Bijna 50 miljard euro zat in het het coronaherstelfonds voor verbetering van het openbaar bestuur. Maar leidde dat ook tot resultaten? Nauwelijks, zo blijkt een onderzoek van de Europese Rekenkamer (ERK).
De lidstaten blijken het geld voornamelijk te hebben aangewend voor digitalisering. Hardnekkige problemen met bestuurlijke capaciteit en gebrekkige samenwerking en aansturing bleven grotendeels liggen, concludeert de Rekenkamer.
EU-miljarden veranderen weinig aan hardnekkige bestuursproblemen
EU-miljarden voor beter openbaar bestuur leveren weinig op. Lidstaten kiezen voor digitalisering en laten structurele problemen liggen.
De ERK onderzocht 235 maatregelen in 15 lidstaten. Van de onderzochte maatregelen leverde slechts 36 procent duidelijk meetbare resultaten op. Bij de overige maatregelen zagen de onderzoekers beperkte resultaten of ontbrak bewijs van verbeteringen. Bovendien ontbreken vaak geschikte meetinstrumenten om vast te stellen of burgers en bedrijven daadwerkelijk beter worden geholpen.
Snel uitvoerbaar
De herstel- en veerkrachtfacliliteit (RRF), beter bekend onder de naam coronaherstelfonds, bevat in totaal 577 miljard euro. Het is een tijdelijk financieel instrument van de Europese Unie dat in 2020 is opgericht om de economie en de maatschappij van EU-lidstaten te helpen herstellen van de coronacrisis
Voor maatregelen rond verbetering van het openbaar bestuur is vanuit het fonds 49,1 miljard euro beschikbaar, 8,5 procent van het totale fonds. Het geld moet onder meer bijdragen aan betere overheidsdiensten en het aanpakken van bestuurlijke tekortkomingen die de EU eerder bij lidstaten signaleerde.
Doordat het fonds een beperkte looptijd heeft - het fonds loopt af aan het einde van 2026 – kozen veel lidstaten ervoor relatief snel uitvoerbare maatregelen te nemen. Dat leidde er onder meer toe dat relatief snel uitvoerbare maatregelen, zoals op het gebied van digitalisering, voorrang kreeg boven ingewikkelde hervormingen die om langdurige veranderingen binnen overheidsorganisaties vragen. Structurele problemen zijn daardoor een stuk minder aangepakt.
Geen van de onderzochte aanbevelingen voor het openbaar bestuur werd volledig opgevolgd. Ruim een derde werd voor een groot deel aangepakt, meer dan de helft slechts in beperkte mate. Bij aanbevelingen over bestuurlijke aansturing en inrichting lag het aandeel dat grotendeels werd aangepakt op slechts 14 procent.
Nederland buiten hoofdonderzoek
De Europese Rekenkamer nam 15 landen expliciet onder de loep. Hoewel Nederland wel in het algemene onderzoek werd meegenomen, werd ons land niet afzonderlijk beoordeeld op de resultaten van het herstelplan op het Nederlandse openbaar bestuur. Wel vermeldt het rapport dat in het Nederlandse herstelplan 93,5 miljoen euro is toegerekend aan maatregelen rond openbaar bestuur
Jarenlange kritiek
De Europese Rekenkamer zet aljarenlang vraagtekens bij de controle op het coronaherstelfonds. In maart 2023 waarschuwde de ERK voor tekortkomingen in het controlesysteem. De Europese Commissie controleerde vooral of afgesproken mijlpalen en doelen waren gehaald, zonder voldoende zekerheid over de naleving van andere Europese en nationale regels. Later dat jaar constateerde de Rekenkamer dat ook het meten van de effectiviteit tekortschiet. De voortgang van projecten was wel te volgen, maar hun daadwerkelijke bijdrage aan de fondsdoelstellingen onvoldoende.
In maart 2025 had de Rekenkamer opnieuw kritiek op de controle, met name op aanbestedingen en staatssteun. Een maand later bleek dat ook digitaliseringsinvesteringen onvoldoende aansloten op de belangrijkste behoeften. Bovendien liepen veel onderzochte maatregelen vertraging op.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.