Overslaan en naar de inhoud gaan

Zonnepanelen worden verplicht, maar branche zelf is kritisch

Dit jaar wordt een Europese verplichting van kracht. Een gesprek hierover met Nold Jaeger van branchevereniging Holland Solar.

Zonnepanelen op een loods in Amsterdam.
Zonnepanelen op een loods in Amsterdam. - ANP

Er komt vanaf dit jaar een verplichting voor het aanleggen van zonnepanelen op grote daken. Uiterlijk eind mei moet Nederland namelijk het eerste deel van de hernieuwde Europese Richtlijn Energieprestatie Gebouwen (EPBD) hebben omgezet in nationale wetgeving. Maar wie verwacht dat branchevereniging Holland Solar nu staat te juichen, heeft het mis. Beleidsdirecteur Nold Jaeger is kritisch op de volgens hem minimale uitvoering door het rijk.

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Dat er een verplichting komt, is voor jullie een groot moment. Toch?

Nold Jaeger: ‘Ik ben in een ver verleden geschiedenisdocent geweest. Misschien is het daardoor een vervelende neiging van mij om eerst terug in de tijd te gaan. Er is op nationaal niveau een hele tijd de discussie geweest of gemeenten niet de mogelijkheid moeten krijgen om zonnepanelen op daken te verplichten. En of er dus niet een haakje in de wet moet komen, die gemeenten de bevoegdheid geeft om tegen eigenaren van grote gebouwen te zeggen: “Met de grote ruimte die je inneemt, heb je een verantwoordelijkheid om wat zonnepanelen op dat dak te leggen. Dat scheelt in onze gemeentelijke ruimtelijke ordening.” Dat haakje zou in het Bbl, het Besluit bouwwerk leefomgeving, terechtkomen.

Maar twee jaar geleden zei de minister dat er een Europese verordening aan kwam, met daarin een nationale verplichting. Nu die Europese verplichting er is, hoeft het ministerie van VRO die alleen maar om te zetten naar nationale wetgeving en een norm te zetten: hoeveel van je dak moet je daadwerkelijk met die zonnepanelen bedekken? En wat worden de uitzonderingsgronden? Daarin zijn we nu teleurgesteld, omdat we zeggen: de mogelijkheid was er om die gemeenten te helpen, om ruimtelijk echt wat te doen. Maar nu wordt een hele lage norm gesteld, waarvan je je af kan vragen waar die toe leidt.’

In de Europese richtlijn staat dat de verplichting voornamelijk geldt voor gebouwen die niet voor bewoning zijn. Al komen er op termijn wel nieuwbouwwoningen onder te vallen. Jullie hebben kritiek op de norm en op de uitzonderingsgronden. Wat is er met die eerste mis?

Nold Jaeger: ‘Als je de voorgestelde norm doorrekent, kom je erop dat je ongeveer 15 procent van het dak met zonnepanelen moet bedekken. Het gaat hier om bestaande gebouwen met een dakoppervlak van 800 of 1000 vierkante meter. Stel: je bouwt een nieuwe logistieke hal langs een snelweg of een provinciale weg: hoe logisch is het dat we daar maar 15 procent dakbedekking vereisen? Verhoog die norm nou tot 80 procent van het dak, want dat is ongeveer wat technisch kan. 

We zeggen niet: zonnepanelen moeten zichtbaar worden vanaf de straat, we zeggen ook niet dat ze er aan alle kanten overheen moeten hangen. Het gaat ons erom wat je veilig kunt installeren, en we zien dat bij gebouweigenaren die er nu al voor kiezen dat 80 procent een goede maatgevende norm is. Dan houd je ruimte voor aircoinstallaties, warmtepompen en noem maar op wat er ook op een dak komt.’

Dat is een wel erg groot verschil: 15 of 80 procent. Hoe kunnen die visies zo uiteen liggen?

Nold Jaeger: ‘De visie van het ministerie is dat we niet meer verplichten dan het minimale wat nodig is om te voldoen aan de Europese verordening. Het is een hele strikte interpretatie van de verordening. Maar als je kijkt naar de preambule, dan zie je dat die er is gekomen in de tijd dat we de vorige energieprijscrisis hadden. Toen werd al gezegd: laten we nou meer zonne-energie lokaal opwekken om minder afhankelijk te zijn van het buitenland. Nu zitten we in dezelfde discussie: misschien was het toch handig als we wat minder afhankelijk worden van de olie- en gasmarkten.’

Jullie hebben als Holland Solar ook kritiek op de uitzonderingsgronden. Wat is een belangrijke?

Nold Jaeger: ‘In de nieuwe wet zijn veel uitzonderingsgronden opgenomen die overlappen. Een voorbeeld is de uitzondering voor netcongestie. Onze zorg is dat het rijk aanneemt dat er altijd netcongestie zal zijn, terwijl we die netcongestie juist aan het oplossen zijn. Als bijvoorbeeld na twee jaar ergens een transformatorstation is vervangen en er lokaal weer ruimte ontstaat, blijft alsnog de verplichting eraf. Het zou voldoende zijn om in de wet als voorwaarde voor de verplichting op te schrijven dat de zonnepanelen financieel renderen. 

Kijk daarom naar het stroomverbruik in het gebouw zelf. Als die hoog is, loont het veel zonnepanelen neer te leggen. Want het zijn de goedkoopste kilowatturen die je direct zelf verbruikt: over wat je zelf opwekt, betaal je geen netbeheerkosten en belastingen. Op het moment dat een gebouw met een echt groot dakoppervlak zelf weinig stroomverbruik heeft, en er is tegelijkertijd invoedingscongestie op het net, schroef dan het verplichte aantal panelen op het dak terug tot wat het gebouw nodig hebt. Dat kun je regelen met maar één voorwaarde voor de verplichting: dat het financieel rendeert.’

Jullie vinden dat zonnepanelen een terugverdientijd van 20 jaar moeten hebben: twee keer zoveel als het rijk wil. Ook dat is een groot verschil.

Nold Jaeger: ‘Op het moment dat je de terugverdientijd op twintig jaar legt, leg je die neer op de levensduur van de panelen. We hebben in eerste instantie bij het ministerie gepleit om te stoppen met de term ‘terugverdientijd’. Want op dit moment is de terugverdientijd al twee keer zo aantrekkelijk, puur omdat de elektriciteitsprijzen zijn gaan stijgen doordat Trump Iran aan het bombarderen is. Daardoor zou je nu kunnen zeggen: je moet heel veel zonnepanelen extra plaatsen. 

Maar stel, over een half jaar is het weer rustig, de stroomprijzen zijn gedaald; dan moet je ineens terugschroeven. De vraag zou dus moeten zijn: kun je de panelen binnen de levensduur terugverdienen? Zo ja, dan is het een positieve investering. Zonnepanelen hoeven geen goudmijn te zijn, want je wekt die zonnestroom ook op vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als je die norm op twintig jaar stelt, gaat niemand financieel ten onder en hou je iets meer ruimte in de terugverdientijd.’

Nold Jaeger

Als zonnepanelen renderen, al leveren ze geen gouden bergen op, dan is dat toch voldoende?’

Alsnog maakt dat de financiële aantrekkingskracht van zonnepanelen een stuk minder groot.

Nold Jaeger: ‘Op zich blijft de financiële aantrekkingskracht hetzelfde, want de omvang van de investering verandert niet. Wij zeggen alleen: naar welke maatstaf moet die investering aantrekkelijk zijn? Het is net zoals je zegt: na twintig jaar moet ik mijn dak vervangen, want dat is een gewoon onderdeel van het gebouw. Als we op een dak het bitumen vervangen, hebben we het ook niet over een terugverdientijd. We hebben het over de levensduur.’

Maar met dakleer op je dak kun je geen geld verdienen. Wel met zonnepanelen, en al helemaal op de balansmarkt.

Nold Jaeger: ‘Het is ook niet erg dat mensen met hun zonnepanelen geld verdienen. Maar wat wij ingewikkeld vinden, is dat je als overheid de norm stelt dat je dat moet doen. Als zonnepanelen renderen, al leveren ze geen gouden bergen op, dan is dat toch voldoende?’

Jullie klagen ook over de uitzonderingsgrond voor gebouwen die niet verwarmd of gekoeld worden voor mensen. Dat klinkt inderdaad raar, want er zijn bijvoorbeeld genoeg datacenters met grote daken.

Nold Jaeger: ‘Wat het ministerie wil voorkomen is dat als je een fietsenhok aanlegt of in een wijk een transformatorhuisje neerzet, dat daar zonnepanelen op moeten. Dat snappen wij. We hebben hier met juristen over gesproken, die zeiden: als je in het bouwbesluit nou de term ‘bouwwerk niet zijnde een gebouw’ gebruikt, dan sluit je alle zendmasten en transformatorstations uit, maar komen datacenters nog wel onder de verplichting te vallen. Aan de andere kant gaat het dan om een relatief klein deel van het aantal gebouwen in Nederland. Vandaar dat ik de uitzonderingsgronden voor netcongestie en de business case relevanter vind.’

Hoe ziet het krachtenveld eruit? Krijgen jullie tegenwerking vanuit de vastgoedinvesteerders en -eigenaren?

Nold Jaeger: ‘In de zienswijzen op het besluit zien wij niet een enorme tegenkracht. Ik denk dat het er meer mee te maken heeft dat de vorige minister geen stap verder wilde gaan dan Nederland van Brussel moest. Het voorstel zoals het er nu ligt, is een politieke keuze om in die lijn door te gaan. Wij zeggen nu: er is een nieuwe minister, er zit een nieuw kabinet met andere prioriteiten, dus pas dit alsjeblieft nog aan.

Een vierkante meter zonnepaneel is goedkoper dan een vierkante meter schutting bij de Gamma. De grootste kostenpost zijn de mensen die ze netjes en goed installeren. Bij de nieuwbouw van woningen is er nu al een verplichting van twee zonnepanelen. Die zou ik ‘gemistekanspanelen’ noemen, want als de nieuwe bewoner een warmtepomp heeft draaien of een elektrische auto wil opladen, moet die opnieuw een dure installateur opbellen om er tien zonnepanelen bij te leggen. Die twee verplichte zonnepanelen komen uit de BENG-norm: Bijna EnergieNeutrale Gebouwen.

Wij zijn bang dat het rijk die lijn van denken nu doorzet met de nieuwe verplichting. Die BENG-norm heeft een hele lage opwekverplichting, omdat die norm gerelateerd werd aan de warmte-koude vraag van een gebouw. En omdat we gebouwen heel goed isoleren, is die vraag maar beperkt.

Ik denk dat een hoop gemeenten nu denkt: er was ons een mogelijkheid tot verplichten beloofd, maar we krijgen niks. Ze worden zonder goed instrument de energietransitie ingestuurd. Terwijl er geen gemeente is die niks met zon op dak wil. In al hun RES-doelen komt zon op dak terug als meest wenselijke factor. Gemeenten kunnen gebouweigenaren nu aanmoedigen, maar verder niks. Ik denk dat het ook aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is zich op dat punt te laten horen.’

29 mei

Straks op 29 mei moet het eerste deel van de Europese Richtlijn Energieprestatie Gebouwen (EPBD) in Nederland van kracht worden.

De Raad van State brengt heel binnenkort nog een advies uit over de noodzakelijke wijzigingen die het rijk aanbrengt in meerdere bouwbesluiten.

ESG en duurzaamheid in de publieke sector

ESG en duurzaamheid in de publieke sector

Ben je voorbereid op de nieuwe ESG-wetgeving en de impact ervan op jouw organisatie? Zorg dat je voorop loopt in duurzaamheid en regelgeving.

schrijf u vandaag nog in

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in