De Tweede Kamer spreekt donderdag met de minister van Volkshuisvesting over de groeiende funderingsproblematiek van woningen, een probleem dat vorig jaar in een adviesrapport ‘de olifant onder de kamer’ werd genoemd. ‘Tienduizenden gebouwen hebben te maken met funderingsschade’, schreef minister Elanor Boekholt-O'Sullivan in haar recente Kamerbrief over het onderwerp. ‘Tot 2035 kan dit aantal oplopen tot 425.000 en binnen 25 jaar tot 780.000 gebouwen.’
Oproep tot structureel geld voor funderingsproblematiek
Ook wordt gepleit voor een stedelijk vernieuwingsfonds als het hele huizenblokken niet hersteld kunnen worden.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vraagt nu in een brief aan de Kamercommissie om bij de minister aan te dringen op structurele financiering. Tijdens het kabinet-Schoof is de Nationale Aanpak Funderingen begonnen, in het kader waarvan tussen 2026 en 2028 56 miljoen euro beschikbaar is. ‘Maak van de nationale aanpak funderingen een langjarige aanpak tot minimaal 2050 met structurele financiering, niet met tranches die elke drie jaar opnieuw bepaald moeten worden en onzekerheid geven’, schrijft de VNG.
54 miljard euro
‘Naar schatting lopen in 2035 circa 425.000 woningen risico op funderingsschade, met kosten tot 54 miljard euro als we niets doen’, voegt de koepelorganisatie toe. Dit bedrag stamt uit een rapport uit 2024 van de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) dat het funderingsprobleem op de Haagse agenda heeft gezet.
De Rli baseeerde zich weer op een gezamenlijke berekening uit 2021 van de onderzoeksinsituten TNO en Deltares, en is volgens Rli gebaseerd op ‘op het zwaarste KNMI-klimaatrisicoscenario uit 2014’. Dan gaat het om het toekomstbeeld in dit KNMI-rapport dat rekent met het extreme uitstootscenario RCP8.5, dat eerder dit jaar door de betrokken klimaatwetenschappers is geschrapt omdat de waarschijnlijkheid erg klein is. Klimaatverandering kan belangrijk zijn als het gaat om bodemdroogte en lage waterpeilen die mogelijk funderingen beschadigen.
Funderingscoalitie
De Kamerleden hebben ook een brief binnengekregen van een samenwerking van onder anderen corporatiekoepel Aedes, Bouwend Nederland, Vereniging Eigen Huis, Nederlandse Vereniging van Banken en makelaarsvereniging NVM. Zij noemen zich de Funderingscoalitie, en wijzen op een recent rapport van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat berekent dat het herstel van 120.000 kwetsbare funderingen 11 miljard euro gaat vergen. Die financiële last kan volgens deze partijen niet worden overgelaten aan individuele huishoudens.
Zij roepen de minister op om met een stedelijk vernieuwingsfonds te komen, voor het geval dat hele huizenblokken niet herstelbaar zijn. ‘Het rijk stelt dan bijvoorbeeld financiële middelen beschikbaar aan gemeenten met ernstige funderingsproblemen’, schrijven zij. ‘Gemeenten maken samen met bewoners, woningcorporaties en andere overheden een plan voor de hele wijk. Zo kan funderingsherstel worden gecombineerd met verduurzaming, veiligheid en leefbaarheid.’
Sloop noodzakelijk
De VNG zelf vindt eveneens dat de minister de funderingsproblematiek in de ergste gevallen moet verbinden aan stedelijke vernieuwing. ‘Bij een vrijstaand pand is de aanpak de verantwoordelijkheid van de eigenaar, bij clusters van gebouwen, woonblokken of buurten is vaak een vorm van stedelijke vernieuwing, soms inclusief sloop, wenselijk en soms zelfs noodzakelijk’, noteert de koepel.
Meer onderzoek
Vooralsnog zijn alle cijfers over kwetsbare funderingen gebaseerd op schattingen. De gemeentekoepel zou meer harde gegevens willen over de werkelijke omvang van de funderingsproblematiek. ‘Landelijk inzicht in funderingstypen en kwetsbaarheid is nodig want maakt een uniforme beoordeling mogelijk’, schrijft de VNG. Een aantal gemeenten is hier ook op lokaal niveau mee bezig.
In haar Kamerbrief schreef de minister wel dat onderzoeksinstituut Deltares het krimp-zwelgedrag van kleibodems onderzoekt, en op basis daarvan een nationale risicokaart tekent. Ondertussen werkt TNO aan risicoprofielen van gebouwtypen, met oog op de toekomstige informatievoorziening aan overheden en burgers.
Prangende vragen
De Funderingscoalitie besluit haar brief met prangende vragen. ‘De nu voorgestelde maatregelen zijn belangrijk, maar blijven onvoldoende als er geen antwoord komt op de belangrijkste vragen voor bewoners: waar vinden zij noodzakelijke hulp, wie neemt regie als herstel vastloopt en hoe blijven, zowel voor de individuele eigenaar als voor de maatschappij als geheel, de kosten zo laag mogelijk?
In de Kamerbrief staat dat de informatievoorziening in 2030 op orde moet zijn, en dat er in 2035 een evenwichtige aanpak van de funderingsproblematiek is.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.