De vertrekkans van jongere ambtenaren verschilt niet tussen grotere en kleinere gemeenten. Die conclusie trekt A&O fonds Gemeenten uit microdata van het CBS. Voor alle gemeenten geldt dat jaarlijks 1 op de 10 jonge ambtenaren (25 – 35 jaar) vertrekt.
Jonge ambtenaar verlaat kleine gemeente niet eerder
Jonge ambtenaren verlaten een kleine gemeente niet eerder dan een grote gemeente. Bij een overstap groeit het salaris gemiddeld 10 procent.
Vaker naar andere gemeente
Vertrekkende jonge ambtenaren uit kleinere gemeenten (minder dan 50.000 inwoners) kiezen wel vaker opnieuw voor een gemeente als volgende werkgever dan jongeren die vertrekken uit een grotere gemeente. Meer dan 4 op de 10 jongere medewerkers uit een kleinere gemeente kiest voor een gemeentelijke werkgever tegenover zo’n 2 op de 10 jongere medewerkers uit een 100.000-plus gemeente, blijkt uit de cijfers.
Kleine gemeente populairder
Uit de data blijkt ook dat zij een sterkere voorkeur hebben om te werken bij een kleinere gemeente dan jonge ambtenaren bij een grote gemeente. Meer dan de helft van de vertrekkende jongeren die kiezen voor een gemeente, gaat werken voor een gemeente met minder dan 50.000 inwoners. Dit aandeel wordt kleiner als de ambtenaar afkomstig is uit een grotere gemeente.
Vaker baanwisselaar
Naast gemeenten blijkt een groot deel van de vertrekkende jongere ambtenaren bij de overstap te kiezen voor de overheid (rijk, provincies en waterschappen), de zorg en de zakelijke dienstverlening. Ook kiest een deel van hen om via een uitzendcontract, inclusief detachering, te werken. Dat de mobiliteit onder jonge medewerkers hoger is, heeft allerlei redenen, maar één ervan is dat zij vaker per definitie ‘baanwisselaars’ zijn.
Altijd hoger salaris
Verschil in salaris noemen kleinere gemeenten vaak als belangrijke motivatie van jongeren om te kiezen voor een grotere gemeente. Dit blijkt inderdaad het geval te zijn, maar het is niet uniek. Uit de data blijkt dat het ook van toepassing is als de jongere medewerker gaat werken voor een gemeente die even groot of kleiner is. Vertrekkende jongeren maken hun opgedane werkervaring ten gelde in hun volgende carrièrestap. Hun salarisgroei is gemiddeld 10 procent, waarbij de grootte van de vertrekkende gemeente dus niet uitmaakt.
* In de laatste balk in het figuur hierboven staat als tweede percentage 32 procent. Dat moet 68 procent zijn.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.