De overheid staat onder druk. Burgers verwachten snelheid en maatwerk, professionals zoeken ruimte om goed werk te leveren, en politiek en bestuur willen grip en slagvaardigheid.
Als slagvaardigheid niet gaat over minder, maar over slimmer
Een slagvaardige overheid heeft voor het handelen bij de echt complexe vraagstukken een gedeeld moreel kompas nodig.
De herstelaffaires van de afgelopen jaren hebben het vertrouwen in de overheid flink geschaad. Vaak waren deze affaires het gevolg van regels, richtlijnen en afspraken die voor een deel van de mensen onvoldoende aansloten op de maatschappelijke realiteit én niet op elkaar. Want het is niet eenvoudig om complexe dingen in één keer goed te doen.
Moderne samenlevingen lossen problemen op met complexiteit. Deze strategie werkt op termijn tegen zichzelf, is de analyse van Joseph Tainter in zijn boek The Collapse of Complex Societies.
Dat noemen we de risico-regel-reflex: regels en fragmentatie als reactie op incidenten. Het gevolg? Efficiëntie, effectiviteit én het burgervertrouwen verminderen terwijl de kosten oplopen. We raken steeds dieper vast in een gordiaanse knoop, met de verzuchting dat we alles veel te ingewikkeld hebben gemaakt.
Vereenvoudigen klinkt als een nobel en logisch voornemen. Sinds het kabinet-Balkenende II in 2003 het motto 'Meer Werk, Minder Regels' uitschreef, hebben vrijwel alle kabinetten, tot en met het huidige kabinet, vereenvoudiging en slagvaardigheid in hun regeerakkoord opgenomen. Steeds met de burger als uitgangspunt. De ene keer kreeg de burger meer verantwoordelijkheid en ruimte (zelfredzaamheid) en de andere keer kwam er meer zorg voor de individuele situatie (menselijke maat).
De realiteit blijkt weerbarstig: vereenvoudigen tot slagvaardigheid is niet eenvoudig.
Dat begint met de vraag: wat betekent slagvaardig voor wie? Voor burgers betekent het: een overheid die luistert, begrijpt en tijdig ingrijpt voordat schade ontstaat en die tegelijkertijd zorgt voor eerlijkheid. Voor professionals betekent het: in staat zijn het juiste te doen: werken mét en manoeuvreren tussen alle stelsels, regels en belangen, met vertrouwen en mandaat. Voor de overheid als geheel betekent het: een systeem dat niet alleen reageert, maar ook anticipeert en eerlijk verdeelt: een overheid die voorkomt in plaats van herstelt.
Dat vraagt een fundamentele verandering in hoe we kijken naar complexiteit. We moeten erkennen dat complexiteit niet op te lossen is met alléén vereenvoudiging, en dat de overheid ruimte moet maken voor complexiteit. Die blijft immers bestaan.
De relatie van de overheid richting de samenleving verandert daarmee. Namelijk, faciliteren dat besturing, beleid en uitvoering vanuit een gedeeld beeld van de realiteit worden vormgeven, waarin alle perspectieven een plek hebben. Zodat er besluiten worden genomen die kloppen met de basis van onze de democratische rechtstaat waarin individueel en collectief belang zijn afgewogen. Want de pijnlijke optelsom is dat gefragmenteerd en on-afgestemd schrappen leidt tot hersteloperaties. En herstellen is een stuk duurder dan voorkomen.
Een slagvaardige en betrouwbare overheid ontstaat niet vanzelf, dat hebben decennia aan kabinetsvoornemens laten zien. Een slagvaardige overheid heeft voor het handelen bij de echt complexe vraagstukken een gedeeld moreel kompas nodig. Dat is een richtsnoer voor handelen bij morele dilemma’s. Mandaat van professionals wordt daarmee vanuit een gedeeld kompas ingevuld. Dat gedeelde morele kompas ontstaat met het volgende:
Signaalvaardigheid: signalen uit de samenleving en de organisatie zijn onze kanaries in de kolenmijn. Een signaalvaardige overheid herkent ze, volgt ze adequaat op en benut ze om herstel te voorkomen – door actie én reflectie in actie, is tijdig bijsturen mogelijk.
Dialoogvaardigheid: bij complexiteit niet de luiken dichtdoen, maar in dialoog met elkaar, burgers, ondernemers, wetenschap en politiek de complexiteit omarmen. Morele dialoog en besluitvorming horen bij het vakmanschap van alle overheidsmedewerkers.
Tussenruimte: de plek waar ruimte is om, alleen wanneer het complex is, op een andere manier te werken. Door tussenruimte kunnen professionals en leiders niet alleen hun werk goed doen, maar ook het juiste doen als overheid.
We moeten een systeem bouwen dat in staat is complexiteit te omarmen. Laten we het voornemen dat sinds 2003 bestaat nu eens echt waarmaken: een slagvaardige overheid die voorkomt in plaats van herstelt. Een menselijke, betrouwbare, eerlijke overheid. Want dat kan.
Maartje Kemme schreef 'Tussenruimte: voor een signaalvaardige overheid met een menselijke maat'. Ze bouwde in het sociaal domein aan maatwerkplaatsen en signaalvaardigheid, een belangrijk onderdeel van een lerende organisatie.
Jindra Kessener is eerste auteur van 'Dialoogrevolutie, de weg naar gedeeld moreel leiderschap'. Ook bracht ze bij de Belastingdienst het programma Ruimte in het Recht voor menselijke maat en de Casusdialoog tot stand.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.