Nee, vrijwel geen enkele van de 750 beschermde waterlichamen in Nederland voldoet aan de Kaderrichtlijn Water. Dat zei de directeur-generaal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vorig jaar in de Tweede Kamer. De deadline van deze Europese richtlijn ligt op eind 2027, na al twee keer zes jaar te zijn uitgesteld.
‘Ik kan u zeggen: wij hebben de juridische risico’s in beeld’
De overheid bereidt zich voor op de gevolgen van het niet-halen van de Kaderrichtlijn Water. Nederland moet een goed verhaal hebben.
‘We zijn bezig met een eindsprint richting 22 december 2027’, meldde demissionair minister Robert Tieman afgelopen maandag in dezelfde Kamer. Op die woensdag, vlak voor de kerstdagen volgend jaar, loopt de Europese richtlijn namelijk finaal af. Waarna Tieman al snel toevoegde: ‘Die eindsprint, ook al gaan we echt sprinten, gaan we niet halen. Laat dat helder zijn.’
Zorgen
Al jaren zijn er zorgen wat het juridisch gaat betekenen dat Nederland niet voldoet aan de Brusselse wetgeving, vooral ook omdat andere bindende Europese natuurwetgeving het Nederland al zo moeilijk maakt.
‘Ik kan u zeggen dat wij de juridische risico’s in beeld hebben’, meldde Tieman maandag. ‘Op dat punt zitten we op één lijn met andere overheden en kennisinstellingen: we gaan niet tegen een generiek waterslot aanlopen. Dat is ook duidelijk uiteengezet in het rapport van de landsadvocaat dat afgelopen zomer vertrouwelijk met uw kamer gedeeld is.’
Vertrouwelijk
Dit rapport van de landsadvocaat wordt vertrouwelijk gehouden vanwege het ‘procesbelang’ van de Nederlandse staat, stond in de Kamerbrief die Robert Tieman vorig jaar zomer verzond. Het rijk wil zich dus niet in de kaarten laten kijken door belangengroepen die mogelijk een rechtsgang overwegen.
Desondanks kon de minister vorig jaar wel blootleggen dat Nederland aan de meeste doelen van de KRW kan voldoen. Hij bedoelt dan niet dat Nederland bij alle 750 aangewezen waterlichamen voldoet aan de 140 ecologische en chemische eisen die Brussel stelt, maar dat in veel gevallen het rijk een kansrijk beroep op uitzonderingsgronden kan doen. Tot deze uitzonderingsmogelijkheden behoren bijvoorbeeld de vervuiling van ons water door het buitenland, aangezien Nederland een delta is waar Europese rivieren in eindigen. Een andere uitzondering kan zijn dat maatregelen wel genomen zijn maar pas effect hebben na 2027.
Significante groep
Eind januari schreef Tieman aan de Tweede Kamer dat Nederland inmiddels voldoet aan 83 procent van de eisen. Dat is meer dan vorig, toen meldde zijn ministerie sprak over een doelbereik van 75 procent.
Tegelijkertijd blijft er een ‘significante groep gevallen’ over, waarbij het onzeker is of de Europese Commissie over haar hart zal strijken. De gevolgen? ‘De Europese Commissie kan bij een onterecht beroep op een uitzondering een inbreukprocedure starten, die uiteindelijk kan uitmonden in een boete (van meer dan 5 miljoen euro) en/of een dwangsom (tot wel 350.000 per dag euro)’, stond in de Kamerbrief.
Nederland is volgens de landsadvocaat het meest kwetsbaar als het gaat om normoverschrijdingen door de uitspoeling van nutriënten (zoals stikstofverbindingen uit de landbouw) en gewasbeschermingsmiddelen.
Coulanter?
Wel lijkt Europa kortgeleden iets coulanter geworden. Afgelopen september kwamen de raad van ministers en het Europees Parlement overeen dat de beschermde waterlichamen in uitzonderingsgevallen toch achteruitgang mogen vertonen. Dat mag als de achteruitgang tijdelijk is, of als vervuild water verplaatst moet worden. Op 21 december 2027, de dag voordat de KRW afloopt, moeten de lidstaten van de EU deze uitzonderingsgronden in nationale regels hebben omgezet.
‘Dit is voor Nederland zeer relevant, want het gaat om activiteiten die veelvuldig voorkomen, zoals het baggeren van waterlopen, aanlegprojecten en bouwputbemalingen’, meldde Tieman in zijn recente Kamerbrief. ‘Deze activiteiten zouden anders onmogelijk kunnen worden door de nieuwe normen die het voorstel bevat, zonder dat daarmee extra verontreinigingen aan het milieu worden toegevoegd.’
Enerzijds is dit dus een meevaller. Anderzijds zal dit ermee te maken hebben dat ook PFAS-vervuiling onder de KRW geschaard zal gaan worden. Vooralsnog viel er maar één PFAS-soort onder de richtlijn: PFOS. Op korte termijn worden er meerdere soorten aan de normenlijst van de richtlijn toegevoegd, wat de situatie voor Nederland moeilijker kan maken.
Lokale problemen
Nauwelijks één waterlichaam voldoet dus aan de eisen. Dat komt door het one-out-all-out-principe. Als één doel niet wordt bereikt, wordt het hele beschermde water afgekeurd. Tegelijk benadrukt Tieman nu dat de Europese Commissie niet volgens dat eenheidsprincipe oordeelt, maar kijkt naar de losse parameters waaraan een waterlichaam moet voldoen. Dit geldt ook voor de vergunningverlening in Nederland zelf. Elk van de 750 waterlichamen moet aan zo’n 140 parameters voldoen.
Dat is wel een reden dat de vergunningsproblematiek die straks uit de KRW voortkomt, waarschijnlijk lokaler van aard wordt dan de stikstofproblematiek. Elk waterlichaam kent weer eigen oorzaken waarom de kwaliteit volgens de Europese standaard niet optimaal is.
Een noodscenario
Maar dat stelt niet alle Kamerleden gerust. Oud-PVV’er Hidde Heutink diende maandag een motie in waarmee hij de regering verzoekt ‘een noodscenario KRW voor te bereiden teneinde niet in een nieuwe stikstofcrisis te belanden’.
BBB-Kamerlid Caroline van der Plas vreest op haar beurt voor ‘disproportionele maatregelen’ als er rechtszaken gevoerd worden en de overheid ijlings in actie moet komen. In een motie bindt ze de regering op het hart ‘maximaal en expliciet gebruik te maken van de uitzonderingsgronden en flexibiliteiten die de richtlijn biedt (…) en de Kamer te informeren over de wijze waarop deze uitzonderingsgronden worden benut’. Dinsdag wordt hierover gestemd.
Gelderland
Ook een provincie als Gelderland heeft vorig jaar juridisch advies ingewonnen. De rijksoverheid is weliswaar de eerst verantwoordelijke, maar ook de decentrale overheden kunnen in theorie voor de rechter gedaagd worden als zij steken hebben laten vallen. ‘Particuliere(n) e/o belangenbehartigende organisaties, zoals de milieugroep Mobilisation for the Environment (MOB), kunnen het Rijk, een provincie of een waterschap dagvaarden bij de burgerlijke rechter (…)’, staat in een juridisch advies aan gedeputeerde Ans Mol. ‘Ook kan (…) bij de bestuursrechter het gebrekkig naleven van de KRW worden aangekaart, bijvoorbeeld bij het verlenen, niet handhaven of niet tijdig actualiseren van vergunningen.’
Een andere mogelijkheid is dat de Europese Commissie de Nederlandse staat op de vingers tikt, maar dat het rijk op zijn beurt de schuld legt bij één van de lagere overheden die de echte blaam treft. Via de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten kunnen eventuele Europese boetes of dwangsommen dan door de rijksoverheid op een provincie verhaald worden. Dat kan met het verhaalsrecht.
Een goed verhaal
In Gelderland voldoet geen enkele van de 75 beschermde oppervlaktewateren aan alle parameters van de KRW, weet het provinciebestuur. In een statenbrief van afgelopen juni staat: ‘Dit heeft te maken met de landelijke problematiek op het gebied van nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen en opkomende schadelijke stoffen (Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)).’
Het Gelderse provinciebestuur schrijft dat Nederland straks een goed verhaal moet hebben naar de Europese Commissie, als woensdag 22 december 2027 voorbij is en de doelen niet zijn gehaald. ‘Dat verhaal is steviger als Nederland kan laten zien dat op tal van fronten stevige maatregelen zijn genomen die na 2027 alsnog tot een aanmerkelijk hoger doelbereik zullen leiden’, staat in de statenbrief. ‘Ook een beroep op de mogelijkheid van termijnverlenging (doelfasering) na 2027 is kansrijker als de maatregelen voor doelbereik al wel zijn genomen.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.