Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Motor voor de Zuid-Hollandse nieuwbouw’

Robert van Asten stopt als voorzitter van de Zuid-Hollandse Verstedelijkingsalliantie. Wat was de successleutel van de nieuwbouwprojecten?

Robert van Asten

Door zijn overstap naar de Tweede Kamerfactie van D66, in november jongstleden, stopt Robert van Asten als voorzitter van de Verstedelijkingsalliantie in Zuid-Holland. In hoog tempo worden tot 2040 in totaal 170.000 woningen gebouwd op dertien binnenstedelijke locaties. Wat is het geheim van de netwerkorganisatie? En is een dergelijk netwerk ook elders in Nederland inzetbaar?

Ooievaar

Op de revers van het colbert van Robert van Asten prijkt een ooievaar. Het is een herinnering aan de ruim zeven jaar dat hij wethouder stedelijke ontwikkeling was in Den Haag. De grote verkiezingszege van D66 bracht hem in november naar een nieuw kantoor op minder dan een kilometer van het vorige, maar wel totaal anders: dat van de Tweede Kamer. Hij wordt er namens D66 woordvoerder ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. ‘Het is even wennen’, lacht hij. ‘Ik had zojuist een overleg over mijn januarimaand met de begrotingsbehandelingen van VRO en I&W.’ Dat wordt pittig, zegt zijn blik.

Verbinden

Als vertrokken wethouder komt ook aan een andere functie van Van Asten een eind: die als voorzitter van de Verstedelijkingsalliantie in Zuid-Holland. Opgericht om de gemeenten langs de Oude Lijn, de spoorlijn tussen Dordrecht en Leiden, beter met elkaar te verbinden en de verbetering van het ov te benutten voor grootschalige woningbouw. De alliantie heeft toegezegd 170.000 woningen te bouwen voor 2040. En er liggen plannen voor nog eens 30.000 extra woningen, waarvan meer dan de helft op binnenstedelijke locaties bij ov-knooppunten.
Hoeveel tijd de Verstedelijkingsalliantie hem als wethouder kostte, vindt Van Asten moeilijk aan te geven. ‘Het ging met pieken en dalen. En bij overleggen met de gedeputeerde was ook moeilijk aan te geven of ik daar zat met de pet op van voorzitter van de Verstedelijkingsalliantie of met die van de wethouder Den Haag. In 99 procent van de gevallen lagen de belangen overigens ook op één lijn.’

Was uw belangrijkste rol die van verbinder?

‘Ja. Je moet gezamenlijk optrekken. Als een van de acht gemeenten uit de pas gaat lopen, dan is die hele samenwerking weg. Daar lag een heel belangrijke rol voor de voorzitter. En natuurlijk ook het blijven agenderen bij de diverse ministeries en daar een voet tussen de deur houden.’

De twee grootste steden binnen de alliantie, Rotterdam en Den Haag, lijken sterk verschillend van karakter: blue collar versus white collar. Of is dat beeld verouderd?

‘Ja, dat denk ik wel. Op bestuurlijk niveau is het sowieso al goed verknoopt. Overal langs het spoor zijn we momenteel druk aan het bouwen. Voor de gemiddelde forens wordt het door goede ov-verbindingen ook steeds makkelijker om in de regio een gewenste baan te vinden. Dus ook de bevolking raakt meer en meer verknoopt. Iemand op een bovenwoning in Den Haag die zijn twee kinderen meer ruimte wil geven, kan in een eengezinswoning in Pijnacker terecht. Die stapt in de metro en is niet langer onderweg naar zijn werk.’

De aantallen die wij halen, die haal je niet zo makkelijk in het vrije veld

Jullie bouwen in Zuid-Holland-Zuid gestaag door op vaak ingewikkelde inbreidingslocaties. Wat is jullie geheim?

‘De crux is gemeenschappelijke knelpunten benoemen, samen oplossen en waar nodig agenderen bij het rijk. We bouwen nu op een grote locatie naast station Hollands Spoor in Den Haag. Het vraagt veel tijd om te zorgen dat de hele puzzel financieel klopt. Maar in the end bouw je wel in een stad waar mensen graag willen wonen en waar alle faciliteiten zijn. En dat is natuurlijk anders wanneer je in de Gnephoek in Alphen gaat bouwen. Daar is nog helemaal niks en moet alles worden aangelegd. De aantallen die wij in de gebieden van de Verstedelijkingsalliantie halen, die haal je niet zo makkelijk in het vrije veld. Op het moment dat we erin slagen om viersporigheid van de treinlijnen van de Oude Lijn te realiseren, dan wordt de uitwisseling binnen het gebied nog veel groter. En dan zal dus ook de aantrekkingskracht nog meer gaan toenemen.’

Hoe aantrekkelijk de regio ook mag zijn of worden, in de Ontwerp Nota Ruimte kregen jullie nog de zuinige beoordeling van te transformeren gebied.

‘Dat klopt. In het Vista-model staat bij de zuidelijke Randstad zelfs een waarschuwingsvlaggetje. Zo van: hier blijft de groei achter bij het landelijk gemiddelde en ook achter bij wat je in dit gebied eigenlijk zouden mogen verwachten. Het is natuurlijk nooit leuk om een slecht rapportcijfer te krijgen. Maar tegelijkertijd is het ook de boodschap geweest die vanuit de Economic Board Zuid-Holland, de Metropoolregio en de Verstedelijkingsalliantie klinkt: dit gebied heeft een heleboel potentie, maar je moet het beter ontsluiten en ervoor zorgen dat je goede verbindingen aanlegt.’

Kan zo'n slecht rapportcijfer dan niet juist een positieve invloed hebben, omdat zo de urgentie van het probleem onder de aandacht wordt gebracht?

‘Ja. Al wordt zo’n slecht rapportcijfer ook door fondsen in Londen gezien. En die willen dan weten of ons gebied nog wel het juiste is om hun geld in te laten renderen of dat ze gaan kijken naar de A2-as Amsterdam, Eindhoven, Maastricht. De potentie is zo groot in Zuid-Holland-Zuid. Langs de Oude Lijn zitten drie universiteiten, hartstikke veel kennisinstellingen, grote bedrijven, de haven, het Innovatiedistrict Delft, het Bio Science Park in Leiden. Het moet allemaal nog meer wakker worden gekust. In de investeringen in de Oude Lijn zien wij daar als Verstedelijkingsalliantie daar de geschikte motor voor. De vraag is alleen welke acties en welke inzet vanuit het rijk komen daar dan bij?’

En dan ben je er als gemeente dus mooi ingeluisd

Jullie boodschap is: versnelling van de woningbouw wordt moeilijk zonder extra investeringen in mobiliteit. Daar moet het rijk de portemonnee voor trekken. En dan niet via tijdelijke regelingen maar door middel van langdurige betrokkenheid.

‘Dat klopt. Wat het rijk nu vaak een beetje heeft, is dat er bij de onderhandelingen een miljard wordt vrijgespeeld dat via incidentele middelen over het land wordt verdeeld. We hebben heel lang moeten onderhandelen om daar een indexatie op te krijgen. Want als ik vandaag geld krijg, ligt morgen die trambaan er niet – daar heb je extra middelen voor nodig. Vervolgens ga je aanvullende berekeningen maken en blijkt negen van de tien keer dat het meer kost dan wat je hebt aangevraagd. Dat weet iedereen – van gemeenten, tot ministeries, tot Rijkswaterstaat. En tóch besluiten we het proces in te gaan. Als er na een paar jaar alsnog meer geld nodig is zegt het rijk: je krijgt geen nieuwe subsidie voor de ontsluiting van woningen die al eens gesubsidieerd zijn. En dan ben je er als gemeente dus mooi ingeluisd. Want als je die nieuwe trambaan of die bruggen niet weet te realiseren, dan zullen die woningen er ook nooit komen.’

Dat wordt meteen een mooie inzet voor uw nieuwe baan als Kamerlid.

‘Ja. Het is zelfs een van de belangrijkste redenen om te verkassen. In de ruim zeven jaar dat ik het Haagse stadhuis heb gezeten, zag ik waar het in de portefeuilles mobiliteit en woningbouw soms stokt. Waar de plannen van het rijk leuk klinken, maar in de praktijk net niet goed aankomen. Daar kan ik me nu tegenaan gaan bemoeien. Met de kennis die ik heb opgedaan als wethouder, bij de Verstedelijkingsalliantie en bij de Metropoolregio, wordt het mijn inzet om dat in de komende vier jaar te veranderen.’

Dus van incidentele potjes naar een structurele verbintenis tussen rijke en decentrale overheden?

‘Je moet als partners optreden en partners blijven. Bij een grootschalig woningbouwlocatie als langs de Oude Lijn kan dat zomaar twintig, dertig jaar duren. Ga er gezamenlijk achter staan. En wees over en weer ook gerust heel kritisch. Want het rijk is geen geldautomaat.’

Wat voor tips hebt u voor uw opvolger?

‘Blijf deze samenwerking koesteren, ook als het rond beslissingen moeilijk wordt. Blijf elkaar vasthouden. Want het sterke verhaal van de Oude Lijn is dat je met een investering in één spoorlijn al deze woningen mogelijk maakt.’

Schaalbaar

Aan het slot van het gesprek vertelt Van Asten over een recent bezoek aan een beurs in München, waar hij op verzoek van de Limburgse delegatie vertelde over aanpak en resultaten van de Verstedelijkingsalliantie. Ook in Limburg zijn ze bezig met grote nieuwbouwprojecten rond ov-stations. ‘En dan denk ik: het model van de Verstedelijkingsalliantie is ook schaalbaar naar het zuiden’, zegt Van Asten. ‘En het zou eveneens kunnen helpen om bij projecten als de Lelylijn de krachten nog meer te bundelen. Het draait om goede partnerschappen tussen steden, provincie en I en W. En dan het liefst met zoveel mogelijk andere ministeries erbij: VRO, BZK, Economische Zaken. Want samen kom je verder.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Stakeholdermanagement in de publieke sector

Stakeholdermanagement in de publieke sector

Mis de kans niet om te leren hoe je effectief partnerschappen kunt opbouwen en beheren, essentieel voor het succes van grootschalige projecten zoals de Verstedelijkingsalliantie.

schrijf u vandaag nog in

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in