Een salarisverhoging van 4,2 procent en een 0,8 procent hoger individueel keuzebudget vormen de inzet van de bonden in de cao-onderhandelingen met de provinciale werkgevers. En 5 mei moet ook voor de provincieambtenaar een vrije dag worden.
Bonden: 5 procent erbij voor de provincieambtenaar
Geen nullijn. Werkgevers houden rekening met ‘ontwikkelingen rond inflatie en de positie van onze organisaties op de arbeidsmarkt.’
Geen nullijn
De huidige cao loopt eind juni af. De vakbonden willen gaan voor een cao met een looptijd van één jaar, de werkgevers hebben een voorkeur voor een tweejarige looptijd. Waar de bonden qua loonstijging al direct met concrete percentages en bedragen op de proppen kwamen – een verhoging van de thuiswerkvergoeding naar 3,45 euro bijvoorbeeld – hield de onderhandelingsdelegatie van de verzamelde provincies die kaart nog tegen de borst. Een nullijn, zoals bij het rijk, wordt het zeker niet. De werkgevers stellen bij hun loonvoorstel rekenschap te zullen geven ‘van ontwikkelingen rond inflatie en de positie van onze organisaties op de arbeidsmarkt.’
Extra verlof
De inzet van de bonden behelst een gecombineerde loonsverhoging in euro’s (50 euro) en procenten (4,2 procent), plus een verhoging van het Individueel Keuzebudget (IKB) zodat werknemers meer ruimte krijgen om via dat budget bovenwettelijke verlofuren te kopen. Door dat budget met 0,8 procent te verhogen, zouden werknemers 14,4 extra verlofuren (2 dagen) kunnen kopen. Bijna de helft van de werknemers had in gezamenlijke enquête van de bonden aangegeven te weinig verlofuren te hebben. Die enquête was voorafgaand aan de cao-onderhandelingen gehouden en ingevuld door 4.000 provinciemedewerkers. Koopkracht bleek hét thema van die enquête. ‘Ruim zeven op de tien medewerkers ervaren dat hun loon achterblijft bij de gestegen kosten van levensonderhoud. Hoewel het merendeel aangeeft redelijk rond te kunnen komen, ligt de nadruk voor velen op behoud van koopkracht’, aldus een analyse van de uitkomst.
Werkdrukverlaging
Na loonsverhoging en een hoger IKB-budget werden ook werkdrukvermindering en levensfasegericht beleid – waaronder regelingen voor zowel jongere als oudere medewerkers – veel genoemd. Werkdruk kwam naar voren als een van de meest urgente en breed gevoelde problemen. Liefst 84 procent van de medewerkers gaf aan werkdruk te ervaren, waarvan een kwart zelfs in hoge mate. Meest genoemde oorzaken: te veel werk, vertrek van ervaren collega’s, onderbezetting en inefficiënte organisatie van werkprocessen. De meest genoemde oplossing: het versterken van de vaste formatie.
Seniorenregeling
Qua behoeften op het gebied van levensfasegericht beleid vielen in de enquête duidelijke leeftijdsverschillen op: jongere medewerkers hechten waarde aan flexibiliteit en extra IKB mogelijkheden, terwijl oudere collega’s hun prioriteiten leggen bij seniorenregelingen, werkdrukverlaging en mantelzorg.
Beide onderhandelende partijen streven ernaar halverwege deze maand al een onderhandelaarsresultaat te bereiken.

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.