Door de onrust in de wereld loopt de rente op. Gratis geld is er niet meer, ook voor gemeenten niet. En dat terwijl de opgaven groeien én er nog een ravijn wacht. ‘Rente is niet langer een marginale post.’
Stijgende rente remt ambities van gemeenten
Door de onrust in de wereld loopt de rente op. Gratis geld is er niet meer, ook voor gemeenten niet.
Overheid voelt gevolgen wereldwijde onzekerheid
Door de onzekerheid in de wereld, loopt de rente op de kapitaalmarkt snel op. Ook gemeenten voelen de stijgende rentelast in hun portemonnee. Juist nu er een ravijnjaar voor de deur staat, is dat een ontwikkeling die de ambities van de lokale overheden stevig kan beperken.
De Amerikaanse oorlog tegen Iran leidt tot een nieuwe verhoging van de rente. Voor de aanval bedroeg de rente op tienjaarsleningen nog 2,7 procent. Inmiddels bedraagt die rente ruim 3,6 procent. Kort voor de Russische inval in Oekraïne in 2022 was dat nog bijna 0 procent. De verwachting is niet dat de stijgingen zullen stoppen. ‘De financiering met overheidsschulden in de wereld leidt tot druk op de kapitaalmarkt en tot hogere inflatieverwachtingen. Dat zorgt allebei voor oplopende rentes’, zegt Chief Commercial Officer (CCO) Peter Nijsse van BNG.
Lasten verdubbelen
Dat heeft consequenties voor gemeenten die de kapitaalmarkt op moeten. Voor een lening van 100 miljoen euro, voor bijvoorbeeld de bouw van een nieuwe school, betekent dat een verdubbeling van de kosten, rekent Bart Blomjous van Deloitte voor. Gemeenten schrijven zo’n investering meestal in dertig jaar af: zo’n 3,3 miljoen euro per jaar. Bij de huidige rentestand komt daar in het eerste jaar nog 3,6 miljoen euro aan rente bovenop.’
Veel overheidsorganisaties staan daar niet bij stil, ziet Blomjous. Omdat de rente de afgelopen jaren historisch laag was, konden gemeenten praktisch gratis geld lenen. En de resultaten van de lokale overheden waren positief, onder meer omdat gemeenten niet al het rijksgeld op tijd op konden maken. Een deel van de bijdrage van het rijk is incidenteel en werd de afgelopen jaren pas gedurende het begrotingsjaar toegekend. En door personeelstekorten lukte het niet om projecten af te ronden. Daardoor hadden gemeenten moeite om geld uit te geven en hoefden ze minder te lenen.
Schuldenberg
Sinds 2019 is de gemeentelijke schuldenberg haast onveranderd. In dat jaar hadden de lokale overheden 39,7 miljard euro aan langlopende schulden uitstaan, zegt Blomjous. Eind vorig jaar was dat 39,2 miljard. De waarde van de bezittingen, zoals infrastructuur en vastgoed, steeg in dezelfde periode van 88 miljard naar 116 miljard euro. Blomjous: ‘De financiële positie van gemeenten is sterker dan ooit.’ Maar de tijden zijn veranderd. Gemeenten staan voor grote maatschappelijke uitdagingen, in de klimaataanpak, de woningbouw en de infrastructuur. En het ravijnjaar 2028 kruipt dichterbij.
De financiële positie van gemeenten is sterker dan ooit
Blomjous verwacht dat gemeenten de komende jaren meer moeten gaan lenen om al die ambities waar te maken. De hogere rentelasten zijn daarbij een ‘stille sluipmoordenaar’, zegt hij. Want miljoenen die nodig zijn om de oplopende rentelasten af te lossen, kunnen niet gebruikt worden voor andere doelen, zoals uitgaven aan de jeugdzorg, het overeind houden van het zwembad of de bibliotheek, of het onderhouden van sportvelden. ‘Rente is niet langer een marginale post’, zegt Blomjous, ‘maar wordt een factor van belang.’
Actiever
BNG, dat veel leningen verstrekt aan gemeenten, noemt de oplopende rente relevant voor gemeenten. Maar CCO Nijsse nuanceert de zorgen. Veel gemeenteleningen hebben een looptijd van tien tot vijftien jaar. ‘De verhogingen komen maar heel geleidelijk bij de uitgaande schuld terecht.’ Ook BNG verwacht dat gemeenten de komende jaren actiever worden op de kapitaalmarkt. ‘Maar in welke mate ze meer gaan lenen, hangt af van hoe de funding vanuit het rijk zich ontwikkelt,’ zegt Nijsse.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.