Het kabinet herschikt het uitkeringsstelsel in het gemeentefonds. De ‘wildgroei’ aan specifieke uitkeringen wordt aan banden gelegd, en een nieuwe uitkeringstype moet het rijk de mogelijkheid geven gemeenten voor sommige taken tijdelijk extra geld toe te kennen, zonder dat daar grote verantwoordingslasten tegenover staan.
Kabinet herschikt uitkeringsstelsel gemeentefonds
Een specifieke uitkering instellen kan niet zomaar meer, stelt minister Pieter Heerma (BZK) voor.
Dat staat in een wetsvoorstel dat minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het voorstel moet leiden tot een ‘toekomstbestendig uitkeringsstelsel’, schrijft Heerma in de toelichting op het wetsvoorstel.
Met het wetsvoorstel wil de minister ervoor zorgen gemeenten extra geld krijgen om specifieke maatschappelijke vraagstukken op te pakken. De afgelopen jaren gebruikte het rijk daar steeds vaker de zogeheten specifieke uitkering voor. Dit geld is voor gemeenten niet vrij besteedbaar, zoals het gros van het Gemeentefonds dat wel is, maar moet worden uitgegeven aan specifieke taak. Voor het rijk is de specifieke uitkering een middel om grip te houden op de uitvoering door gemeenten, maar gemeenten hekelen al langer de strenge bemoeienis vanuit Den Haag.
Beleidsvrijheid
Zo beperken de specifieke uitkering de beleids- en bestedingsvrijheid van gemeenten, en zijn de lokale overheden veel tijd kwijt aan verantwoording over die uitgaven. Het vraagstuk werd urgenter, omdat het aantal specifieke uitkeringen sinds 2017 flink gestegen is. In dat jaar waren er slechts 21 uitkeringen, met een totaalbedrag van 7,4 miljard euro. In 2024 waren het er al 185, en ging het om een bedrag van ruim 20 miljard euro.
Wildgroei
Met het nieuwe wetsvoorstel wil Heerma ‘nieuwe wildgroei’ aan specifieke uitkeringen voorkomen. Zo stelt hij voor dat er alleen nog ‘spuks’ kunnen worden ingesteld als de ministerraad akkoord is. Ook komt er een minimumbedrag voor de uitkeringen. De hoogte daarvan moet nog worden bepaald.
Nieuwe uitkering
Daarnaast stelt de minister een nieuw uitkeringstype in, de ‘bijzondere fondsuitkering’ (BFU). Die moet de huidige decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds en het provinciefonds vervangen. Het geld uit de BFU is door gemeenten vrij besteedbaar. Sterker: ‘Bestedingsvoorwaarden of andere voorwaarden in combinatie met een BFU zijn dan ook uitgesloten’, schrijft Heerma in de toelichting op het voorstel. ‘Voorwaarden houden immers een eenzijdige beperking van de bestedingsvrijheid ven provincies en gemeenten in.’ Wel kunnen het rijk en de gemeenten en provincies afspraken maken over de besteding, zolang die niet leiden tot een beperking van de bestedingsvrijheid. Ook is er enige van controle vanuit het rijk nodig, wanneer de Tweede Kamer vraagt om naar de rechtmatigheid of doelmatigheid van de uitgaven van een BFU, aldus Heerma.
Centrumgemeenten
Het rijk kan bij de verdeling van het bedrag uit de bijzondere fondsuitkering wel afwijken van de verdeling uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Ook biedt de nieuwe uitkering de mogelijkheid om niet aan alle gemeenten geld toe te kennen, maar alleen aan bijvoorbeeld de centrumgemeenten. Die keuze moet dan wel gemotiveerd worden.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.