Alle 25 omgevingsdiensten moeten per 1 april zo ‘robuust’ zijn dat zij hun taken goed kunnen uitvoeren. Niet alle diensten zullen die deadline halen. De minister wil bij niet-robuuste omgevingsdiensten kunnen ingrijpen via een nieuwe wet. De VNG is tegen, terwijl natuurorganisaties vinden dat die wet niet ver genoeg gaat. Beide partijen leggen hun standpunt uit.
Omstreden paardenmiddel voor het VTH-stelsel
Via het wetsvoorstel Wet versterking VTH-stelsel milieu wil minister Karremans (VVD) gaan ingrijpen bij niet robuuste omgevingsdiensten.
Ingrijpen
Via het wetsvoorstel Wet versterking VTH-stelsel milieu wil minister Vincent Karremans (VVD) straks dwars door het bestaande decentrale stelsel heen kunnen ingrijpen bij niet robuuste omgevingsdiensten. Ook moet er een wettelijke verankering komen van robuustheidscriteria en kwaliteitsindicatoren. Zo wil de bewindsman korte metten maken met de huidige fragmentatie en vrijblijvendheid van het VTH-stelsel, waarover een commissie onder leiding van Jozias van Aartsen in 2021 met het rapport Om de leefomgeving de noodklok luidde.
Zal de nieuwe wet de oplossing brengen? Binnenlands Bestuur legde het voor aan Astrid van de Klift, die het woord voert namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), en aan Frans Vollenbroek, voorzitter van Stichting Advocaat van de Aarde.
Meer tijd
‘Er zijn de laatste jaren veel verbeteringen doorgevoerd in het VTH-stelsel, maar er moet ook nog heel veel méér gebeuren’, vat Astrid van de Klift de huidige stand van zaken in het VTH-domein samen. Ze is gemeentesecretaris in Nijmegen en portefeuillehouder VTH in de VNG-commissie Economie, Klimaat, Energie en Milieu. ‘Aken en Keulen zijn tenslotte ook niet in één dag gebouwd. Er moet meer ruimte, meer tijd komen om het VTH-stelsel samen met alle betrokken partijen door te ontwikkelen.’
Samenvoegen
Volgens Van de Klift komen OD’s er inmiddels meer en meer achter dat de verlangde robuustheid en massa ‘eigenlijk alleen maar voor elkaar gebokst kan worden door omgevingsdiensten ook daadwerkelijk samen te voegen.’ Ze ziet dat ‘sommige omgevingsdiensten’ daarbij ‘iets meer tijd nodig hadden om dat tot zich door te laten dringen’ of ‘ zich daar wat tegen verzet hebben’. Dat betreft vooral OD’s zonder grote bedrijven in de regio en (dus ook) zonder bijbehorende milieuoverlast. Maar, zegt Van de Klift: ‘Langzaamaan voelt elke dienst dat ze gewoon mee moeten in de stroom.’
Ingrijpend
In haar eigen regio maakt Van de Klift momenteel de fusie van de omgevingsdiensten Arnhem en Nijmegen van dichtbij mee. ‘Een ingrijpend proces. Er gaat veel tijd overheen voordat het proces is geïnstitutionaliseerd tot een nieuwe gemeenschappelijke regeling en het allemaal in kannen en kruiken is. Wij denken dat het rijk daar de ogen wat voor sluit. Alsof iets dat je op papier zet ook meteen is gerealiseerd.’
Het horizontaal toezicht van gemeenten onderling moeten we met elkaar verbeteren.
Astrid van de Klift
Dadendrang
Niet alle diensten zullen fuseren. Via interbestuurlijk toezicht zouden sommige OD’s tot meer dadendrang kunnen worden bewogen, maar daar ontbreekt het volgens Berenschot vaak aan. ‘Ik denk dat dat een punt is waar wij zelf ook vaak naar hebben gewezen’, reageert Van de Klift. ‘Het horizontaal toezicht van gemeenten onderling moeten we met elkaar verbeteren. Maar we zien ook dat het toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) naar de provincie, en vervolgens van provincie naar gemeente moet worden versterkt. Naar onze opvatting kan dat prima binnen het huidige stelsel, zonder daarvoor iets nieuws op te tuigen.’
Samenwerkingsmodus
Nee, wat haar betreft hoeft de minister van IenW dus geen uiterste redmiddel te krijgen om zélf in te grijpen bij niet-robuuste omgevingsdiensten. ‘Wij zijn volop met de versterking van de omgevingsdiensten bezig. Nu worden we geconfronteerd met een wetsvoorstel waarin staat dat het allemaal per 1 april geregeld moet zijn, want anders kunnen er maatregelen volgen. We zien niet in hoe dit ons verder gaat helpen. Het past ook niet in de structuur van ons decentrale stelsel. En hoe moet ik me de praktijk voorstellen? Gaat het rijk die omgevingsdiensten dan overnemen? Kijk, we snappen de druk, maar streven uiteindelijk hetzelfde doel na als het rijk. Laten we ervoor zorgen dat we in de samenwerkingsmodus blijven.’
Zienswijze
Samen met zijn bekende MOB-broer Johan probeert Frans Vollenbroek het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving in Nederland standvastiger en minder versnipperd te krijgen. Als voorzitter van Stichting Advocaat van de Aarde schreef hij samen met MOB en Grootouders voor het Klimaat een zienswijze op de Wet versterking VTH-stelsel milieu.
Niet ver genoeg
Wat Frans Vollenbroek betreft gaat dat wetsvoorstel lang niet ver genoeg. Advocaat van de Aarde wil dat omgevingsdiensten zelfstandige bestuursorganen worden, gefinancierd door het rijk en met meer afstand tot de (lokale) bestuurlijke vertegenwoordiging. De diensten zouden een eigen bevoegdheid tot handhaving moeten krijgen. Ook zou wettelijk moeten worden vastgelegd dat elke afgegeven vergunning na vijf jaar wordt herbeoordeeld. Dit omdat de beschikbaarheid van nieuwe technieken de milieudruk sterk kunnen verminderen. De ILT zou in de ogen van Advocaat van de Aarde moeten toezien op het functioneren van de diensten.
Miskleunen
‘Ik wil er best op vertrouwen dat omgevingsdiensten hard werken om hun robuustheid te verbeteren’, licht Vollenbroek toe. ‘Maar wij zien in de praktijk nog heel veel miskleunen. Vorige week nog bij SkyNRG in Delfzijl. Het bedrijf wil duurzame kerosine maken uit biomassa-afval. Daar kunnen we niks op tegen hebben. Maar die vergunning was zo ingericht dat er nog best een flinke afvalwaterstroom bij zou vrijkomen. Mijn broer heeft daar namens MOB beroep tegen aangetekend. Het kwam tot een gesprek. Uiteindelijk zijn MOB en SkyNRG tot de conclusie gekomen dat het mogelijk is om de nieuwe fabriek nagenoeg afvalwatervrij te bouwen. Dat gaat de omgevingsdienst nu alsnog netjes opschrijven in een aangescherpte vergunning. Daarmee zit MOB gewoon het werk van de OD te doen!’
Hoe kan dat? Wellicht door te weinig kennis bij de omgevingsdienst, gist Vollenbroek. ‘Of hechtten de wethouders in het dagelijks bestuur van de OD te veel aan het economisch belang van SkyNRG, omdat het bedrijf anders wellicht naar de Botlek was uitgeweken?’
Wanneer de omgevingsdiensten hun werk goed doen, hoeven ze nergens bang voor te zijn.
Frans Vollenbroek
Minder invloed
Het ministerie van IenW wil met de Wet versterking VTH-stelsel milieu kunnen ingrijpen bij diensten die, om wat voor reden dan ook, in gebreke blijven. Vollenbroek begrijpt het protest over dat voorstel vanuit de VNG niet. ‘Het is toch niet erg als er onafhankelijk toezicht komt. Wanneer de omgevingsdiensten hun werk goed doen, hoeven ze nergens bang voor te zijn.’ Het VTH-stelsel heeft wat hem betreft grote behoefte aan onafhankelijkheid en doorzettingsmacht. En (dus) aan minder invloed erop vanuit het lokale bestuur.
Overschrijden
‘Ik begrijp best dat gemeenten dat niet willen’, besluit Vollenbroek. ‘Maar we zijn in Nederland op tal van punten ecologische limieten aan het overschrijden. En als de emmer eenmaal vol zit, is elke extra druppel te veel.’ Niet elke gemeente of omgevingsdienst kan volgens Vollenbroek bevatten wat de impact van een losse lokale vergunning op het grotere geheel is. En het is volgens hem de vraag of ze die expertise onder het huidige regime op korte termijn kunnen opbouwen. ‘Eerlijk gezegd: ik denk van niet.’
Lees het hele verhaal deze week in BB05 (inlog).

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.