Toon van Mierlo kijkt uit het raam van het buitendijks gelegen kantoor van zandwinningsbedrijf Dekker Groep. Voor hem strekt zich de Waal uit, de transportader van Duitsland tot Rotterdam. In de verte rijden auto’s over de Prins Willem-Alexanderbrug. Niet ver van het raam hangt een torenvalk biddend in de lucht.
‘Schat, het zand is op. Zet het op het boodschappenlijstje’
Voorlopig hebben we nog veel beton nodig. Maar bedrijven die hiervoor zand en grind winnen, klagen dat ze moeilijk vergunningen krijgen.
We bevinden ons in Gelderland, bij het dorp IJzerdoorn. Een klein eind stroomopwaarts bevindt zich Dodewaard, waar de oude kerncentrale geduldig staat te wachten tot hij in 2045 ontmanteld gaat worden. Iets stroomafwaarts is Tiel, een kleine stad direct langs de rivier gebouwd. Tussen IJzerdoorn en Tiel staat hectare na hectare vol met lange, kaarsrechte rijen kale fruitbomen.
Van Mierlo wijst naar een drijvende klasseerinstallatie op de Waal die voor de autobrug ligt; oftewel een kruising van zandfabriek en boot. ‘Als je heel goed kijkt, zie je vóór de zandfabriek nog een zandzuiger, die een mengsel van zand en grind van de bodem van de uiterwaard opzuigt. Die stuurt dat mengsel met een drijvende leiding naar de zandfabriek, die een samenstel is van scheidingstechnieken. Het grind wordt apart gezet. Het zand wordt gewassen en gesorteerd op korrelgrootte. Alles wat je niet in beton wilt hebben, zoals houtresten, maar ook het hele fijne zand, gaat terug het water in. Je ziet daar een overboordleiding liggen, waarmee we dat restmateriaal meteen op de goede plek leggen voor de herinrichting van het gebied.’
Langszij de drijvende zandfabriek leggen binnenvaartschepen aan, die het grind en grove zand naar betonfabrieken vervoeren. Beton dat wordt gebruikt om bijvoorbeeld zo’n Prins Willem-Alexanderbrug te kunnen bouwen, die zich over de Waal strekt. Maar ook huizen, bedrijfsgebouwen, windturbines of hoogspanningsstations.
Zand en grind zijn na water de meest gebruikte grondstoffen
Leonie van der Voort
Schat, zand en grind zijn op
‘Zand en grind zijn na water de meest gebruikte grondstoffen’, verkondigde Leonie van der Voort, directeur van branchevereniging Cascade, al voor de ontmoeting met Van Mierlo. ‘Iedereen wordt er dagelijks mee geconfronteerd dat hij water nodig heeft, bij het zetten van koffie of het douchen. Zand en grind hebben we even hard nodig, maar het is alleen een specifieke doelgroep die ze gebruikt. Het is niet zo dat jij en ik ’s ochtends zeggen: “Schat, het zand en grind zijn op. Zet het even op het boodschappenlijstje.”’
Van der Voort wilde maar zeggen: het kost moeite om mensen te doordringen van het gevaar dat de winning in Nederland van zand en grind terugloopt en dat het verkrijgen van nieuwe vergunningen uiterst moeilijk is. Met haar branchevereniging rammelt ze al jaren aan de poorten van politiek Den Haag, minstens al sinds het laatste kabinet-Rutte. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de laatste twee jaar ook overtuigd geraakt dat een beleidswijziging noodzakelijk is en voert ambtelijke gesprekken met de vier belangrijke grondstoffen leverende provincies: Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel. Voor het eerst in twintig jaar wil het rijk in dit dossier weer regie nemen. Maar vooralsnog ligt er geen besluit.
Op korte termijn moet duidelijk worden: hoeveel winning staat er nog op de planning? Hoeveel is er nodig de komende decennia? En: hoe wordt de winning rechtvaardig over het land verdeeld?
Grindwinning
Als eerste komt de grootscheepse winning van grind ten einde. De enige grote bron hiervan is het snel aflopende Project Grensmaas in Limburg, waar grind wordt gewonnen in combinatie met natuurcreatie en vergroting van waterveiligheid.
Winning van zand en grind gaat vaak gepaard met gemor. Het graafwerk gaat namelijk vele jaren door, pal voor de deur van dorpen. Bovendien bleven er in het verleden diepe zandplassen achter als de winningsoperatie weer verder trok. Tegenwoordig mag dat niet meer: het winningsgebied moet zelfs mooier worden achtergelaten dan het was. Maar de sector heeft alsnog het gevoel dat de achterhaalde praktijk bij mensen in de herinnering is blijven hangen.
Protest
Vooral in Limburg klinkt er nu protest: de gemeenteraden van Stein en Sittard-Geleen zijn de zandwinningen zat. Ze willen in elk geval niet dat het aloude familiebedrijf L’Ortye, één van de grote spelers in Nederland, een ontgrondingsvergunning krijgt voor het natuurgebied Graetheide, vlak bij industriepark Chemelot.
Hoewel provincies de vergunningverlener zijn, kunnen gemeenten winningen tegenhouden. Allereerst omdat ze het omgevingsplan moeten wijzigen, maar ook omdat de provincie vereist dat omwonenden welwillend zijn. ‘Als dat draagvlak er niet is, hoeven wij niet bij een provincie aan te kloppen. Die meldt bij kerende post: dan heb je het nog niet goed geregeld’, zegt Van der Voort.
Michael Theuns
In Limburg is de verantwoordelijke gedeputeerde Michael Theuns, een jonge politicus van het CDA. Vanaf de achterbank van zijn dienstauto laat hij weten dat zijn bestuursakkoord beklemtoont dat grondstoffenwinningen niet worden uitgesloten. Zelf heeft hij in zijn twee jaar als bestuurder meerdere vergunningen afgegeven. ‘Even uit mijn hoofd: dat ging in ieder geval om een extra winning bij Schipperskerk in het Grensmaasproject. En de Groeve Silt in de gemeente Beekdaelen is ook zo’n vergunning geweest. Er is daarnaast nog een hele hoop vooroverleg, over vergunningen die nog niet verleend zijn, maar waarover je wel in gesprek bent.’
Hoewel in de Limburgse Provinciale Staten het geluid opklinkt dat de provincie inmiddels wel genoeg grondstoffen heeft geleverd, wil Theuns toch verantwoordelijkheid nemen. Hij kent de nationale onderzoeksrapporten die er inmiddels liggen, die wijzen op een teruglopende winning de komende jaren. Zijn ambtenaren zijn momenteel met I en W in overleg.
Over de winning op de Graetheide in Sittard-Geleen wil Theuns pas praten als de vergunningsaanvraag van L’Ortye in de bus valt. Maar hij beschrijft dat het protest niet uit de blauwe hemel komt vallen. ‘Dit is een gebied waar veel opgaves samenkomen’, schetst Theuns. ‘Het is een gebied waar de verbreding van de A2 nu speelt. Er moet ook een hoogspanningsstation komen. En vanuit het verleden ligt er gevoeligheid ten opzichte van de oprukkende industrie.’
Als die klasseerinstallatie twee jaar stil had gestaan, waren we nu failliet geweest
Toon van Mierlo
Slapeloze nachten
Terug naar IJzerdoorn in Gelderland, waar Toon van Mierlo namens de Dekker Groep projectleider is van het omvangrijke zandwinningsproject Midden-Waal. Van Mierlo kent de overheid goed: hij werkte jarenlang, gedetacheerd door RoyalHaskoning, als vergunningverlener bij een provincie en begrijpt daardoor de verantwoordelijkheid die een provinciebestuur draagt.
Maar inmiddels kent hij ook de slapeloze nachten die een projectleider van een zandwinningsbedrijf kan hebben. Neem de drijvende zandfabriek op de Waal, waarop hij door het raam uitkijkt: de Dekker Groep bezit twee van deze klasseerinstallaties. ‘Die moeten gewoon draaien: daar hangt heel onze business aan vast. Als die installaties stil liggen, verliezen we dagelijks heel veel geld en hebben we boze klanten die geen beton kunnen maken.’
Het is zelfs zo dat de Dekker Groep op het moment van spreken nog een rechtszaak tegen zich heeft lopen. Die zaak had twee jaar vertraging opgeleverd als de klagende partij meteen een voorlopige voorziening had gekregen. Dat gebeurde niet, waardoor het zandwinningsbedrijf op eigen risico alvast kon beginnen. Dat is geen kwestie van bravoure, maar van noodzaak. ‘Als die klasseerinstallatie twee jaar stil had gestaan, waren we nu failliet geweest.’
Lees de rest van het artikel in de papieren of online versie van BB#1.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.