De minister van Binnenlandse Zaken en de staatsecretaris van Financiën moeten hun huiswerk over doen. Vier van de tien voorstellen voor een andere verdeling van het rijksgeld over de gemeenten zijn volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) onvoldragen. Drie voorstellen deugen helemaal niet.
ROB raadt herverdeling gemeentefonds in 2027 af
Volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur zijn de meeste verbetervoorstellen van de fondsbeheerders ‘helaas nog niet goed genoeg.’
Scheve verdeling
Dat het huidige model tot een scheve verdeling van rijksgeld over de 342 gemeenten leidt, is al jarenlang een bron van onophoudelijke discussies tussen gemeenten die daar voor- en nadeel van hebben. Van de onafhankelijke adviesraad wilden de fondsbeheerders van Binnenlandse Zaken en Financiën een oordeel over een aantal mogelijke aanpassingen in de verdeling van het gemeentefonds.
Dat gevraagde advies ligt er nu en windt er bepaald geen doekjes om. Volgens de ROB zijn de meeste voorstellen ‘helaas nog niet goed genoeg.’ De verdeling moet onder andere rekening houden met de huishoudens met de laagste inkomens. Ook moet beter rekening worden gehouden met de inkomsten die de gemeenten zelf kunnen verwerven. ‘Dat is in deze voorstellen nog onvoldoende het geval’, aldus de ROB. Dus luidt het advies aan Binnenlandse Zaken-minister Heerma: ‘Nu geen grote wijziging in de verdeling van het gemeentefonds.’
Jeugdzorg
Het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeenten. Dit jaar krijgen ze via dat fonds bijna 42 miljard euro van het rijk. Voor hoe dat dat geld wordt verdeeld tussen de gemeenten gelden diverse verdeelformules. Omdat de taken van de gemeenten regelmatig veranderen en omdat de kosten van bestaande taken veranderen, moeten die verdeelformules regelmatig worden bijgesteld. De door de fondsbeheerders gedane voorstellen zijn deels van technische aard en inhoudelijke aard.
De meeste voorstellen houden volgens de ROB echter onvoldoende rekening met kostenverschillen tussen gemeenten, terwijl ze daarbij wel zouden moeten aansluiten. Zo leidt het voorstel op het onderdeel jeugdzorg ertoe dat de gemeenten in één specifiek deel van Nederland meer geld krijgen dan ze aan jeugdzorgkosten hebben, en de gemeenten uit een ander deel zouden minder geld krijgen dat ze aan jeugdzorgkosten hebben.
Lage inkomens
Een ander voorstel dat naar het oordeel van de ROB eveneens onevenwichtig is gaat over de maatstaf huishoudens met een laag inkomen. Dat gemeenten met veel huishoudens met een laag inkomen meer geld uit het gemeentefonds zouden moeten krijgen, daarover bestaat geen verschil van mening. Maar over hoeveel meer ze zouden moeten krijgen, en welke huishoudens dat precies moeten zijn, daarover zijn de fondsbeheerders en de adviesraad het niet eens. De minister en staatssecretaris willen bijvoorbeeld de tien procent huishoudens met de allerlaagste inkomens niet laten meetellen. Bijna alle huishoudens met een bijstandsuitkering behoren echter tot die tien procent. En de ROB vindt juist wel dat die erbij horen.
Verder stelt de ROB dat nader moet worden onderzocht of huishoudens met een laag inkomen en een hoge ‘betaalreserve’ (vermogen exclusief eigen woning) wel of niet tot extra kosten leiden voor de gemeenten.
Wmo
Het voorstel voor een nieuwe verdeling van het cluster Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) was in de ogen van de fondsbeheerders zelf niet oké, omdat het niet zou leiden tot een overtuigend betere verdeling. De ROB is het daarmee eens en stelt daarom ook voor die verdeling in 2027 in elk geval niet te wijzigen.
Rekentarief ozb
In feite adviseert de ROB op dit moment alleen positief over twee van de in totaal tien voorstellen. Een ervan betreft de aanpassing van de rekentarieven van de onroerendezaakbelasting (ozb) aan de werkelijke gemiddelde tarieven. Dat sluit volgens de ROB inderdaad beter aan bij de wettelijke doelstelling van de verdeling en leidt tot maar een beperkte herverdeling. Het andere voorstel dat een positief advies krijgt is om de maatstaf ‘huishoudens met een laag inkomen’ te berekenen met procenten in plaats van met honderdtallen. Die technische aanpassing leidt op zichzelf niet tot een structurele herverdeling, maar verbetert de verdeling wel.
Statische berekeningen
Afgezien van de voorstellen die een positief advies krijgen, stelt de ROB voor om volgend jaar gewoon maar de huidige verdeling aan te houden. Temeer daar onduidelijk is wat de consequenties van een aantal keuzes zullen zijn, afgezien nog van de stapeleffecten. Daarbij komt dat de voorstellen voor mogelijke aanpassingen betrekking hebben op slechts een deel van het gemeentefonds. Andere clusters, zoals Bestuur en ondersteuning, worden pas later onder de loep genomen. Dat maakt dat het zicht op een totaalbeeld van de financiële gevolgen ontbreekt.
In het najaar belooft de adviesraad met een nader advies te komen over de wijze waarop wel een verbetering van de verdeling kan worden bereikt, zodanig dat deze ‘goed genoeg’ kan worden. De minister en staatssecretaris krijgen daarbij het advies mee voor het opstellen van nieuwe verdeelvoorstellen vooral ook gebruik te maken van de kennis die gemeenten, kennisinstellingen, praktijkdeskundigen en ook inwoners hebben van verschillende beleidsterreinen. Bij de voorstellen die voorlagen zijn die nog niet goed genoeg benut. Ook ontbreekt het ‘aan goede bestuurlijke keuzes’, volgens de ROB. ‘De verdeling kan niet alleen worden gebaseerd op statische berekeningen.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.