‘À la recherche du temps perdu’ van Marcel Proust begint met een madeleine die in thee wordt gedoopt. De smaak roept bij de schrijver een stroom aan herinneringen op. Sinds de Wet open overheid (Woo) heb ik ook regelmatig zo’n madeleine nodig om me te herinneren hoe besluiten tot stand zijn gekomen.
Woo!
Het is zorgelijk dat de roep om openbaarheid ertoe leidt dat steeds selectiever wordt vastgelegd wat er werkelijk gebeurt.
Ooit legden ambtenaren hun overwegingen uitgebreid vast. Notities en verslagen lazen als romans waarin de hoofdpersonen wikkend en wegend op zoek zijn naar oplossingen. Nog net geen epische queesten, maar wel aanzienlijk uitgebreider dan de beknopte besluitenlijstjes van tegenwoordig. Alsof we Lord of the Rings reduceren tot: probleem geërfd, hulp gezocht, strijd geleverd, ring vernietigd, wereld gered, afscheid genomen.
Een columnist kiest ervoor om voor de openbaarheid te schrijven. Sterker nog: hoe meer lezers, hoe groter de voldoening. Toch valt telkens weer op dat lezers boodschappen in je woorden lezen die je nooit hebt bedoeld. Als columnist neem je dat voor lief zolang mensen maar van je column genieten. Als beleidsambtenaar schrijf je niet voor het grote publiek maar voor een manager of bestuurder. Weten dat wat je schrijft openbaar kan worden, leidt tot terughoudendheid en behoedzaamheid. Mensen die op basis van de Wet open overheid (Woo) mails en memo’s opvragen, doen dat zelden om complimenten te kunnen uitdelen en meestal om bevestiging te lezen van bestaande oordelen. Als je woorden niet op een goudschaaltje weegt, kunnen ze eindigen als een loden last.
Wanneer de toedracht van beleidskeuzes vooral uit herinneringen bestaat, kunnen we achteraf lang blijven zoeken
Bestuurders lijken in dat opzicht op columnisten. Ook zij willen een groot publiek bereiken en leggen hun dadendrang en overwegingen graag vast. In mijn loopbaan heb ik dan ook menig bestuurder zien aantreden met een uitgesproken passie voor een open overheid. Beleidsmedewerkers krijgen de opdracht bestuursvoorstellen uit te werken met verschillende alternatieven, inclusief de voor- en nadelen. Ik geef dan graag het compliment wat een prachtig cadeau dit is voor oppositie en bezwaarmakers. Meestal worden de bestuursvoorstellen daarna weer korter: alleen nog een dragende motivering voor het voorgestelde besluit. De luiken opengooien is natuurlijk nobel, maar je eigen glazen ingooien voert wat ver.
Interessant wordt het wanneer een ambtelijke organisatie risico's ziet bij voorgenomen besluiten die reeds politiek zijn voorgekookt. Wanneer dit soort kanttekeningen openbaar worden, komen ambtenaren in de politieke vuurlinie terecht. Een voorbeeld is het ‘memo-Palmen’ uit de toeslagenaffaire. Ooit vertelde een medewerker mij dat een bestuurder haar had gevraagd waarom zij zich zo nodig wilde indekken voor een besluit dat toch genomen ging worden. Kon zij haar kanttekeningen niet gewoon voor zich houden of desnoods mondeling geven? Op zo'n moment vind ik het de taak van een overheidsmanager om het bestuur juist zwart op wit te informeren. Zwijgen zou immers instemmen betekenen.
Proust laat zien hoe onbetrouwbaar herinneringen zijn, omdat mensen het verleden voortdurend reconstrueren. Juist daarom is het zorgelijk dat de roep om openbaarheid ertoe leidt dat steeds selectiever wordt vastgelegd wat er werkelijk gebeurt. Wanneer de toedracht van beleidskeuzes vooral uit herinneringen bestaat, kunnen we achteraf lang blijven zoeken. Proust had voor zijn zoektocht uiteindelijk veertien jaar en 1,3 miljoen woorden nodig.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.