Uh nee, we gaan het vandaag niet over de blindedarm van de baas hebben. Een appendix is inderdaad dat wormvormige aanhangsel, rechtsonder in de buik, dat vervelend kan ontsteken en flink pijn kan doen. Maar het is ook een aanhangsel bij een boek. En laat ik daar nu net mee bezig zijn.
Een appendix voor leidinggevenden
De aard van je medewerkers kennen en weten wat er bij hen thuis speelt, maakt het gemakkelijker om mogelijke overspanning te herkennen.
Mijn boek gaat over werkdruk en is bijna klaar. Het gaat vooral over wat er allemaal kan schuilgaan onder dat ene etiket genaamd ‘werkdruk’. Eigenschappen, omstandigheden en gebeurtenissen kunnen medewerkers doen wankelen. En omdat een verminderde draagkracht zich op het werk vaak als eerste en het meest duidelijk laat voelen, noemen we het al snel werkdruk. Maar of er dan ook daadwerkelijk sprake is van een zwaardere draaglast? Dat is de million-dollar question.
Je kunt het de overspannen mens niet kwalijk nemen dat die dat zelf niet scherp heeft. Wij hebben allemaal blinde vlekken voor wat wij onszelf soms aandoen. En omstandigheden die bij een buitenstaander alarmbellen laten afgaan, kunnen voor onszelf normaal voelen. Zeker als we er al jaren in zitten. Daarom is het zo belangrijk dat ‘de ander’ overspanningssignalen durft te benoemen. Op de werkvloer is dat een belangrijke taak van de leidinggevende.
Als een van je pappenheimers steeds gevoeliger reageert op wat er gebeurt. Zich vaker afmeldt voor het werkoverleg. Of ineens regelmatig een dagje ziek thuisblijft met hoofdpijn. Dan heb je alle reden om te vragen hoe het ermee gaat. En hoef je ook geen genoegen te nemen met een oppervlakkig ‘goed hoor’. Wel geldt: c’est le ton qui fait la musique. Vermijd bot doorvragen en al te stellige invullingen. Benoem wat je ziet en stel open vragen. Meer hoeft het vaak niet te zijn.
Jij, beste leidinggevende, hoeft niet eigenhandig alle problemen van je mensen op te lossen
Het helpt als je als leidinggevende de aard van je medewerkers een beetje kent en weet wat er bij hen thuis speelt. Dat maakt het gemakkelijker om bepaald gedrag als mogelijke overspanning te herkennen. Een perfectionistische medewerker brengt zichzelf bijvoorbeeld gemakkelijker in de problemen door steeds hogere, uiteindelijk onhaalbare doelen na te streven. En iemand met huwelijksproblemen of een pittige mantelzorgtaak balanceert vaak op het slappe koord tussen werk en privé.
Maar pas wel op voor de aanname dat de stressbron dus heel vaak buiten het werk zal liggen. Emotionele belasting, frustraties over omslachtige werkprocessen en onduidelijke rollen kunnen de werklast minstens zo hard beïnvloeden. Vraag ook regelmatig hoe het ín het werk gaat. Zeker als meerdere mensen tegelijk op hun tandvlees lopen. Dan dreigt een soort Domino Day: het ene omvallende steentje tikt het volgende aan. Een spectaculair beeld op televisie. Minder leuk op je afdeling.
En jij, beste leidinggevende, hoeft niet eigenhandig alle problemen van je mensen op te lossen. Jouw rol is vooral die van signaleerder, doorverwijzer en follow-upper. Hoe meer je dat als onderdeel van je werk gaat zien, hoe gemakkelijker het wordt. Zeker als je de beschikbare bedrijfshulpbronnen goed op je netvlies hebt.
Psychologie op het werk is bepaald geen wormvormig aanhangsel. Het is de kern waar een mentaal gezonde organisatie om draait.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.