De provincies hebben afspraken gemaakt over een nieuwe verdeling van de miljarden uit het provinciefonds. Vijf provincies gaan er tot tientallen miljoenen op vooruit, de zeven anderen leveren in. De onderliggende boodschap aan het kabinet is helder: met alle grote opgaven op het gebied van milieu, stikstof en de infrastructuur moet er vooral meer geld bij.
Nieuw provinciefonds: vijf provincies gaan erop vooruit
De provincies hebben nieuwe afspraken gemaakt over het provinciefonds. De onderliggende boodschap is helder: er moet meer geld bij.
Laat één ding duidelijk zijn, zegt de Overijsselse gedeputeerde Tijs de Bree: ‘suboptimaal voor iedereen is het beste voor het geheel. Die gedachte onderschrijf ik volledig.’ Het afgelopen jaar voerden de twaalf provincies intensieve gesprekken over het provinciefonds. Woensdagavond lag er een unaniem akkoord op tafel, waar de fondsbeheerders – minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën – nu een klap op moeten geven. Dat willen ze nog voor het zomerreces doen. De Bree was als voorzitter van de Bestuurlijke Adviescommissie Financiën van het IPO nauw betrokken bij de herijking van het provinciefonds en het overleg met het rijk.
Scherpe randjes
De fondsbeheerders kwamen een jaar geleden met een voorstel voor een nieuwe verdeling van de miljarden in het provinciefonds. Maar de provincies waren dusdanig ongelukkig met de uitkomsten, dat ze de afgelopen maanden zelf om tafel zijn gegaan. In die overleggen hebben ze de nu scherpe randjes van het kabinetsvoorstel gehaald.
Uit de individuele reacties van provincies klinkt dan ook opluchting. Utrecht levert nu 27 miljoen euro in, waarvan eerder al 12 miljoen was verwerkt in de begroting, maar de korting is ‘substantieel kleiner dan het bedrag van minus €47 miljoen waarmee wij vorig jaar geconfronteerd werden,’ schrijft gedeputeerde Has Bakker aan provinciale staten. Gelderland levert ongeveer 2 miljoen euro in, op een bijdrage van 400 miljoen uit het provinciefonds, maar had op basis van de kabinetsvoorstellen al rekening gehouden met een hoger bedrag. ‘We zijn hier best blij mee’, zegt een woordvoerder van de provincie. Flevoland noteert een min van bijna 9 miljoen, waar eerder een korting van 26 miljoen euro in de boeken stond. ‘Voor Flevoland niet de gewenste uitkomst, maar wel het hoogst haalbare in de huidige situatie en omstandigheden’, meldde gedeputeerde Harold Hofstra in een presentatie aan provinciale staten. Overijssel levert 10 miljoen in, zegt gedeputeerde De Bree. ‘We laten een veer, maar we hebben erop geanticipeerd door eerder onze uitgaven te beperken. Er was ruimte om dit op te vangen.’
Weeffouten hersteld
Tegenover de provincies die inleveren, staan dus ook provincies die er door de verdeling miljoenen kunnen bijschrijven. Groningen noteert een plus van 15 miljoen euro; Zuid-Holland gaat er zelfs 35 miljoen op vooruit, omdat er volgens de provincie twee ‘weeffouten’ zijn hersteld: ‘misrekeningen’ in de jeugdzorg en bij het geld voor de vervoersregio’s. Drenthe noteert een plus van 13 miljoen, waarvan al 7,5 miljoen verwerkt is in de begroting. Noord-Holland wil niets zeggen over de gevolgen, maar wil eerst de gevolgen bestuderen voordat provinciale staten wordt geïnformeerd. Ook Friesland wacht nog op de doorrekening van het voorstel, stelt een woordvoerder.
Bij provincies overheerst nu vooral ook de trots dat het gelukt is om nieuwe afspraken te maken over de herverdeling. ‘Het is een intensief proces geweest, dat veel veerkracht van de provincies heeft gevraagd’, stelt gedeputeerde Mariëtte van Leeuwen van Zuid-Holland in een persbericht. Ik ben er trots op dat we er als provincies gezamenlijk zijn uitgekomen. Daardoor ligt er nu een verdeelmodel waar we allemaal achterstaan en wat onze solidariteit vergroot.’
De individuele provincies wisten tijdens de gesprekken niet wat de precieze uitkomsten zouden zijn voor het geheel, maar alleen voor hun eigen begroting, bevestigt De Bree. Om grote schokken te voorkomen, stellen de provincies een ingroeimodel voor.
Koek moet groter
Het provinciefonds bedraagt momenteel zo’n 3,7 miljard euro. De nieuwe afspraken tussen de provincies gaan niet over de omvang van dat bedrag, maar alleen over de verdeling ervan. Maar bij provincies klinkt wel de roep om meer geld. Aan de fondsbeheerders schrijven de provincies dat de ambities en taken van de provincie ‘met de huidige provinciale middelen domweg niet worden waargemaakt. Dat is geen gevoelskwestie, maar een harde constatering.’ De provincies verwijzen naar onderzoeken die rijk en provincies samen hebben laten uitvoeren en waaruit blijkt dat het provinciefonds niet voldoende toegerust is om de kostenontwikkeling op die taken te kunnen opvangen. ‘Dat is zorgwekkend.’
‘De koek moet groter,’ stelt ook De Bree in zijn rol als IPO-bestuurder. ‘We hebben ook tegen het rijk gezegd dat we die onderwerpen niet los van elkaar kunnen zien.’ Provincies kampen met grote opgaven, zoals het stikstofdossier, de energietransitie en het onderhoud van infrastructuur, zegt De Bree. ‘We willen hand in hand optrekken met het rijk. Maar dat betekent wel dat we daar de middelen voor nodig hebben, anders lukt het niet. Die scherpte hebben we wel aangegeven.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.