De Raad van State is uiterst kritisch over de wijziging van de Financiële-verhoudingswet waar het gaat om de specifieke uitkeringen. Waar het de bedoeling is dat aantal in te perken, voorziet het adviescollege juist een toename door de wetswijziging.
Vrees voor nog meer specifieke uitkeringen
De voorgestelde wetswijziging maakt het instrument van specifieke uitkeringen makkelijker inzetbaar voor ministeries.
Onwenselijke groei
Sinds 2018 is het aantal specifieke uitkeringen sterk gestegen tot 185 stuks in 2024. De financiële omvang steeg in diezelfde periode van 8 miljard naar 21,3 miljard euro. De regering vindt die sterke groei onwenselijk, omdat specifieke uitkeringen gepaard gaan met zware controle- en verantwoordingslasten. Ze perken bovendien de lokale beleids- en bestedingsvrijheid in.
Averechts
In de beoogde wijziging van de Financiële Verhoudingswet stelt de regering nu voor de instelling van specifieke uitkeringen tot een looptijd van vijf jaar mogelijk te maken bij ministeriële regeling. Daarna kunnen ze bovendien eenmaal worden verlengd met vijf jaar. Die regeling komt dan in plaats van de instelling bij algemene maatregel van bestuur (voor ten hoogste vier jaar). Zoiets zou juist averechts kunnen uitpakken, zo maakt de Raad van State duidelijk in haar oordeel over het wetsvoorstel. Zij wijst op het risico dat dit de inzet van specifieke uitkeringen zal stimuleren in plaats van afremmen.
Lichtvaardige inzet
De voorgestelde “verlaging” van het niveau van de regelgeving is volgens de Raad van State bezwaarlijk, omdat specifieke uitkeringen daarmee makkelijker inzetbaar worden voor ministeries. ‘Daardoor is het risico reëel dat het instrument opnieuw lichtvaardig zal worden ingezet’, aldus het advies. Dat valt moeilijk te rijmen het uitgangspunt om terughoudendheid te betrachten als het gaat om het instellen van specifieke uitkeringen.
Positie BZK
Bovendien valt het moeilijk te rijmen met de tegelijk door het kabinet beoogde versterking van de positie van de minister van Binnenlandse Zaken jegens zijn ambtgenoten en als ‘hoeder’ van de interbestuurlijke verhoudingen. Vakministers hebben zo immers een lagere drempel om zelf een specifieke uitkering in te stellen. Vandaar dat Raad van State adviseert de instelling van tijdelijke specifieke uitkeringen te regelen bij algemene maatregel van bestuur.
Centrale sturing
‘Zolang er vanuit de rijksoverheid een behoefte bestaat om ‘te sturen met geld’ valt te betwijfelen of het doel – vermindering van het aantal specifieke uitkeringen – ook op lange termijn wordt behaald.’ De Raad van State wil dat de regering nader ingaat op de oorzaken van de groei van de specifieke uitkeringen en op welke wijze zal worden omgegaan met de behoefte aan centrale sturing.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.