Bijna iedereen in een bestuurlijke, politieke en/of leidinggevende positie vraagt erom: kom met feedback op bepaalde beslissingen of voorstellen, laat weten wat je ervan vindt, denk mee, doe mee. Het tegengeluid. Door argumenten tegen een voorgenomen keuze serieus te onderzoeken, scherp je samen een standpunt aan óf ontdek je dat de gekozen richting niet de meest verstandige is.
Ode aan het tegengeluid
Echte openheid voor tegengeluid versterkt zorgvuldige besluitvorming en voorkomt tunnelvisie, uitsluiting en verminderde betrokkenheid.
Juist in bestuurlijke en politieke omgevingen is een zorgvuldige afweging cruciaal. Vaak wordt het tegengeluid aangemoedigd, mede ingegeven door moderne leiderschapscursussen die leren om weerstand te verwelkomen en de psychologische drempel voor feedback te verlagen.
Er is echter een ‘maar’. Want tussen het toejuichen van feedback en het daadwerkelijk daarnaar handelen zit nog (te) vaak een disbalans. Wanneer je een inhoudelijk afwijkende onderbouwing inbrengt tegenover een voorstel, zeker als deze enigszins steekhoudend is, blijkt dat tegengeluid in de praktijk minder welkom te zijn dan vaak wordt beleden.
Van nature voegen we ons als mens graag bij de meerderheid. De minderheid wijkt af en moet zich veelal meer verdedigen voor het innemen van een minderheidsstandpunt. Vanuit die positie wordt de invloed kleiner, de informele toegang beperkter en het risico op uitsluiting groter. Het is een positie die we liever uit de weg gaan dan bewust opzoeken.
Groeps- en tijdsdruk, loyaliteit en reputatierisico zijn in bestuurlijke en politieke omgevingen sterke factoren die meespelen bij het vermijden van aansluiting bij de minderheid. Wie tegen een voorstel ingaat, zet mogelijk collega’s onder druk, vertraagt het proces en loopt het risico als ‘lastig’ te worden bestempeld.
Wie ervaart dat tegenspraak niet welkom is, zal in het vervolg zwijgen
Gelukkig geldt het voorgaande lang niet altijd en overal. Sommigen laten het tegengeluid bewust toe en vragen er zelfs actief om, om vervolgens ook daadwerkelijk iets te veranderen. Of zij beargumenteren in ieder geval goed waarom toch voor een bepaalde richting wordt gekozen.
En ja, dat is belangrijk. Zeker binnen het politiek-bestuurlijke speelveld zijn keuzes zelden helemaal ‘goed’ of ‘fout’. Zorgvuldige afwegingen, inclusief het wegen van gegronde kritiek, zijn essentieel voor goede besluitvorming, op welk niveau en in welke organisatie dan ook. Anders neemt de betrokkenheid af, ligt tunnelvisie op de loer en moet in het ergste geval een besluit later worden teruggedraaid, met alle gevolgen van dien. Daarmee komt niet alleen de kwaliteit van het besluit in het geding, maar ook de bestuurlijke legitimiteit ervan.
Wie ervaart dat tegenspraak niet welkom is, zal in het vervolg zwijgen. Daarom is een bewust andere houding tegenover standpunten vanuit de minderheid vereist. Laat het schuren, knagen, botsen. Dat mag soms ook best even ongemakkelijk zijn. Omarm dat. En vooral: sta écht open voor andersdenkenden. Wijs bijvoorbeeld kritische observatoren aan, betrek dwarsliggers in je team en hak pas een knoop door als tegenargumenten expliciet zijn afgewogen. Niet als formaliteit, maar als wezenlijk onderdeel van het besluitvormingsproces. Alleen zo houd je de betrokkenheid hoog, voelen mensen zich gehoord en kom je samen tot de beste beslissingen. Want niet alleen de kwaliteit van besluiten staat op het spel, maar ook het vertrouwen in het proces dat daaraan ten grondslag ligt.
Lennart van der Plas, fractievoorzitter VVD Katwijk

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.