Uit twee vrijgegeven rapporten over de eind januari opgestapte wethouders Dennis Grimbergen (VVD) en Annemiek Messelink-Dijkstra (InwonersPartij) van de gemeente Lelystad doemt een beeld op van hun ongewenste en intimiderende gedrag richting ambtenaren, al zien zij dat zelf anders.
Harde conclusies over opgestapte wethouders Lelystad
In twee gepubliceerde integriteitsrapporten komen twee al opgestapte wethouders van Lelystad er niet goed af, al zien zij alles anders.
Beide wethouders opgestapt
Beide wethouders stapten destijds op na een urenlang en fel debat in de gemeenteraad, omdat tegen beiden een motie van wantrouwen boven de markt hing vanwege hun rol in de oplopende spanningen binnen de ambtelijke organisatie. Aanleiding voor het debat was de onrust die ontstond, nadat het college opdracht had gegeven tot een extern onderzoek naar het functioneren van de ambtelijke organisatie. De crisis werd verder verdiept door het bekend worden van een lopend integriteitsonderzoek naar de twee vertrokken wethouders. De opdrachtgever was burgemeester Mieke Baltus. De raad kreeg de rapporten een maand geleden al te zien en besloten tot het openbaren ervan.
Ongewenst en intimiderend
De onderzoekers van Necker concluderen dat er concrete gedragingen zijn geweest van beide wethouders die door melders als ongewenst, grensoverschrijdend of intimiderend zijn ervaren. Zo zijn er voorbeelden dat Messelink-Dijkstra boos zou zijn geworden of haar stem zou hebben verheven. Ook zou zij hebben geuit dat zij wordt tegengewerkt en ondermijnd en sprak zij negatief over de professionaliteit van bestuurders en ambtenaren. Zij zou de enige zijn met kennis van zaken en duidelijk maken dat ‘zij de baas is’.
Aanvullende signalen
Uit het wederhoor van Messelink-Dijkstra in het rapport blijkt dat zij zich niet herkent in de genoemde ervaren gedragingen. De context zou zijn verdraaid of ze vindt dat de voorbeelden feitelijk niet kloppen. De onderzoekers van Necker lezen in haar reactie echter ‘aanvullende signalen die in lijn zijn met het gedrag zoals omschreven door de melders’. Negatieve kwalificaties over individuele ambtenaren en beschuldigingen die niet ter zake doen worden geuit net als dat het eigen gelijk ten opzichte van de ander wordt bepleit.
Er is geen sprake van een werkomgeving waarin melders zich vrij en gerespecteerd voelen
Onveilige werkomgeving
De onderzoekers concluderen verder dat de ervaren gedragingen en voorbeelden die de melders omschrijven, leiden tot een onveilige werkomgeving voor hen. ‘Er is geen sprake van een werkomgeving waarin melders zich vrij en gerespecteerd voelen.’ Volgens Messelink-Dijkstra was er (al) sprake van verstoorde verhoudingen. Ze geeft ook voorbeelden van gedrag van ambtenaren die juist de werkomgeving van bestuurders negatief beïnvloedde. Toch zien de Necker-onderzoekers geen initiatief of gedrag bij de wethouder, die toch verantwoordelijk is, om de werkverhoudingen te normaliseren. Ze kiest de aanval en haar inzet is erop gericht om de ander in diskrediet te brengen.
Dreigend taalgebruik
Ook over Grimbergen zijn de conclusies niet mals. Hij zou volgens de melders negatief spreken over ambtenaren richting medebestuurders, ambtenaren of externen en een bijnaam hanteren voor de gemeentesecretaris (‘Clara in plaats van ‘Carla’). Ook zou hij boos of agressief weglopen uit gesprekken, uitspraken doen over het ontslaan van medewerkers en dreigend taalgebruik hanteren over wat er zou gebeuren als hij zou vertrekken. Net als Messelink-Dijkstra herkent Grimbergen zich niet in deze ervaren gedragingen om dezelfde redenen als zij. Hierin zien de onderzoekers ook ‘aanvullende signalen’ die te lezen zijn als in lijn met zijn omschreven gedrag door de melders. Ook wat betreft de onveilige werkomgeving gaan dezelfde conclusies voor Grimbergen als bij Messelink-Dijkstra.
Problematiek aangewakkerd
Op basis van het onderzoek blijken er volgens Necker geen concrete gevallen waarin wethouder Grimbergen oneigenlijk zou hebben gedreigd met ontslag. Wel gaf hij in zijn handelen het signaal richting de organisatie en herhaaldelijk richting specifieke personen binnen de organisatie, dat zij slecht functioneerde(n). De impact van het gedrag van Grimbergen was groot op het functioneren en de professionele onafhankelijkheid, aldus de onderzoekers. ‘Op basis van gesprekken blijkt dat ambtenaren zich geremd voelden om de wethouder tegen te spreken of om zich uit te spreken.’ Ook constateren de onderzoekers dat Grimbergen vanuit zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid geen bijdrage heeft geleverd aan verbetering, ‘omdat hij de problematiek niet heeft gedempt, maar verder heeft aangewakkerd, hij heeft het nagelaten om positief te stimuleren en om personen op sleutelposities te versterken’.
Oneigenlijk gebruik
Messelink-Dijkstra gaf soms de indruk aan ambtenaren buiten de reguliere procedures te willen werken. Ze geven voorbeelden van inhuur van externen en het aannamebeleid van de gemeente. ‘Messelink-Dijkstra bemoeit zich oр die momenten direct met de inhuur of aannameprocessen, laat ambtenaren weten dat zij daartoe als wethouder in haar recht staat en grijpt in gevallen zelfs direct in door personen in te schakelen en/of in te laten huren.’ De onderzoekers vinden het aannemelijk dat Messelink-Dijkstra toen ‘oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van haar positie als wethouder, onterecht directe bemoeienis heeft gehad bij de inhuur, inschakeling of aanname van medewerkers en verantwoordelijke ambtenaren daarbij heeft gepasseerd, buitenspel heeft gezet en in gevallen heeft geschoffeerd’.
Daarbij stellen de onderzoekers dat, net als Grimbergen, ook Messelink-Dijkstra manipulatief gedrag heeft vertoond
Ambtenaren buitengesloten
Ook de besluiten rondom de mandaten voor de uitvoering van de jeugdwet kunnen volgens de onderzoekers in dit licht worden gezien. Uit alle meldingen blijkt dat zij zich actief heeft bemoeid met de relatie tussen de gemeente en Jeugd Lelystad (JEL). ‘Die uit zich in een directe betrokkenheid bij de afhandeling van casussen en één-tweetjes tussen wethouder Messelink-Dijkstra en de directeur-bestuurder van JEL waar medewerkers buiten worden gehouden.’ Ook blokkeerde ze initiatieven van ambtenaren om kennis of informatie van JEL op te halen om casussen beter te kunnen afhandelen en initiatieven om het afhandelingsproces van casussen te verbeteren of te wijzigen.
Manipulatief gedrag
Verder liet ze in het herstructureren van het team jeugd twee medewerkers inhuren die leiding gingen geven aan het team jeugd, waarmee de teamleider van de gemeente en de directeur sociaal domein buitenspel werden gezet. Daarbij stellen de onderzoekers dat, net als Grimbergen, ook Messelink-Dijkstra manipulatief gedrag heeft vertoond ‘door mensen op momenten onder druk te zetten en een patroon te laten zien van negatief praten over personen in en buiten hun aanwezigheid’.
Kritische reflectie
Burgemeester Baltus, opdrachtgever van de integriteitsonderzoeken, prijst de melders voor het delen van hun signalen. ‘Dit heeft geleid tot conclusies die ik kan omarmen en richting geven aan noodzakelijke verbeteringen in onze bestuurs- en organisatiecultuur.’ Daarmee ontstaat volgens haar ‘ruimte om structurele maatregelen te treffen die niet alleen herhaling voorkomen, maar ook bijdragen aan een veilig, professioneel en normatief consistent bestuurlijk klimaat’. Tegelijkertijd vraagt het proces om een kritische reflectie, zegt ze in haar zienswijze op het rapport over Grimbergen. Ze herkent zich niet in het beeld dat in het wederhoor over de melders en meerdere betrokkenen wordt geschetst. ‘Het is van belang dat dergelijke beelden niet onbeproefd onderdeel worden van het bestuurlijke narratief.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.