De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is met 53,7 procent hoger dan in 2022 (51 procent), maar dat is geen reden om achterover te leunen. Praktisch opgeleiden, jongeren en vrouwen kwamen minder vaak naar de stembus. De hogere opkomst valt ook als een correctie te zien van het coronajaar 2022, toen mensen drie dagen mochten stemmen en de toen net begonnen Oekraïne-oorlog veel media-aandacht opslokte.
Opkomst hoger, maar ook ongelijk
Een hogere opkomst is nog geen reden om achterover te leunen, want het gaat niet om de hoogte van de opkomst, maar om de ongelijkheid erin.
Ongelijkheid in opkomst
Dat valt op te maken uit reacties van ‘opkomstdeskundigen’ Hans Vollaard, politicoloog bij de Universiteit Utrecht en Sabine van Zuydam, eigenaar en onderzoeker bij Necker. Zelf verwachtte Vollaard dat de opkomst deze verkiezingen lager dan ooit zou worden, zei hij gisteren nog tegen RTL Nieuws. Nu de opkomst hoger blijkt te zijn, kunnen we wel ‘abseilen van de Euromast en vrolijk verder gaan’, maar er is volgens hem zeker geen reden om achterover te leunen. ‘De ongelijkheid in de opkomst zie je nog steeds. Dat was ook onze zorg als onderzoekers. De opkomst van praktisch opgeleiden, jongeren en vrouwen is minder. Er is een verschil van 10 procent tussen mannen en vrouwen: 55-45.’
Niet achteroverleunen
Dat was in 2022 ook al zo, vertelt Vollaard, waardoor er in de raden zelf ook een scheve verhouding tussen mannen en vrouwen ontstond. ‘Dat is toch een punt van aandacht. Vrouwen vinden zorgkwesties bijvoorbeeld vaak belangrijker. Als zij minder naar de stembus gaan, is er ook minder aandacht voor. We moeten kijken naar de oorzaken.’ Wat betreft de jongeren kan hij zich voorstellen dat die minder politieke bagage in het onderwijs meekrijgen, ‘Ze komen wel vaker opdagen bij de landelijke verkiezingen.’ Ook wijst Vollaard op de niet-stemmers, ‘waarvan een substantieel deel niet kwam wegens een gebrek aan vertrouwen’. ‘We kunnen niet achteroverleunen’, herhaalt hij.
Weer teruggeveerd
Toch lijkt de opkomst weer terug op het niveau van 2018 (55 procent) en de verkiezingen daarvoor in 2014 (54 procent) en 2010 (54 procent), constateert ook Van Zuydam. ‘De verkiezingen van 2022 was de uitzondering, we zijn weer teruggeveerd. Hoewel er werk te verzetten valt, is dat wel bemoedigend.’ Sommige stemlokalen waren in 2022 ook niet bruikbaar, omdat ze niet voldeden aan de anderhalve meter norm. Mensen moesten dus verder reizen. ‘Daarbij was er destijds nauwelijks media-aandacht, omdat de oorlog in Oekraïne net begonnen was. De aandacht voor de verkiezingen viel toen wat weg. Dat is ook een contrast.’ Nu is er ook een oorlog begonnen in Iran, maar de media-aandacht voor de verkiezingen was substantiëler. ‘De Iran-oorlog zorgde niet voor stopzetting van de debatten. Er was ook meer aandacht voor de verkiezingen in de regionale media, dus dat betaalt zich wel uit.’
Meer gemotiveerd
Ook Vollaard vermoedt dat corona de vorige keer een ‘kleine rol’ heeft gespeeld in de lagere opkomst. ‘Het kan een procentje schelen.’ Hij bevestigt dat de Oekraïne-oorlog destijds voor minder aandacht voor de verkiezingen zorgde. ‘En deze keer hebben best wat partijen zich tegen azc’s gekeerd. Dat kan ook een paar procenten meer, omdat mensen nu meer gemotiveerd waren, omdat het in hun belang was. Dat moeten we nog wel verder uitzoeken in lokaal kiezersonderzoek.’
De grotere winst is te halen in het vier jaar lang investeren in het laten zien van de gemeenteraad aan inwoners
Sabine van Zuydam, eigenaar/onderzoeker Necker
Zwoegen in de wijken
Op haar beurt bevestigt Van Zuydam dat het betrekken van praktisch opgeleiden, jongeren en vrouwen ‘zeker een uitdaging blijft’. ‘Jongeren zijn minder lokaal verbonden. Anderen weten minder goed op wat ze moeten stemmen. Laat je dus zien in de wijken gedurende die vier jaar, blijf informeren over de gemeente. Het vergt een lange adem. Het is zwoegen, maar het betaalt zich uit.’ Een stemhulp werkt opkomstbevorderend en helpt om in campagnetijd je snel te informeren, weet ze. ‘Dat helpt voor de opkomst. De grotere winst is echter nog te halen in het vier jaar lang investeren in het laten zien van de gemeenteraad aan inwoners.’
Niet goed op de hoogte
Ook hard werken is het voor de gemeenteraden om de wensen niet-stemmers goed in beeld te krijgen, zegt Vollaard. ‘Een kwart van de kiezers zegt niet goed op de hoogte te zijn van politiek in de gemeente. Bij niet-stemmers is dat de helft. Ook voor stemmers heb je dus nog wat uit te leggen. Ga dus eens kijken wat dit nou betekent.’ Hij ziet daarbij bij de PVV-, FvD- en D66-stemmers ook een stem tegen en voor het kabinet. ‘Ongeveer 70 procent van de PVV- en Forum-stemmers willen stemmen tegen het kabinet. Dat is duidelijk een andere motivatie dan bij stemmers op lokale partijen. Die mensen denken: zij weten tenminste wat er lokaal leeft. Daar speelde de mening over het kabinet dus veel minder een rol.’
Forum trekt thuisblijvers
De opkomst maakt uit voor de uitslag. Is de opkomst lager, dan hebben de traditionele middenpartijen daar doorgaans baat bij, weet Van Zuydam. ‘Zij hebben vaker een vaste achterban die stemmen als een plicht ziet. Het CDA heeft daar bijvoorbeeld baat bij. Nu is dat iets minder het geval dan vier jaar geleden. Partijen als Forum doen nu in meer gemeenten mee. Zij trekken kiezers die eerder ofwel lokaal stemden ofwel thuisbleven. Dat doet wel iets met opkomst en dus de uitslag.’
Partijen met protestkarakter
Lokale partijen gedijen bij lokale kwesties, zoals de komst van een azc, het openhouden van bepaalde voorzieningen of de ‘levendigheid’ in de gemeente. ‘Vaker hebben deze partijen dan ook een protestkarakter’. Van Zuydam wordt wel gevraagd of lokale partijen naar rechts opschuiven. ‘Dat is niet zo makkelijk te zeggen. Onder lokale partijen bestaat een enorme diversiteit, die vooral hun lokalisme met elkaar gemeen hebben. Ze problematiseren een lokaal issue. Nu is dat bijvoorbeeld asielopvang, wat een meer rechts-conservatieve invulling krijgt. Maar dat kan over een paar jaar ook weer iets heel anders zijn.’
Resultaten boeken
Een evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 liet zien dat het bevorderen van de opkomst een kwestie van lange adem is, sluit Vollaard af. ‘Je hebt in drie weken campagne niet meteen een burgerplicht gecreëerd of het vertrouwen teruggewonnen.’ Je moet als gemeente wel opkomstbevorderende maatregelen nemen, omdat je mensen over verkiezingen moet informeren, maar dat effect is relatief beperkt, vertelt Vollaard. ‘Je moet je dus ook niet al te zeer laten leiden door de hoogte van de opkomst, maar door de ongelijkheid in de opkomst. Wil je een hogere opkomst omhoog, dan moet je een opkomstplicht invoeren of de verkiezingen tegelijk houden met de Tweede Kamerverkiezingen. Uiteindelijk gaat het om de relatie met de inwoners en om hun vertrouwen. Dat is nu minder, omdat de gemeente geen resultaten zou boeken. Dat is lastig, want financieel en op personeel vlak hebben gemeenten het niet gemakkelijk.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.