De VNG heeft grote twijfels over de werkbaarheid van de nieuwe vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) van het kabinet. In een reactie op de internetconsultatie waarschuwen gemeenten voor gebrekkige kosteneffectiviteit, uitvoeringsproblemen en aanhoudende onzekerheid voor zowel stoppende als blijvende agrariërs. De VNG ziet gevallen waarin agrariërs niet kunnen starten met een vervolgactiviteit, terwijl ze wel al gestopt zijn met hun bedrijf.
Boeren trekken zich terug wegens onzekerheid bij uitkoopregelingen
De VNG is kritisch op een nieuwe beëindigingsregeling: 'We vragen agrariërs te stoppen zonder zekerheid over de toekomst.'
Nieuwe regeling
Het kabinet startte op 12 januari de internetconsultatie voor de nieuwe vrijwillige uitkoopregeling voor veehouders die willen stoppen. Inmiddels is die alweer gesloten. Volgens demissionair minister Femke Wiersma moet de regeling bijdragen aan stikstofreductie, natuurherstel en het geleidelijk weer op gang brengen van vergunningverlening. Voor de regeling is 750 miljoen euro gereserveerd.
Kritiek op ‘first come, first serve’
De Vbr kent twee rondes. Bedrijven binnen een straal van 1000 meter rond overbelaste Natura 2000-gebieden krijgen voorrang en ontvangen 110 procent vergoeding voor het waardeverlies van hun stallen. Als er daarna nog budget over is, kunnen ook veehouderijlocaties buiten deze strook aanspraak. Buiten de zone geldt een vergoeding van 100 procent. Binnen de 1000-meterzone wordt toekenning in de eerste ronde gedaan op basis van ‘first come, first serve’.
Kosteneffectief
Die aanpak is niet kosteneffectief, bepleit de VNG. Je zou eigenlijk moeten kijken naar de bedrijven die het meeste uitstoten, en dan ook naar hoeveel subsidie het kost om ze uit te kopen. Opvallend is dat het kabinet die methodiek al toepast bij de bedrijven buiten een strook van 1000 meter rond de N2000-gebieden. Daar gaat het op basis van een rangschikking: het aantal euro subsidie per kilogram ammoniakemissie. Maar zoals gezegd komen zij pas in aanmerkingen als er nog geld overblijft.
Rangschikken
Door direct te rangschikken op kosteneffectiviteit kan volgens de VNG meer stikstofreductie worden gerealiseerd met hetzelfde budget. ‘Juist bij ondernemers binnen 1000 meter van een overbelast Natura 2000-gebied kan een rangschikking op basis van doelmatigheid veel extra stikstofreductie opleveren,’ schrijft de gemeentekoepel.
Vastlopende vervolgactiviteiten
Een groot deel van de zorgen van de VNG zit in de uitvoering. Gemeenten signaleren dat ze bij bestaande beëindigingsregelingen merken dat het lastig is om tot vervolgactiviteiten te komen voor de agrariërs die zich laten uitkopen. Er is geen sturend beleid over de richting waar deze boeren heen moeten, de vergunningverlening is beperkt en stikstofproblematiek beperkt de mogelijke vervolgactiviteiten ‘drastisch’. Hierover wil de VNG in gesprek, om te voorkomen dat boeren al stoppen met hun bedrijf en vervolgens niet kunnen starten met nieuwe activiteiten. De moeilijke transitie geldt overigens ook voor boeren die zich niet laten uitkopen maar wel willen extensiveren, innoveren of verplaatsen.
Boeren trekken zich terug
Het gebrek aan beleid en de beperkende regels zorgen er in de praktijk voor dat gemeenteambtenaren per agrariër individuele maatwerktrajecten doorlopen. Dit vergt veel tijd en capaciteit, die er niet is. Gemeenten kampen al met personeelstekorten en extra werkdruk door de implementatie van de Omgevingswet. Dat gebrek aan capaciteit zorgt ervoor dat van agrariërs wordt gevraagd dat ze overgaan tot beëindiging van hun productiecapaciteit, voordat ze zekerheid hebben over nieuwe activiteiten. ‘De langdurende onzekerheid waar agrariërs mee worden geconfronteerd zal niet ten goede komen aan de deelnamebereidheid en stimuleert terugtrekking uit de regeling, hetgeen in de praktijk ook al met regelmaat gebeurt.’ De VNG vraagt het rijk om de nieuwe regeling dan ook te ondersteunen met voldoende beschikbare capaciteit.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.