Vanaf 2028 krijgen gemeenten minder geld van het Rijk. Dat is een harde klap voor de lokale overheid, die steeds meer taken moet uitvoeren met steeds minder middelen. En ja, daar mogen we boos over zijn. We krijgen te weinig. Punt.
Stop eens met beleid schrijven
Vanaf 2028 krijgen gemeenten minder geld van het Rijk. En ja, daar mogen we boos over zijn.
Soms wordt geroepen dat we toe moeten naar een kleinere overheid. Minder doen. Dat klinkt logisch, maar waar snijd je dan in? Een zogenaamde kerntakendiscussie moet dan voor een oplossing zorgen. Vaak verdwijnen dan de niet-wettelijke taken: buurthuizen, cultuur, sport, jongerenwerk en mantelzorgondersteuning. Zaken die niet verplicht zijn, maar die wel bepalen of een samenleving leefbaar blijft. Toch is de discussie legitiem. Moeten we alles willen blijven doen zoals we dat doen? Of kunnen we scherpere keuzes maken?
Minstens zo belangrijk is een andere vraag: hoe voeren we onze taken uit? Daar zit ruimte. Hoe efficiënt zijn we eigenlijk? Hoeveel tijd gaat er op aan vergaderen, afstemmen, schrijven, herschrijven en het opnieuw vaststellen van beleid?
Ik hoor ambtenaren verzuchten: ‘We maken een visie, die gaat naar de raad, wordt vastgesteld… en een paar jaar later maken we er weer een.’ In de tussentijd verandert er weinig. Recent sprak ik hierover met een wethouder die aangaf: stop dan ook met schrijven. En stop vooral met het schrijven van stukken die aanleiding geven tot het schrijven van aanvullende beleidsstukken, die vervolgens weer aanleiding geven tot aanvullende nota’s en die niet leiden tot enige actie. Het boek De Beleidsbubbel van Marije van den Berg is wat dat betreft een aanrader en vraagt om opvolging.
‘Geld is niet de oplossing’ horen we steeds vaker. De vraag is: wat dan wel?
Ik kom het ook zelf tegen in de praktijk. Gemeenten vragen ondersteuning bij een nieuwe visie, bijvoorbeeld op planning en control. Als er al een visie ligt, volgt vaak de vraag: moeten we die actualiseren omdat dat ‘nu eenmaal elke vier jaar gebeurt’? Of maken we iets nieuws omdat er een echte urgentie is? Iets dat helpt om daadwerkelijk anders te gaan werken en dat verbonden is met bredere strategische keuzes?
Persoonlijk krijg ik geen energie van beleid actualiseren omdat het moet. Van wie moet het eigenlijk? Het lijkt soms een ongeschreven wet. Stop met het maken van nieuw beleid als het oude nog niet is uitgevoerd, of als er geen geld en capaciteit zijn om het waar te maken. Schaal beleid af. Kijk naar wat wél werkt. Richt je op actie.
Inwoners beoordelen hun gemeente niet op het aantal vastgestelde beleidsnota’s. Ze willen zien dat er iets gebeurt. Beleid zonder uitvoering verandert niets. We schrijven een document, presenteren het netjes aan de raad, maken er een infographic bij en kunnen weer verder. Alsof het stuk zelf al iets oplost. Maar de wereld verandert niet door visiedocumenten en nota’s. Wel doordat mensen in beweging komen. Door zichtbaar handelen: in de wijk, aan de balie, als jongerenwerker of mantelzorger.
Beleid moet functioneel zijn, geen ritueel. Stel daarom steeds opnieuw de waarom-vraag. Wat gebeurt er als we dit beleid níet maken? Hebben we de middelen om het uit te voeren? En durven we daar eerlijk over te zijn? Dat vraagt lef. Lef om niet altijd iets nieuws te presenteren. Lef om te focussen op uitvoering. Zien waar de leefbaarheid door wordt versterkt en waardoor juist niet.
En kies dan voor minder geld naar beleid en juist meer naar mantelzorgers, cultuur, sport en dergelijke. Niet zozeer een kerntakendiscussie, maar meer de vraag: wat voegt maatschappelijke waarde toe en wat niet? Welk beleid kunnen we afschalen omdat het niet doeltreffend is en wel geld kost?

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.