Niet eerder dan volgend jaar maakte Stientje van Veldhoven, minister van Klimaat en Groene Groei, bekend wat de nieuwe regionale doelen worden voor de aanleg van nieuwe windturbines en zonnevelden op land. Dat schrijft zij in een nieuwe Kamerbrief. Begin 2027 pas laat ze de Tweede Kamer meer weten over hoe het met deze doelen staat, en of er meer duidelijkheid is.
Nieuwe doelen lokale opwek wind en zon pas in 2027 bekend
De lokale opwek van zonne-energie kan in 2040 twee tot 4,5 keer zo groot zijn. En wind op land gelijk of verdubbeld.
Momenteel zijn er 30 RES-regio’s in Nederland, bestaand uit gemeenten, provincies en waterschappen. Op basis van hun Regionale Energie Strategieën (RES) moesten zij in 2030 35 terawattuur aan CO2-loze stroom opwekken. Dat lijkt te lukken. Maar voor het nieuwe doeljaar 2040 moeten er nieuwe punten op de horizon komen. Bovendien worden de RES-regio’s vervangen door ‘energieregio’s’.
Lokaal eigendom
Volgend jaar worden drie lopende nationale programma’s gebundeld in een nieuwe, overkoepelende aanpak: het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW), het Nationaal Programma Regionale Energie Strategieën (NP RES) en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren (SP IPE). Binnen de kaders van dit nieuwe nationale programma gaat het rijk de lokale overheden ondersteunen om de nieuwe doelen te halen.
Van Veldhoven wil ook een nieuwe poging wagen om lokaal eigendom van windturbines en zonnepanelen te stimuleren. Op basis van het Klimaatakkoord van 2019 was 50 procent lokaal eigendom het streven, maar dit bleek in de praktijk nauwelijks haalbaar. Voor de zomer moet er een onderzoek klaar zijn dat uitwijst wat de problemen zijn en op basis daarvan gaat de minister actie ondernemen.
Toekomstscenario's
Wat betreft de doelen voor 2040 geeft een nieuw rapport van adviesbureaus CE Delft en Generation .Energy enige helderheid. ‘Er zal (…) nog fors meer hernieuwbare opwek op land nodig zijn voor een klimaatneutraal energiesysteem en meer energieonafhankelijkheid’, schrijven zij. Aan de hand van meerdere ontwikkelpaden schetsen de bureaus in dit rapport de mogelijke toekomsten, waarbij de hoeveelheid opwek van zonne-energie in 2040 twee tot 4,5 keer zo groot wordt als nu en de hoeveelheid windenergie op land bijna gelijk blijft of over ruim tien jaar verdubbeld is.
Momenteel heeft Nederland 6,9 gigawatt (GW) aan wind op land, dat volgens bestaande plannen de komende jaren doorgroeit tot 8,2 GW. Een bovengrens in de scenario’s van beide adviesbureaus is 15 GW in het jaar 2040. Maar ze rekenen ook met de mogelijkheid dat het totale windvermogen gelijk blijft, en het hoogste haalbare blijkt dat de versleten windturbines vervangen zijn.
Zon op dak
Opwek van zonne-energie op daken kan in de scenario’s van de bureaus doorgroeien van 24,7 GW nu naar 57 GW, of zelfs 127 GW in 2040. ‘Al zal dan wel ongeveer 80 procent van het nog beschikbare potentieel bij woningen en bedrijven benut moeten worden’, aldus het rapport. De onderzoekers voegen toe: ‘De potentie voor zonne-energie op land is in theorie enorm (honderden GW, zelfs exclusief monofunctionele zonne-energie op landbouwgrond).’
Hoeveel opwek op land er in het jaar 2040 echt nodig is, is onzeker. Dat hangt af van de groei van de stroomvraag, maar ook hoeveel windturbines er op de Noordzee gebouwd zullen worden. Daarnaast is de ontwikkeling van kernenergie van bealng: in de tweede helft van het volgend decennium zou Nederland één of meer Small Modular Reactors (SMR) kunnen hebben. Ook de nieuwe grote kerncentrales, die het rijk gepland heeft, zouden dan actief kunnen zijn.
Geen wind?
Dat de beide adviesbureaus niet voetstoots uitgaan van een grote groei van wind op land, heeft met name te maken met het wankele draagvlak in de samenleving. ‘Dat bepaalde scenario’s uitgaan van minder groei, komt niet doordat meer windenergie op land niet nuttig is’, staat in het rapport. ‘Hierin is ook het dalende draagvlak voor windenergie op land meegenomen, waardoor een forse groei van windenergie op land als minder realistisch gezien kan worden.’
Veel hangt af van de keuzes die de overheden maken. Kiezen zij voor minimaal ruimtegebruik, dan moet zonne-energie vooral op daken opgewekt worden, en belandt de nieuwe opwek met name in de provincies met veel dakoppervlak: Gelderland, Noord-Brabant, Noord-Holland en Zuid-Holland. Wordt gestuurd op de minste maatschappelijke kosten, dan komen er veel meer zonnevelden op land en dan met name in minder dichtbevolkte gebieden.
Optimaal
Ten aanzien van wind op land gelden vergelijkbare keuzes. Wordt vooral gestuurd op de optimale inpassing van windturbines in het stroomnet, dan moeten ze dicht in de buurt van de stroomvraag komen. Dus bijvoorbeeld bij bedrijventerreinen en industriegebieden in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Wordt vooral nagedacht over de maatschappelijke kosten, dan kunnen verziltingsgronden en veenontginningsgebieden geschikte locaties worden voor grote windparken, zo denken de onderzoekers.
Netcongestie voorbij
Zij hopen dat de netcongestie, zoals nu verwacht, tegen 2035 ongeveer is verdwenen. Tot die tijd moet nieuwe opwek op land passen bij wat het stroomnet aan kan. Maar na die tijd hopen de onderzoekers dat er grote stappen in de energietransitie gezet kunnen worden: ‘Dan zal een snelle groei van de hernieuwbare opwek op land nodig zijn om tot de bovengrens van de scenario’s voor 2040 te komen.’
Ondanks de maatschappelijke protesten tegen windturbines willen de onderzoekers deze energiebron niet afschrijven. ‘De laagste systeemkosten worden behaald als niet alleen het aantal zonnepanelen, maar ook de hoeveelheid windenergie op land nog fors toeneemt’, schrijven zij, ‘aangezien windenergie op land een relatief goedkope productiebron is’. Wind op land is goedkoper dan wind op zee, gezien de in dat laatste geval hoge kosten voor stroomverbindingen.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.