Het wemelt in Nederland van de regio’s, zoals veiligheidsregio’s, onderwijsregio’s, arbeidsmarktregio’s, zorgkantoorregio’s, regio’s voor de uitvoering van het Integraal Zorgakkoord, acute zorgregio’s, GGD-regio’s en regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV). En de regionalisering gaat door: het kabinet-Jetten wil ook regionale innovatieclusters, nucleaire energieregio’s en regionale grondbanken opzetten. Maar wie bewaakt in de wirwar aan regio’s dat de uiteenlopende belangen van inwoners, patiënten, leerlingen en werkzoekenden centraal staan? Onze volksvertegenwoordigers moeten voorkomen dat de democratie verder verdampt door regionalisering. Tweede Kamerleden moeten daarom eisen dat inwoners zelf of democratisch gelegitimeerde vertegenwoordigers de beleidskoers van regio’s bepalen.
Kamerleden: maak regio’s van en voor de inwoners
De groei van regio’s bemoeilijkt democratische controle. Inwoners en hun vertegenwoordigers moeten de koers bepalen.
Onze volksvertegenwoordigers moeten voorkomen dat de democratie verder verdampt door regionalisering
Regionale samenwerkingsverbanden bevinden zich doorgaans tussen gemeenten en provincies. Ze overlappen elkaar deels, ook inhoudelijk, maar hun grenzen vallen niet altijd samen. Een deel is opgericht op initiatief van gemeenten, provincies en waterschappen. Een ander deel is afgedwongen door het Rijk, zoals de veiligheidsregio’s en binnenkort de jeugdzorgregio’s. Daarnaast ontstaan ze uit samenwerking tussen overheden en allerlei veldpartijen, zoals onderwijsinstellingen, zorgverzekeraars, ziekenhuizen en huisartsen, regelmatig met steun van vakdepartementen.
Een belangrijke aanleiding voor de vorming van regio’s is het doorbreken van beleidsverkokering. Ieder beleidsterrein kent eigen regels, prioriteiten en werkwijzen, en die sluiten niet altijd op elkaar aan. Zo vraagt de aanpak van situaties met onbegrepen gedrag om nauwe samenwerking tussen politie, ggz-instellingen, woningcorporaties en welzijnsorganisaties. Dat kan voorkomen dat mensen de weg kwijtraken in de veelheid aan loketten per beleidsonderwerp. Die samenwerkingsverbanden zijn echter zonder veel nadenken in regio’s georganiseerd.
Regionalisering gaat gepaard met een enorme overlegdrukte tussen professionals, bestuurders en beleidsmakers, omdat afspraken vaak niet afdwingbaar zijn, projectgeld van vakdepartementen slechts een tijdelijke stimulans vormt en betrokken organisaties vooral individueel verantwoording moeten afleggen. Bij die overlegdrukte dringt de vraag zich echter steeds nadrukkelijker op waar de inwoners en hun belangen zijn gebleven: wie verwoordt in het onnavolgbare web van regionale samenwerkingsverbanden welke zorg, hulp of welk onderwijs mensen nodig hebben? Wie bewaakt de rechtmatige besteding van premie- en belastinggeld? Soms mogen inwoners participeren. Maar daarmee is er nog geen gedegen afweging van alle, soms botsende belangen van betrokkenen.
Op dit moment weten we onvoldoende of al die regionale samenwerkingsverbanden wel zo effectief zijn als in beleidskamers wordt gehoopt. Wat we wel weten, is dat de wirwar aan regio’s het zicht op de belangenafweging, de inzet van onze publieke middelen en de publieke dienstverlening vertroebelt. Dat maakt het voor Kamerleden en decentrale volksvertegenwoordigers moeilijk om hun vertegenwoordigende, beleidsbepalende en controlerende taken uit te oefenen. Volksvertegenwoordigers zijn gekozen om namens inwoners te bepalen wat nodig is voor die inwoners, of ze nu patiënt, leerling, werkzoekende of iets anders zijn, en om hun belangen zorgvuldig tegen elkaar af te wegen. Daarnaast zien ze toe op een juiste besteding van publiek geld. Die verantwoordelijkheden mogen niet verdwijnen achter een steeds ingewikkelder web van regionale samenwerkingsverbanden.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft afgelopen zomer een beoordelingskader voor regionalisering gepresenteerd voor de vakdepartementen. Maar dat kader richt zich op toekomstige samenwerkingsverbanden. Het punt is dat in de vele bestaande regio’s niet gegarandeerd is dat de belangen van inwoners bepalend zijn. Daarom doen wij een appèl op Tweede Kamerleden: eis van het kabinet, bij de begrotingsbehandelingen over bijvoorbeeld zorg en onderwijs, dat inwoners zelf of hun volksvertegenwoordigers in elke regio na een zorgvuldige belangenafweging de beleidskoers kunnen bepalen en kunnen controleren of de publieke dienstverlening ten dienste staat van inwoners.
Juist nu er zoveel zorgen zijn over de democratische rechtsstaat, is het extra schrijnend dat vakdepartementen daar zo weinig aandacht voor hebben bij hun regionaliseringsplannen. Als democratisch gekozen volksvertegenwoordigers zouden Kamerleden de eersten moeten zijn om alsnog al die regionale samenwerkingsverbanden van en voor inwoners te maken.
Dr. Oemar van der Woerd (Erasmus Universiteit Rotterdam) onderzoekt regionalisering in de zorg.
Dr. Hans Vollaard (Universiteit Utrecht) onderzoekt democratie in het decentraal bestuur.
Prof. dr. Hester van de Bovenkamp (Erasmus Universiteit Rotterdam) onderzoekt vertegenwoordiging en participatie van patiënten.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.