Overslaan en naar de inhoud gaan

Digitale soevereiniteit als sleutel voor toekomstig verdienvermogen

Soevereiniteit als strategische opgave.

datacenter
Beeld: Shutterstock

Digitale soevereiniteit klinkt soms als een pleidooi om alles zelf te doen: een eigen cloud, eigen platforms, eigen AI en eigen infrastructuur. Maar tijdens de break-out sessie op het Vector symposium op 16 juni over digitale soevereiniteit en het toekomstig verdienvermogen van Nederland werd duidelijk dat dit de kern mist. Het gaat niet om digitale autarkie, het vermogen om volledig onafhankelijk en zelfvoorzienend te zijn op digitaal gebied waarbij import en export zijn uitgesloten, maar om het vermogen zelf keuzes te kunnen blijven maken.

Het vermogen om keuzes te maken

De centrale vraag is waar afhankelijkheid acceptabel is, waar zij strategisch riskant wordt en voor welke onderdelen van de digitale stack Nederland zelf aan het roer moet zitten om economische waarde te creëren, vast te houden en op te schalen. Wie de digitale infrastructuur levert bepaalt steeds vaker wie toegang heeft tot data, wie innoveert, wie markten vormgeeft en wie de opbrengsten incasseert. Daarmee raakt digitale soevereiniteit direct aan het verdienvermogen van Nederland. Als cruciale data, rekenkracht en platforms te veel buiten de eigen invloedssfeer liggen, verschuift niet alleen technologische macht, maar ook economische waarde naar elders.

De rol van data spaces

Data spaces vormen in dat licht een belangrijke enabler om meer digitaal soeverein te worden en het verdienvermogen van Nederland te stimuleren. Het zijn decentrale, afspraken-gedreven omgevingen waarin organisaties veilig, gecontroleerd en op gelijkwaardige basis data kunnen uitwisselen, zonder die centraal onder te brengen of de zeggenschap erover kwijt te raken. De belofte is dat data niet weglekt naar gesloten platformen, maar wordt omgezet in nieuwe bedrijvigheid, schaalbare toepassingen en verdienmodellen binnen Nederlandse en Europese ecosystemen. Zo ontstaat ruimte voor betere AI-toepassingen, nieuwe diensten, efficiëntere ketens en sectorale innovatie.

Tegelijk vormen data spaces nu nog geen quick fix. Veel Europese data space initiatieven zijn ontstaan vanuit subsidie en aanbodgedreven innovatie. De volgende fase vraagt om, sectorspecifieke waardeproposities voor data spaces en het schalen van data spaces. Wie investeert in gemeenschappelijke data space infrastructuur voordat de opbrengsten zichtbaar zijn? En hoe voorkom je dat open standaarden wel toetreding vergemakkelijken, maar het verdienmodel van deelnemers onder druk zetten? Alleen wanneer data spaces financieel levensvatbaar worden, kunnen zij waardecreatie duurzaam mogelijk maken.

De soevereiniteitsparadox

Dat maakt digitale soevereiniteit paradoxaal. Meer controle kan innovatie vertragen. Meer openheid kan afhankelijkheid vergroten. Meer bescherming kan lokale spelers helpen, maar ook schaal verkleinen en concurrentiekracht verzwakken. Deze spanningen laten zich niet oplossen met één instrument, zoals regelgeving, of financiering. De praktijk vraagt om een fijnmazige benadering, waarin overheid, bedrijven en kennisinstellingen samen optrekken.

Voor Nederland betekent dit vooral: kiezen waar we verschil kunnen maken. Niet proberen een eigen Big Tech sector na te bouwen, maar gericht investeren in domeinen waarin Nederland sterk is. Voorbeelden zijn de hightech maakindustrie, fotonica, quantumtechnologie en nieuwe vormen van compute. Tegelijk moeten talent, investeringsruimte en interoperabiliteitsstandaarden op orde worden gebracht. Een overheid als voorbeeldgebruiker van data spaces zou dit kunnen stimuleren.

Soevereiniteit als strategische opgave

De belangrijkste conclusie is dat digitale soevereiniteit geen eindbestemming is, maar een strategische opgave. Nederland hoeft niet alles zelf te bezitten of te ontwikkelen. Maar het moet wél voorkomen dat anderen bepalen welke (technologische) toekomst nog mogelijk is - én waar de economische waarde terechtkomt. Dit vraagt niet om volledige onafhankelijkheid, maar om het organiseren van keuzevrijheid die rekening houdt met gezamenlijke afhankelijkheid. Alleen door nu te bouwen aan sterke digitale ecosystemen, kunnen Nederland (en andere Europese landen keuzevrijheid, innovatiekracht en het verdienvermogen van morgen veiligstellen. Dat vraagt tevens om internationale samenwerking tussen partners die dezelfde digitale soevereiniteitsnormen delen, om daarmee tevens de krachten te bundelen en schaal te creëren.

TNO
V.l.n.r.: Claire Stolwijk, Eva van den Noort en Frank Berkers. | Beeld: TNO

Meer weten of met ons samenwerken?

Neem contact met ons op:

- Claire Stolwijk, principal consultant
Eva van den Noort, senior consultant
Frank Berkers - TNO Vector, senior scientist

Anna van Buerenplein 1
2595 DA Den Haag

Wij zijn TNO

#ditisonzetijd

Bekijk de video.

Podcastserie: Innovatie in Infra

In de podcastserie Innovatie in Infra van Binnenlands Bestuur en TNO bespreekt host Tom Jessen met experts hoe lokale overheden kunnen profiteren van landelijke kennis en ervaring en hoe innovatie helpt bij deze opgave.

Beluister hier.

TNO Nieuwsbrief

Op de hoogte van nieuwste innovaties?

Mis geen nieuwe updates. Meld je aan.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in