Vier jaar geleden, na de vorige gemeenteraadsverkiezingen, zag de lokale politiek er weer een beetje evenwichtiger uit dan we ooit eerder hadden gezien. Met de verkiezingen van 2022 werd 36 procent van de gemeenteraadsleden vrouw. Dat was een historisch hoog percentage dat vooral te danken was aan de vele vrouwen op verkiesbare plekken en honderden ‘extra’ vrouwen die dankzij voorkeursstemmen verkozen werden.
Boekhouding van vier jaar vrouwen in de raad
Na een historisch hoog percentage vrouwen in de raad na de verkiezingen van 2022, is hun aantal in 2026 al meer dan 10 procent gedaald.
Maar als we vandaag de dag de boekhouding opmaken van de afgelopen vier jaar, dan blijkt dat dat percentage nu niet meer fier overeind staat. De laatste meting van 1 januari 2026 laat zien dat het aandeel vrouwen in veel gemeenteraden inmiddels flink is gedaald. Waar direct na de verkiezingen 36 procent van de raadsleden vrouw was, is dat nu nog maar 32 procent. Een absolute daling dus van 4 procentpunten. In relatieve aantallen is dat meer dan 10 procent achteruitgang.
Wat betekent dat concreet? Onder andere dat vrouwen vaker uitvallen tijdens de raadsperiode én dat die zetels vaker worden opgevuld door mannen. Dat is geen verrassing in een politiek systeem waarin nog steeds veel meer mannen dan vrouwen op de kieslijsten staan.
We moeten zorgen dat verkozen vrouwen hun termijn in goede omstandigheden kunnen afmaken
Maar deze cijfers onderstrepen ook een groter probleem: de instroom en verkiezing van vrouwen alleen is niet genoeg voor werkelijke politieke gelijkheid. Wat daarna gebeurt, is te belangrijk om onze aandacht te laten verslappen. Natuurlijk hoop ik bij deze verkiezingen op een nieuwe record in het aantal vrouwen in de raad. Maar wacht dan nog even met de vlag uithangen als we weer zulke hoge en selectieve uitval zien.
Er is er ook hoop, vooruitkijkend naar de komende gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. Toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren zei een paar jaar geleden dat een goede m/v-balans in de politiek tussen de 40-60 procent vrouwen betekent. Dat lijkt me ook een mooie stip op de horizon. Maar: als we die 40 procent mijlpaal ook over vier jaar nog willen hebben staan – als we die dit keer al halen - dan is het dus zaak om direct bij de verkiezingen een nóg hoger percentage te behalen.
Dat doet er overigens niet aan af dat we moeten zorgen dat deze vrouwen, eenmaal verkozen, hun termijn in goede omstandigheden kunnen afmaken. De Staat van het Bestuur van het Ministerie van BZK zegt: ‘Gekozen volksvertegenwoordigers worden geacht hun ambt te vervullen tot de volgende verkiezingen.’ Prima uitgangspunt, maar het blijkt zeker voor vrouwen niet altijd mogelijk te zijn. Tot zover de boekhouding, op naar 18 maart!

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.