Overslaan en naar de inhoud gaan

De overheid op de markt: waar ligt de grens?

Markt en overheid staan lijnrecht tegenover elkaar: moeten er strengere regels komen voor commerciële activiteiten van gemeenten?

Een zwembad in St. Pancras.
Een zwembad in St. Pancras. Veel gemeenten baten zwembaden uit, omdat dat commercieel niet interessant is. - Aerovista Luchtfotografie/ANP

Onder welke voorwaarden mag een gemeente commerciële activiteiten ontplooien? Markt en overheid staan lijnrecht tegenover elkaar. En dus moet de Tweede Kamer binnenkort, tien jaar na een kritische evaluatie van de concurrentieregels, een knoop doorhakken.

Eindelijk, klinkt het bij MKB Nederland, behandelt de Tweede Kamer een langverwachte wijziging van de Wet markt en overheid uit 2014. ‘We zijn al heel lang met dit dossier bezig’, zegt strategisch beleidsadviseur Gaby Hoof van de brancheorganisatie. Het is het bedrijfsleven een doorn in het oog dat gemeenten, provincies en andere overheden zich af en toe begeven op een markt waar ook commerciële partijen actief zijn. Dat mag niet zomaar, maar gemeenten interpreteren de voorwaarden soms wel erg ruim, bleek tien jaar geleden al uit een evaluatie.

Vastgoed

Zo verhuren gemeenten vastgoed, vaak aan maatschappelijke organisaties, baten ze sporthallen uit, exploiteren ze horecavoorzieningen in overheidsgebouwen en beheren ze jachthavens. Dat mag, maar onder voorwaarden. Het is immers niet de bedoeling dat de overheid met belastinggeld concurreert met private partijen. Een zwembad uitbaten mag vaak, omdat dat commercieel niet uit kan. Maar andere activiteiten bevinden zich in een grijzer gebied, ook bijvoorbeeld bij het uitbaten van sportvoorzieningen. Commerciële sportscholen zijn er inmiddels in overvloed, legt Hoof uit. De Wet markt en overheid schrijft daarom voor dat overheden alleen commercieel mogen gaan als ze aantonen dat het algemeen belang ermee gediend is. Dan gaat het bijvoorbeeld om activiteiten waar het bedrijfsleven steken laat vallen.

Zorgvuldig

Gemeenten motiveren hun ‘algemeenbelangbesluit’ echter vaak beperkt, bleek uit de evaluatie uit 2016. En ook worden lokale ondernemers niet altijd betrokken bij de besluitvorming. En dus diende toenmalig minister Stef Blok (VVD) van Economische Zaken een voorstel dat ervoor moet zorgen dat gemeenten een ‘zorgvuldige afweging’ maken. Zo moet het risico op oneerlijke concurrentie verkleind worden, aldus Blok.

Het midden- en kleinbedrijf stelt hinder te ondervinden van oneerlijke concurrentie door de overheid. ‘Wat als uitzondering is bedoeld’, schreef beleidsadviseur Hoof in een blog op de MKB-site, ‘wordt te vaak als ontsnappingsroute gebruikt.’ En daar komt bij veel gemeenten besluiten over het algemeen belang veelal niet meer hebben bijgewerkt sinds 2014. ‘Ze hebben ze in dat jaar vastgesteld, en daarna heeft niemand er meer naar gekeken’, legt Hoof desgevraagd uit. ‘Maar de situatie is veranderd.’

Nauwelijks klachten

De wijziging van de Wet markt en overheid is een complex dossier waarin gemeenten en het bedrijfsleven lijnrecht tegenover elkaar staan. Want alhoewel bedrijven aangeven last te hebben van concurrentie door de overheid, zijn er geen cijfers die dat boekstaven. Zo zijn er amper klachten over concurrentievervalsing. Dat ‘betekent niet dat het probleem er niet is’, stelde VVD-Kamerlid Arend Kistemaker vorige week tijdens het eerste debat over de wetswijziging. Ondernemers klagen vaak niet, zei hij. ‘Dat betekent niet dat het probleem er niet is.’

Dat stelt Hoof ook. Er zijn inderdaad niet veel klachten. ‘Maar dat komt ook omdat bedrijven het vaak niet aandurven om te klagen.’ Zo zouden ze bang zijn om bijvoorbeeld klandizie door de gemeente mis te lopen, of slechter beoordeeld te worden bij een aanbesteding, zei Hoof. ‘Zeker in een kleine gemeente zijn de relaties heel nauw.’ Data die die claim onderbouwen, zijn er echter niet. ‘Het is heel moeilijk om daar bewijzen voor te vinden.’

Het belangrijkste overheidsnieuws van de dag

Schrijf je in voor de Binnenlands Bestuur nieuwsbrief

Verlengd

De Wet markt en overheid is in 2012 ingevoerd en zou oorspronkelijk na vijf jaar vervallen. Sinds 2017 is de wet vijf keer voor twee jaar verlengd, waardoor de wet in juli volgend jaar opnieuw zou vervallen. In de Kamer klonk daarom het belang door van een nieuwe wet. ‘Het wordt dus tijd dat we deze wet netjes behandelen’, zei D66-Kamerlid Rutger Schoonis. ‘Daarmee geven we ondernemers ook de zekerheid die zij vragen.’

Minister Heleen Herbert (CDA) van Economische Zaken verdedigt het wetsvoorstel volgende week in de Tweede Kamer. Zij stelt onder meer voor dat de algemeenbelangbepalingen niet meer oneindig mogen worden vastgesteld, maar elke vijf jaar opnieuw moeten worden geactualiseerd. Daarbij moet ook het lokale bedrijfsleven bevraagd worden over de activiteiten.

Disproportioneel

Gemeenten zitten echter niet te wachten op een aanscherping van de Wet markt en overheid. ‘Compleet disproportioneel’ noemt de VNG het voorstel in een brief aan de Kamer. Volgens de gemeenten worden de concurrentieproblemen flink overdreven, en biedt de huidige wet gemeenten juist mogelijkheden om maatschappelijke ambities uit te voeren ‘waar een markt ontbreekt of gebrekkig werkt’. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aanleg van laadpalen of snel internet in het buitengebied, maar ook om inburgering en sportaccommodaties. ‘Daarmee is de wet een oplossing voor een niet bestaand probleem bij gemeenten, opgesteld in de tijdgeest waarin geloofd werd dat de markt alles beter en goedkoper kan’, stelde de VNG.

Omdat concurrentie door de overheid volgens de VNG nauwelijks voorkomt, leidt het wetsvoorstel volgens de gemeenten vooral tot extra taken en hogere uitvoeringslasten. Zo worden gemeenten verplicht om de algemeenbelangbepalingen elke vijf jaar te evalueren en daarbij bij marktpartijen te checken of zij inmiddels wel commerciële interesse hebben. ‘Dat zijn onmiskenbaar extra taken en kosten waar geen vergoeding tegenover staat.’

Verenigingen

Zorgen in de Kamer zijn er ook over de impact van de wetswijziging op verenigingen. Blijven voorzieningen ‘toegankelijk en betaalbaar’ als er nieuwe barrières worden opgeworpen voor gemeenten om bijvoorbeeld een zwembad open te houden, vroeg PRO-Kamerlid Tom van der Lee in het debat. En ook het CDA uitte zorgen: wat betekent het voor verenigingen als de juridische constructie achter de sporthal die ze huren elke vijf jaar opnieuw moet worden doorgelicht, vroeg Kamerlid Judith Bühler.

Politiek-bestuurlijke sensitiviteit

Politiek-bestuurlijke sensitiviteit

Als ambtenaar of beleidsadviseur opereer je voortdurend in een spanningsveld tussen maatschappelijke belangen, politieke druk en commerciële partijen. Weet jij hoe je in zulke complexe krachtenvelden de juiste afwegingen maakt en jouw adviezen effectief landt bij bestuurders en Kamerleden? Ontwikkel je politiek-bestuurlijke sensitiviteit en leer hoe je tegengestelde belangen afweegt, machtsstructuren herkent en beweging creëert zonder formele macht.

schrijf u vandaag nog in

Maak Binnenlands Bestuur uw voorkeursbron in Google

Met een nieuwe Google-functie bepaalt u nu zelf welke bronnen u als eerste ziet wanneer u zoekt. Zo mist u nooit meer het laatste nieuws van Binnenlands Bestuur.

Voeg Binnenlands Bestuur toe aan Google

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Melden als ongepast

Door u gemelde berichten worden door ons verwijderd indien ze niet voldoen aan onze gebruiksvoorwaarden.

Schrijvers van gemelde berichten zien niet wie de melding heeft gedaan.

Bevestig jouw e-mailadres

We hebben de bevestigingsmail naar %email% gestuurd.

Geen bevestigingsmail ontvangen? Controleer je spam folder. Niet in de spam, klik dan hier om een account aan te maken.

Er is iets mis gegaan

Helaas konden we op dit moment geen account voor je aanmaken. Probeer het later nog eens.

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in

Maak een gratis account aan en geniet van alle voordelen:

Heeft u al een account? Log in