De afgelopen jaren is de functie van studentambtenaar uitgegroeid van een pilot in Enschede tot een bestaande praktijk verspreid over Nederland.In meerdere gemeenten zijn studentambtenaren aan de slag. Wat maakt hun inzet zo waardevol?
De student als ervaringsdeskundige in de gemeente
De functie van studentambtenaar is uitgegroeid van een pilot in Enschede tot een bestaande praktijk verspreid over Nederland.
Studentambtenaren worden als volwaardig gezien
Alexander Peters (24) is studentambtenaar in Nijmegen. Acht uur per week, hij doet het naast zijn studie gebiedsontwikkeling aan de Radboud Universiteit. ‘Wij komen op voor de belangen van de student,’ zegt hij.
Gevraagd waarom daar een aparte functie voor nodig is, deelt Peters een observatie. Binnen gemeenten zijn volgens hem genoeg mensen die zich met de leeftijdscategorie van studenten bezighouden, dat wil zeggen inwoners van zestien tot vijfentwintig jaar oud, maar er is doorgaans niemand die puur de studentenzaken behandelt. ‘De student wordt toch een beetje gezien als passant. Daarom krijgt die net iets minder aandacht’, meent Peters.
Door de studentambtenaar is dat in Nijmegen veranderd, ziet hij: ‘De studentambtenaar is binnen de gemeente een bekende term geworden. We worden serieus genomen, mag ik wel zeggen. In vijf jaar tijd is ons netwerk heel groot geworden. Organisaties komen zelf ook naar ons toe. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen zijn we bijvoorbeeld benaderd om mee te denken over een jongerendebat. Bij ons is projectleider Marieke van Kan de spin in het web. Met haar zitten we elke twee weken een half uur samen.’
Peters geniet van zijn rol. ‘Het is heel leuk om de structuur binnen de gemeente te zien, om bij vergaderingen aan te sluiten waar je normaal niet zou komen.’
Toekomstplannen
Dat studenten niet altijd als volwaardige inwoners worden gezien, herkennen ze ook bij het Netwerk Kennissteden Nederland (NKN), een samenwerkingsverband van dertien universiteitssteden, de koepels van hogescholen en universiteiten, studentenhuisvestingsorganisatie Kences en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het NKN coördineert het landelijk overleg van studentambtenaren. Ze zien elkaar maandelijks.
‘Per stad vertellen de studentambtenaren wat er op dat moment aan de hand is en wat de toekomstplannen zijn,’ zegt Eline Verhoef, studentsecretaris bij NKN. Ook stellen ze elkaar vragen, waaruit vanzelf discussie en samenwerking ontstaan. Menno Stokman is coördinator en secretaris van het NKN. Hij is duidelijk enthousiast over de studentambtenaar.
Zo noemt hij welzijn als een van de thema’s waarbij studentambtenaren het verschil kunnen maken: ‘Dat raakt studenten letterlijk, terwijl bestuurders er vaak wat verder van af staan. Ze vinden het soft klinken, welzijn.’ Maar moet het dan ook echt een student zijn? Of kan een werkende dertiger dit net zo goed? Verhoef en Stokman zijn duidelijk: een student is een must. ‘Een dertiger heeft toch alweer afstand tot de student’, zegt Verhoef. Stokman knikt. ‘Het studentenleven ontwikkelt zich door, je loopt heel snel achter.’
Volwaardige collega
Toch is de studentambtenaar niet per definitie zaligmakend, waarschuwt Stokman. Gemeenten kunnen de studentambtenaar ook als een soort geste aan jongeren zien, in plaats van als een volwaardige collega, en dat is wat hem betreft een valkuil. ‘Dan is de gedachte: laat die student maar een beetje zijn ding doen. Nee, dan bereikt zij of hij niet zo gek veel.’ Verhoef herkent die neiging uit gesprekken met studentambtenaren.
Toch is ze grotendeels positief. Ze noemt Leiden als voorbeeld van een gemeente die actief betrokken is. ‘Ja,’ zegt Stokman. ‘Daar zijn ze echt, als stad en als gemeente, heel erg goed ingericht als studentenstad.’ Zo heeft de gemeente een programmamanager kennisstad en draagt citymarketing eraan bij. Stokman: ‘Hoe ze dat met elkaar vormgeven en communiceren, het klopt als geheel.’
Beetje overlap
Sophie ‘t Hart is een van de mensen die zich daar in Leiden voor inzetten. Sinds afgelopen december is ‘t Hart beleidsmedewerker studentzaken bij de gemeente. Samen met een collega begeleidt ze twee studentambtenaren: een rechtenstudent aan de Universiteit Leiden en een student commerciële economie aan Hogeschool Leiden. ‘t Hart: ‘Onze studentambtenaren zitten er steeds voor dertien maanden. Met een beetje overlap, zodat ze de nieuwe studenten kunnen inwerken.’
In mei organiseren de studentambtenaren Mind Your Business, een netwerkevenement over studentenwelzijn. Dat doen ze samen met ‘t Hart. De Huizendag, een dag over studentenhuizen, met onderwerpen als brandveiligheid en alcoholgebruik, organiseren ze zelf. ‘Dat is echt iets waar zij mee bezig zijn. Ik weet daar niet eens zoveel van af.’ De studentambtenaren zijn assertief en zelfstandig, vertelt ‘t Hart, en kloppen bij haar en haar collega aan als ze ergens extra hulp bij nodig hebben. ‘Gemiddeld ben ik er misschien een uur in de week mee bezig.’
Dat roept de vraag op hoe groot hun vrijheid is. Wat mogen ze wel, wat mogen ze niet? ‘t Hart moet even nadenken, omdat ze dat onderscheid lastig te maken vindt. ‘We hebben goed contact, dus het verloopt bij ons best wel organisch. Al ben ik zelf natuurlijk ook nog aan het zoeken, omdat ik hier pas net mee ben begonnen.’ Soms worden studentambtenaren in Leiden zelfstandig benaderd door andere afdelingen binnen de gemeente, om mee te denken. Dan beslissen ze zelf of ze dat doen. ‘t Hart: ‘Omdat ze maar acht uur per week hebben, mogen zij aangeven wat ze leuk vinden, en waar ze minder interesse in hebben.’
Wij vinden het superbelangrijk om niet alleen óver, maar ook mét studenten te praten
Sophie 't Hart
Deze samenwerking levert de gemeente veel op, zegt ‘t Hart. Ze noemt twee zaken in het bijzonder. Allereerst het studentenperspectief. ‘Wij vinden het superbelangrijk om niet alleen óver studenten, maar ook zeker met studenten te praten.’ Daarnaast leveren ze concrete adviezen. ‘Ze durven echt hun mond open te trekken, hun eigen gedachten te delen.’
Een voorbeeld: collega-ambtenaren wilden flyers uitdelen tijdens studentenbijeenkomsten om te informeren over fietsbeleid van de gemeente. De studentambtenaren adviseerden dat niet te doen: die flyers zouden zo in de papierbak belanden. Ze bedachten ook meteen een alternatief: sleutelhangers met een QR-code.
MBO
Terug naar Enschede. Die stad heeft maar liefst drie studentambtenaren. Een van hen is Rosan van Aken (20), student social work aan Hogeschool Saxion. Ze werkt samen met een collega van de Universiteit Twente en van het ROC van Twente; een studentambtenaar kan dus ook van het mbo komen. ‘Enschede was de eerste in Nederland met een studentambtenaar, en ook de eerste met een mbo-studentambtenaar,’ zegt Van Aken met enige trots.
Hun verantwoordelijkheden reiken best ver. De studentambtenaren van Enschede zitten iedere zes weken een bestuurlijk overleg voor, waaraan alle Enschedese kennisinstellingen deelnemen, en waarbij ook de wethouder regelmatig aansluit. Daarnaast beoordelen ze aanvragen voor studentensubsidies van maximaal 3.000 euro per initiatief. Hun advies bepaalt mede of iemand subsidie krijgt. Zo ging een subsidie voor een evenement een keer niet door. Wat niet in de aanvraag stond, wisten Van Aken en haar collega’s uit eerste hand: bij het ticket zat een bierpas inbegrepen. ‘En wij mogen niet subsidiëren voor alcohol.’
Vorig jaar werd Van Aken benaderd door Enschede 700, de stichting rond het zevenhonderjarig bestaan van de stad. Ze wilden een evenement voor studenten organiseren, maar zochten nog ideeën. Van Aken nam deel aan het bestuur en heeft in een park een studentendiner voor 3.500 nieuwe studenten georganiseerd. ‘Om dan te zien dat het daadwerkelijk gebeurt, dat is wel echt supervet.’
Functie bijna wegbezuinigd
Van Aken kan bij de gemeente invloed uitoefenen uit naam van studenten. Tijdens een recent bestuurlijk overleg bracht een studentenvereniging in dat ze door een nieuwe binnenstadregeling nog maar twaalf ontheffingen per jaar kunnen aanvragen om de binnenstad in te rijden. Alleen tijdens hun introductieperiode hebben ze er al acht nodig. De wethouder vond dat de vereniging als non-profit een uitzondering verdiende en gaf Van Aken als actiepunt mee om het met de afdeling ontheffingen uit te zoeken.
Studenten prikken ideeën door van, hoe zeg je dat netjes, iets oudere ambtenaren
Rosan van Aken
En ook Van Aken prikt als student makkelijk door ideeën van, hoe zeg je dat netjes, iets oudere ambtenaren. Toen ze meedacht over plannen om Enschede aantrekkelijker te maken voor jongeren, stelde iemand een welzijnsloket voor. Van Aken was tegen: ‘Als student ga je echt niet via de gemeente opzoeken waar je heen kan bellen, om vervolgens hulp te zoeken. Dus ik zei: als jullie zoiets willen doen, moet het echt anders. Meer laagdrempelig.’ Daar gaven ze gehoor aan. ‘Ik merk hier wel echt dat je er als studentambtenaar toe doet. Er wordt naar je geluisterd’, aldus studentambtenaar Van Aken.
De studentambtenaar was eerst beperkt tot de universiteitssteden. Dat is niet meer het geval. Deventer heeft er inmiddels ook een in dienst, via een hogeschool. Al ging dat nog bijna mis, vertelt Stokman van het NKN: vorig jaar zou de functie worden wegbezuinigd. Uiteindelijk mocht één studentambtenaar blijven. Stokman ergert zich aan die grilligheid; het getuigt volgens hem van onderschatting.
In Arnhem nam de gemeenteraad een motie aan om een pilot te verkennen, met de wens dat de pilot zowel mbo- als hbo-studenten vertegenwoordigt. Begin april stuurde het college de uitkomst naar de raad: positief over een pilot, met geraamde kosten van ongeveer 55.000 euro, maar de dekking ontbreekt vooralsnog.
Wat zouden Stokman en Verhoef van samenwerkingsverband NKN gemeenten adviseren die dit willen proberen? ‘Je moet de studentambtenaar echt zelf dingen laten ondernemen,’ zegt Stokman. ‘Daar heeft iedereen denk ik het meest baat bij. Dus niet als een soort assistent laten fungeren.’ Verhoef vult aan: ‘En je moet er als gemeente actief een rol in spelen.’ Ook de Leidse beleidsmedewerker ‘t Hart is zich bewust van het risico van symbooldeelname. Zij omschrijft die denkfout als volgt: ‘Er zit een student bij, dus we hebben gehoord wat de student wil. Nee, je moet ze wel betrekken bij, en interesseren voor, het beleid dat je wil voeren.’
De rol van de betrokken onderwijsinstellingen is overigens, zo blijkt althans uit deze gesprekken, beperkt. Ze zijn veelal positief, en verspreiden de vacature, maar daar blijft het meestal bij. Zo zegt Van Aken: ‘Het is eigenlijk gewoon een bijbaan. Mijn opleiding staat er verder los van. Wel zijn ze natuurlijk blij dat ik het doe, want ik vertegenwoordig alle studenten.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.