Het bevriezen van de lonen van rijksambtenaren dit jaar leidt naar verwachting tot een vertrek van ambtenaren naar andere sectoren. Met name uitvoeringsorganisaties dreigen personeel kwijt te raken.
‘Nullijn schadelijk voor uitvoeringsorganisaties rijk’
De besparing is bovendien slechts incidenteel: een eventuele loonachterstand wordt op termijn weer ingehaald.
Negatief effect
Dat stelt FNV-onderzoeker en beleidsadviseur Felix Kram in een artikel in economenblad ESB. Door het voornemen van het kabinet-Schoof de lonen voor rijksambtenaren in 2026 niet te laten stijgen worden de beloningsverschillen met andere sectoren vergroot. Uitvoeringsorganisaties van het rijk gaan volgens hem het meest last krijgen van de nullijn-maatregel. ‘Er ontstaat een reëel risico dat het moeilijker wordt voor deze cruciale organisaties om personeel te werven en te behouden’, aldus Kram.
De nullijn geldt weliswaar voor de gehele sector rijk, maar omdat de meerderheid – 71 procent – een uitvoerende functie heeft betekent dat dat het negatieve effect in de uitvoeringshoek zich het meest laat gelden. Kram wijst erop dat voor uitvoeringsorganisaties de wervingsbehoefte groot is en blijft, terwijl de arbeidsmarkt krap is. ‘Daarbij is de sector rijk sterker vergrijsd dan de beroepsbevolking. De Belastingdienst, met in 2024 28.362 fte aan personeel de grootste uitvoeringsorganisatie in de sector rijk, verwacht tot 2028 bijvoorbeeld een uitstroom van 9.000 fte, waarvan 3.500 fte naar pensioen’, aldus Kram.
Jongeren
De uitvoering moet de komende jaren dus meer jongeren aantrekken om de vergrijzing en het personeelsverloop op te vangen. Dat betreft volgens de onderzoeker waarschijnlijk vooral hbo- en mbo-opgeleide werknemers. Het aandeel vacatures dat een mbo- of hbo-niveau vereiste, is tussen 2015 en 2024 toegenomen van 46 naar 55 procent van het totaal. Kram: ‘Op basis van het functiegebouw rijk is te verwachten dat deze functies veel voorkomen bij de uitvoering.’
De onderzoeker zet uiteen dat werknemers bij het rijk in 2022 gemiddeld al minder verdienden dan vergelijkbare medewerkers buiten de rijksoverheid. Met name jongere werknemers van alle opleidingsniveaus en praktisch opgeleiden liepen bij het rijk een aanzienlijke loonachterstand op. De nominale loonontwikkeling bij de gehele rijksoverheid lijkt volgens Kram sinds 2022 geen grote inhaalslag te hebben gemaakt op de markt.
Inhaalslag
Ander onderzoek wijst bovendien uit dat werknemers in de sector rijk die minder verdienen dan een vergelijkbare medewerker in een andere sector een verhoogde kans geeft de overheid te verlaten. Door de nullijn gaat de loonontwikkeling bij de sector rijk nog verder achterlopen op de markt. ‘Dit maakt het voor de rijksoverheid naar verwachting moeilijker om personeel te werven en vergroot de kans dat werknemers uitstromen naar andere sectoren. Daarnaast zouden de lonen bij de rijksoverheid na 2026 harder moeten stijgen dan de lonen in de marktsector om de achterstand op de inflatie en de andere sectoren in te halen. Dit zou kunnen betekenen dat er in de komende jaren, net als in juli 2024, een grote loonsverhoging zou moeten worden afgesproken om de inflatieachterstand van werknemers bij het rijk te compenseren.’
Besparing bescheiden
Tegenover de nadelen van de nullijn staat volgens Kram in het ESB-artikel ook slechts een bescheiden besparing. ‘Het kabinet-Schoof raamde de besparing door de nullijn op structureel 600 miljoen euro. Het CPB raamde de besparing op de helft daarvan: 300 miljoen euro in 2028. Deze besparing is bovendien slechts incidenteel, omdat een eventuele loonachterstand als gevolg van een nullijn op termijn weer ingehaald wordt.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.