In vergelijking met voorgaande jaren zijn ambtenaren minder geneigd om een baan te buiten de overheid te zoeken. Dat blijkt uit het jaarlijkse arbeidsvoorwaarden (en -belevings)onderzoek van Binnenlands Bestuur in samenwerking met Berenschot. Hoewel meer dan de helft de werkdruk (te) hoog vindt, wil slechts 12 procent binnen een jaar weg.
Ruim helft ambtenaren vindt werkdruk (te) hoog
Waar ambtenaren minder geneigd zijn om de overheid te verlaten, ervaren zij de werkdruk in hun organisatie wel vaak als (te) hoog.
Open voor ‘mooie kans’
Minder ambtenaren willen de overheid verlaten. Waar in 2024 nog één op de zes ambtenaren aangaf binnen afzienbare tijd te willen vertrekken, is dat nu gedaald tot één op de acht (circa 12 procent). In 2023 was het overigens nog één op de zeven. Mannen overwegen (iets) vaker een vertrek dan vrouwen (14 tegenover 10 procent). Waar ruim een derde (36 procent) dan ook niet op zoek is naar ander werk, staameer dan de helft (56 procent) er wel voor open ‘als er een mooie kans voorbij komt’. Slechts 7 procent zoekt actief naar een baan bij een andere werkgever.
Meer rijksambtenaren overwegen vertrek
Van de rijksambtenaren overweegt 18 procent de overheid binnen een jaar te verlaten. Dat ligt dus hoger dan het gemiddelde van 12 procent, hetzelfde percentage als onder gemeenteambtenaren. Op basis van dit onderzoek is voor dat verschil geen verklaring te geven. Uit het Werkonderzoek 2024, wat Rick Borst de afgelopen maanden heeft geschreven, komen veel kleinere verschillen tussen rijk en gemeenten naar voren, stelt de universitair docent bij de leerstoel Strategisch Human Resource Management van de Universiteit Utrecht.
‘Vertekend beeld’
Uit dat onderzoek blijkt dat 18 procent van de rijksambtenaren en 16 procent van de gemeenteambtenaren op zoek is naar een andere functie. Wanneer het gaat om een functie in een andere publieke sector, dalen die percentages naar respectievelijk 7 en 6 procent. Naar een functie buiten de publieke sector is in beide groepen slechts 4 procent op zoek. ‘Die data is echt representatief voor alle sectoren in het openbaar bestuur’, zegt Borst. Hij vermoedt dat het aandeel rijksambtenaren in de Berenschot–Binnenlands Bestuur-enquête, 11 procent van de deelnemers, een ‘vertekend beeld’ geeft van de daadwerkelijke verschillen. Kanttekening hierbij is dat het laatste onderzoek over 2025 gaat en het Werkonderzoek van Borst over 2024, en dat de samenstelling van de onderzochte populatie van rijksambtenaren kan verschillen. Ook kunnen verschillen ontstaan doordat vragen anders zijn geformuleerd, bijvoorbeeld met een focus op vertrek binnen een jaar versus vertrek in algemene zin.
Mensen die overwegen de organisatie te verlaten, rapporteren twee keer zo vaak een te hoge werkdruk
Werkdruk (te) hoog
Ruim de helft (56 procent) van de respondenten vindt de werkdruk (te) hoog: 43 procent ervaart de werkdruk als ‘hoog’ en 13 procent als ‘te hoog’. Tegelijkertijd vinden ruim vier op de tien de werkdruk ‘normaal’. Uit het onderzoek blijkt dat de categorie 21 tot 35 jaar de werkdruk het laagst ervaart. Toch is in deze groep de verhouding tussen respondenten die de werkdruk als laag tot normaal ervaren en respondenten die de werkdruk als hoog tot te hoog ervaren ook 50/50. Gemeente- en rijksambtenaren ervaren de werkdruk het vaakst als te hoog (14 procent), terwijl ambtenaren bij waterschappen dit het minst vaak aangeven (bijna 6 procent).
Vrouwen versus mannen
Vrouwen rapporteren vaker dat de werkdruk te hoog is (16 procent ten opzichte van 10 procent bij de mannen), waarbij mannen het vaker als normaal rapporteren (44 procent ten opzichte van 40 procent van de vrouwen). In het Werkonderzoek 2024 zag Borst op dit onderdeel geen significant verschil tussen mannen en vrouwen. Verder valt in het onderzoek van Berenschot en Binnenlands Bestuur op dat mensen die overwegen de organisatie te verlaten twee keer zo vaak een te hoge werkdruk rapporteren.
Onrealistische planning
Onderbezetting door te weinig collega’s en onrealistische planning zijn de twee meest voorkomende redenen voor een hoge werkdruk, aldus de ondervraagden. Kortom: er zijn geen mensen voor alle wensen. Andere veelgenoemde redenen zijn: ‘te veel werk/taken’, vaak in combinatie met ‘onderbezetting’ of ‘politieke druk’. ‘Politieke druk of dynamiek’ is zeer dominant en komt vaak voor in combinatie met ‘onrealistische verwachtingen’. Op vier staat de ‘onduidelijke opdrachtomschrijving’. In het onderzoek zijn geen nadere vragen gesteld over de achtergrond van de redenen. Wel is te zien dat ‘onrealistische planning’ en ‘te weinig personeel’ ook los van elkaar worden genoemd. In de praktijk is het mogelijk dat er een samenhang tussen de twee redenen bestaat.
Verantwoording: De enquête is uitgevoerd door Binnenlands Bestuur en Bureau Berenschot en uitgezet onder ambtenaren en bestuurders die Binnenlands Bestuur lezen. De enquête werd gehouden van 25 september tot en met 31 oktober 2025 en is ingevuld door in totaal 3.888 respondenten. Na opschoning van de data bleven er 2.289 respondenten over; vrouwen en mannen zijn gelijk vertegenwoordigd. De gemiddelde leeftijd is 50 jaar en de deelnemers zijn gemiddeld 12 jaar werkzaam bij hun organisatie. Zij werken vooral bij gemeenten (76 procent) en het rijk (11 procent).

Reacties: 1
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Dat er weinig interesse van ambtenaren is om over te stappen naar het bedrijfsleven was in de zestiger jaren van de vorige eeuw en daarna ook al het geval. Dat heeft vooral te maken met een totale andere werkomgeving. Dat hoeft dus helemaal niet te worden onderzocht.