolgen voor de kwaliteit en robuustheid van het bestaande onderwijsaanbod – wordt meegenomen.
Dennis de Vries, wethouder gemeente Utrecht
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.