De salarissen bij de overheid zijn zeker niet slecht. Toch overweegt een op de zeven werknemers bij de overheid nog binnen een jaar de publieke sector te verlaten. Vooral de werkdruk is daar debet aan. Dit blijkt uit het Salaris- en arbeidstevredenheidonderzoek ambtenaren en bestuurders 2023 dat Bureau Berenschot in samenwerking met Binnenlands Bestuur heeft uitgevoerd.
Een op de zeven ambtenaren wil de overheid verlaten
De salarissen bij de overheid zijn niet slecht. Toch overweegt 1 op de 7 werknemers bij de overheid binnen een jaar de sector te verlaten.
Meerderheid ambtenaren vindt werkdruk te hoog
De meer contemplatieve momenten van het jaar, de zomervakantie en de eindejaarsvakantie, zijn de momenten dat menig werknemer geneigd is de balans op te maken en vooruit te kijken. Hoe sta ik in mijn werk? Verdien ik wat ik behoor te verdienen? Wat zijn mijn loopbaankansen bij de huidige werkgever en ben ik tevreden met wat ik doe? Is de werkdruk nog wel te behappen of wil ik minder uren gaan werken?
In opdracht van Binnenlands Bestuur legde Bureau Berenschot deze vragen voor aan de Nederlandse ambtenaren en bestuurders. Het beeld dat uit dit onderzoek naar voren komt laat weinig aan duidelijkheid te wensen over. Wie bij de overheid werkt verdient een behoorlijk salaris, maar de werkdruk wordt als hoog ervaren. Mede hierdoor overweegt maar liefst een op de zeven ambtenaren nog binnen een jaar de overheid te verlaten.
Rijksambtenaren verdienen het meest, zo’n 91.000 per jaar
Uit de antwoorden van ruim 3.500 respondenten blijkt dat rijksambtenaren het meest verdienen. Inclusief vakantiegeld, Individueel Keuzebudget en eventuele eindejaarsuitkering, 13e maand of andere vaste toeslagen verdienen zij per jaar gemiddeld bijna 91.000 euro op basis van een 40-urige werkweek. Zij worden op de voet gevolgd door medewerkers bij waterschappen, met een gemiddeld salaris van bijna 90.500 euro op jaarbasis.
Daarna komen de ambtenaren bij gemeenten en provincies. Bij Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) worden overigens hogere salarissen verdiend: gemiddeld bijna 98.500 per jaar [zie hieronder].
Opleiding en leeftijd
Salarissen bij de overheid zijn sterk afhankelijk van het opleidingsniveau. Een Mavo-geschoolde ambtenaar verdient al gauw 20.000 euro per jaar minder dan een academisch geschoolde ambtenaar en 16.000 euro minder dan een ambtenaar met een HBO-opleiding.
Wat functies betreft zijn het met name de gemeentesecretarissen die het meest verdienen, met een jaarlijks inkomen rond de 130.000 euro. Griffiers verdienen gemiddeld ongeveer een ton. IT-managers en hoofden automatisering zitten daar met gemiddeld 106.000 euro per jaar weer boven. Absolute hekkensluiters zijn bibliothecarissen en informatieverzorgers, met een gemiddeld jaarsalaris van 63.000 euro. Ook facilitymanagers en juridisch medewerkers verdienen geen gouden bergen. Zij krijgen gemiddeld tussen de 71.000 en 73.000 euro per jaar.
Jonge ambtenaren, tussen de 21 en 35 jaar, verdienen een gemiddeld salaris van zo’n 70.300 euro per jaar. Ze starten rond de 21 jaar met een gemiddeld inkomen van ongeveer 61.000 euro. Tegen de tijd dat ze de 35 bereiken is dat opgelopen tot gemiddeld iets boven de 80.000. Vanaf die leeftijd tot het 50ste levensjaar loopt het inkomen nog stevig op tot gemiddeld ruim boven de 91.000 euro per jaar. Daarna zitten de meeste ambtenaren bijna aan hun top. In de leeftijdsgroep van ambtenaren tussen de 51 en 65 jaar komt er gemiddeld nog zo’n 4.000 euro op jaarbasis bij en wie dan nog langer blijft werken gaat er nog nauwelijks in salaris op vooruit.
Minder werken
Veel werknemers willen tegenwoordig een betere privé-werkbalans. Minder werken is daarbij vaak een belangrijke wens. Maar hoe groot schatten ambtenaren de kans in dat die wens ook wordt gehonoreerd door hun huidige werkgever? Zeker, zeggen bijna zeven op de tien rijksambtenaren. Daarnaast denkt nog eens bijna een op de vijf rijksambtenaren dat het in principe wel mogelijk zou moeten zijn, maar dat het lastig is vanwege een tekort aan personeel. Ook van de ambtenaren die bij provincies werken is vrijwel eenzelfde percentage als bij het rijk ervan overtuigd dat een verzoek tot minder werken zonder meer geaccepteerd in goede aarde vallen. Nog eens bijna een kwart denkt dat de werkgever ‘in principe positief’ zou willen antwoorden, maar dat ook hier het personeelstekort roet in het eten zal gooien.
Weinig ambtenaren vinden dat minder werken niet bij de bedrijfscultuur zou horen
Gemeenteambtenaren hebben er in vergelijking tot rijk en provincies iets minder vertrouwen in dat een verzoek om minder te werken wordt gehonoreerd. Maar nog altijd meer dan de helft van hen denkt te kunnen rekenen op een positief antwoord op een dergelijke aanvraag. Daarnaast denkt een derde van de respondenten dat de gemeentelijke werkgever op zich geen moeite heeft met medewerkers die minder uren willen draaien, maar dat het personeelstekort daar een belemmerende factor bij is.
Medewerkers van waterschappen maken weer wat meer kans op een instemmend antwoord op een verzoek tot minder werken: 64 procent gaat uit van een positief besluit, 22 procent denkt dat de wil er bij de werkgever wel is maar dat het gebrek aan medewerkers het moeilijk zal maken. Opvallend is dat vrouwen en mannen die werkbaar zijn bij de overheid even vaak menen dat minder werken mogelijk is, maar dat mannen iets vaker van mening zijn dat het niet bij de bedrijfscultuur past.
Vrouwen denken daarentegen net iets vaker dat een aanvraag om minder te werken niet zal worden gehonoreerd. Vrij weinig ambtenaren, of ze nu bij het rijk of de decentrale overheden in dienst zijn, vinden dat minder werken niet bij de bedrijfscultuur zou horen – gemiddeld nog geen 5 procent.
Werkdruk hoog
Een stevige meerderheid van de ambtenaren ervaart de werkdruk als hoog of zelfs te hoog. Dat geldt voor vrijwel alle overheidslagen. Van de gemeenteambtenaren vindt maar liefst 64 procent dat. Bij het rijk ligt het aantal ambtenaren dat die mening is toegedaan op 55 procent en bij de waterschappen op 59 procent. Bij de provincies vindt iets meer dan de helft de werkdruk normaal, maar ook daar is nog altijd een stevig aantal medewerkers (47 procent) dat de werkdruk als hoog tot te hoog omschrijft. Over het algemeen geldt dat ruim een derde (37 procent) van de respondenten de werkdruk als normaal ervaart.
Overigens is er bijna niemand te vinden bij de verschillende overheidsorganisaties die meent dat er sprake is van een lage werkdruk. Zeker niet bij gemeenten, waar minder dan 1 procent van de respondenten dat aangeeft. Wat dat betreft is er een schril contrast met private organisaties werkzaam voor de overheid. Medewerkers van die bedrijven noemen in bijna 8 procent van de reacties de werkdruk laag.
Een mooi salaris en een vaste aanstelling is belangrijk, vinden ambtenaren. Maar ze hechten ook aan mogelijkheden om zich binnen hun loopbaan bij de overheid te kunnen ontwikkelen. De huidige mogelijkheden daartoe worden door een groot deel van de respondenten toereikend gevonden (58 procent). Dat geldt zowel voor de mogelijkheden die de werkgever biedt als het budget dat daarvoor beschikbaar is. Maar niet iedereen is tevreden. Grofweg een kwart (gemeenten, provincies) en een vijfde (rijk) van de overheidswerknemers antwoordt er neutraal tegenover te staan. Uitgesproken ontevreden tot zeer ontevreden hierover is 18 procent van de gemeente- en rijksambtenaren. Bij de waterschappen zijn de werknemers opvallend positiever over de opleidingsmogelijkheden. Slechts een kleine 6 procent vindt die onvoldoende, terwijl iets minder dan 70 procent zich tevreden tot zelfs zeer tevreden verklaart.
Functie elders
Salariswensen, werkdruk, te weinig ontwikkelingskansen – het kunnen allemaal overwegingen zijn om het ambtenaarschap vaarwel te zeggen en op zoek te gaan naar een functie elders. In hoeverre een of meerdere van deze factoren een bepalende rol spelen bij het besluit de overheid de rug toe te keren is nooit precies te zeggen. Wel is duidelijk dat het aantal ambtenaren dat van plan is op korte termijn naar een betrekking buiten de publieke sector om te kijken aanzienlijk is. Maar liefst een op de zeven ambtenaren overweegt de overheid binnen het komende jaar te verlaten.
Het hoogst ligt het aantal potentiële uitstromers bij het rijk: daar is ruim een op de zes ambtenaren (17 procent) van plan het ambtenarenbestaan op korte termijn aan de wilgen te hangen. Onder gemeenteambtenaren ligt dat aantal nauwelijks lager. Daar is meer dan een op de zeven ambtenaren van plan binnen een jaar te vertrekken (15 procent), op de voet gevolgd door werknemers bij de waterschappen (14 procent). Bij de provincies zijn de ambtenaren wat honkvaster, maar ook daar is 1 op de 9 ambtenaren van plan om de overheid nog het komend jaar te verlaten.
Verantwoording:
De enquête is uitgevoerd door Bureau Berenschot en uitgezet onder ambtenaren en bestuurders die Binnenlands Bestuur lezen. De enquête werd gehouen van 5 september tot en met 31 oktober 2023 en ingevuld door 3.513 respondenten. De jaarsalarissen zijn gebaseerd op het jaarsalaris inclusief vakantiegeld, IKB, eventuele eindejaarsuitkeringen, 13e maand en andere vaste toeslagen. In het onderzoek wordt uitgegaan van bedragen op basis van een 40-urige werkweek.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.