In 2025 en 2026 is twee derde van de inkoop van Wmo-zorg en jeugdhulp niet-selectief. Gemeenten noemen hun inkoop soms een overheidsopdracht, terwijl ze in de praktijk alle aanbieders die aan de kwaliteitseisen voldoen contracteren. Daarmee lijkt deze werkwijze sterk op open house. Dat instrument, dat tussen 2018 en 2023 aan populariteit verloor, is weer duidelijk in opkomst. Wel leggen gemeenten de kwaliteitsdrempel veel hoger dan in de periode 2015 – 2020, concludeert het Public Procurement Research Centre (PPRC).
Inkoop Wmo en jeugdhulp: open house maakt comeback
De sterke stijging van het aandeel overheidsopdrachten in 2023 is inmiddels weer met bijna 30 procent afgenomen
Hoe gemeenten het sociaal domein inkopen en vormgeven
Inkopen en contracteren zijn voor gemeenten belangrijke instrumenten om jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning te organiseren. Hoe is dat de afgelopen jaren veranderd?
In deze serie belicht Binnenlands Bestuur, op basis van de monitor gemeentelijke zorginkoop van het Public Procurement Research Centre (PPRC), de belangrijkste trends en ontwikkelingen in de gemeentelijke zorginkoop.
Vandaag deel drie: ontwikkelingen in (inkoop-)instrumenten
Lees hier deel één: ontwikkelingen in de bekostiging
Lees hier deel twee: contractduur Wmo en jeugdhulp wordt steeds langer
Gemeenten kunnen voor het contracteren van Wmo-zorg en jeugdhulp verschillende juridische instrumenten inzetten: subsidies, overheidsopdrachten en open house. Subsidies zijn bedoeld om bepaalde activiteiten te stimuleren en niet om diensten ‘in te kopen’, hoewel sommige voorzieningen zich op het grensvlak bevinden. Denk aan de opvang van dak- en thuislozen (maatschappelijke opvang) en (in mindere mate) instanties voor beschermd wonen. Ook de jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt in veel gemeenten gesubsidieerd.
Aanbesteding
Het overige wordt gekwalificeerd als inkoop. Wanneer een gemeente een beperkt aantal contracten gunt, is er sprake van het aanbesteden van een overheidsopdracht. Via een aanbesteding bepaalt de gemeente welke aanbieder of aanbieders het beste aanbod doen.
Open house
Daartegenover staat open house. Daarbij stelt de gemeente vooraf kwaliteitseisen vast. Alle aanbieders die daaraan voldoen, kunnen vervolgens een contract krijgen. De gemeente garandeert daarbij geen omzet. De cliënt kiest zelf uit de gecontracteerde aanbieders.
Weerstand
Tegen de inkoop via open house bestond veel politieke weerstand. Voormalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) wilde ervanaf. Zijn opvolger staatssecretaris Maarten van Ooijen (ChristenUnie) wilde open house beperken om de groei van het aantal zorgbedrijven aan banden te leggen. In april 2024 nam de Tweede Kamer een motie aan die het kabinet opriep deze vorm van inkoop onmogelijk te maken. Open house zou leiden tot ‘onwenselijke concurrentie’, ‘onrealistische tarieven’ en de opkomst van ‘commerciële jeugdzorgaanbieders’. Hoewel PPRC en adviesbureau Significant deze veronderstellingen in een eerder onderzoek hebben ontkracht, verloor open house tussen 2018 en 2023 flink aan populariteit (zie tabel 1).
Kanteling
‘Interessant genoeg is deze ontwikkeling anno 2026 weer grotendeels gekanteld’, schrijft PPRC. In 2025 en 2026 zijn de aandelen van de drie juridische instrumenten opnieuw in kaart gebracht. De sterke stijging van het aandeel overheidsopdrachten in 2023 is inmiddels weer met bijna 30 procent afgenomen.
Juridisch versus praktijk
De cijfers vragen volgens PPRC wel om enige nuancering. Voor de analyse is uitgegaan van de definities die gemeenten zelf hanteren. Daardoor zit een deel van de open-houseconstructies verborgen onder het label ‘overheidsopdracht’. Dat komt doordat een gemeente een procedure kan aanmerken als een overheidsopdracht, bijvoorbeeld wanneer zij een ‘SAS-procedure conform de Aanbestedingswet’ gebruikt. Juridisch is dan inderdaad sprake van een overheidsopdracht. Dat geldt zelfs wanneer de gemeente geen gunningscriteria gebruikt en feitelijk alle aanbieders die aan de voorwaarden voldoen een raamovereenkomst aanbiedt. Maar in de praktijk komt dat neer op open house.
Selectief of niet-selectief
Daarom heeft PPRC ook gekeken naar de selectiviteit van de inkoop. De vraag is dan niet welk juridisch label een gemeente gebruikt, maar hoeveel aanbieders daadwerkelijk een contract krijgen. Wordt een beperkt aantal aanbieders geselecteerd, dan is sprake van selectieve inkoop – een overheidsopdracht. Krijgt iedere aanbieder die aan de eisen voldoet een contract, dan is de inkoop niet-selectief – en in feite open house.
Kwaliteitsdrempel
Die benadering geeft een ander beeld. In 2025 en 2026 is twee derde van de Wmo- en jeugdhulpinkoop niet-selectief. ‘Hoewel een gemeente het soms een overheidsopdracht noemt, is er dus in veel situaties helemaal geen sprake van een selectieve inkoop’, aldus PPRC. ‘Na een terugloop in populariteit zien we dat er dus veel gemeenten voor Wmo en jeugdhulp weer open house hanteren.’ Daarbij is volgens het onderzoekscentrum wel iets veranderd. Gemeenten leggen de kwaliteitsdrempel aanzienlijk hoger dan in de periode 2015 – 2020.
Geen behoefte
Ook tussen verschillende zorgvormen bestaan verschillen. Bij maatschappelijke opvang, crisishulp en de gesloten jeugdzorg ligt het aandeel niet-selectieve inkoop lager dan gemiddeld. Dat is volgens PPRC niet verrassend. Bij deze voorzieningen is er geen behoefte om met (te) veel verschillende aanbieders te werken. Of het is überhaupt in de praktijk onmogelijk.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.