De Raad van State heeft een oordeel geveld over de wijziging van de Financiële-verhoudingswet, de wet die regelt hoe het rijk de gemeenten en de provincies bekostigt.
Aan de slag, nu echt
Raad van State wijst erop dat gemeenten en provincies structureel te weinig middelen hebben om hun opgaven te kunnen uitvoeren.
Beëindig interbestuurlijk geklooi
De manier waarop dat nu gebeurt is niet alleen te complex en ondoorzichtig, maar zadelt de decentrale overheden ook nog eens op met enorme controle- en verantwoordingslasten. Vandaar het voorstel dat stelsel te stroomlijnen door diverse soorten uitkeringen te schrappen en andere te vereenvoudigen.
Het wetsvoorstel is in de ogen van de Raad van State ‘een stap voorwaarts.’ Om daar gelijk aan toe te voegen: ‘op zichzelf beschouwd.’ Want tja, zo stelt het hoogste adviesorgaan van de regering en het parlement, het lost andere problemen in de verhoudingen rijk-medeoverheden namelijk niet op. Hoeveel verbetering het wetsvoorstel misschien ook in zich draagt, zonder die problemen op te lossen, gaat het beoogde effect van het wetsvoorstel goed kans verloren.
Hoeveel onversneden waarschuwingen moet je als regering krijgen?
Kort en goed wijst de Raad van State erop dat gemeenten en provincies eenvoudigweg structureel te weinig middelen hebben om opgaven waarvoor ze aan de lat staan – woningbouw, stikstof, jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning – te kunnen uitvoeren. Gemeenten of provincies wordt door de wetgever opgedragen in medebewind bepaald rijksbeleid te realiseren ‘terwijl’ – zo klinkt het deftig – ‘de relatie tussen taken, bevoegdheden, de wijze van bekostiging en verdeling van financiële risico’s niet als toereikend wordt ervaren.’ In gewoon Nederlands: medeoverheden krijgen standaard te weinig geld van het rijk.
Een kwestie die volgens de Raad van State al jaren een grote bron van spanning is in de interbestuurlijke verhoudingen. Dat geëmmer staat het aanpakken van grote maatschappelijke opgaven in de weg. De Raad voor het Openbaar Bestuur, een ander onafhankelijk adviesorgaan, kaart dat probleem al jaren aan, net als onlangs de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen.
Trouwens, ook de Raad van State wreef het Rutte IV al eens onder de neus. Hoeveel onversneden waarschuwingen en houtsnijdende adviezen moet je als regering – en parlement! – krijgen om werkelijk een stap vooruit te komen met de problemen in dit land? Ik zou zeggen: aan de slag, d’ran.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.