Zet Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen, en Paul Depla, burgemeester van Breda en voorzitter van het G40-stedennetwerk, bij elkaar om te reflecteren op het afgelopen jaar van ‘verzet’ en er ontstaat vanzelf een geanimeerd gesprek tussen de oud-studiegenoten. Komende zomer kennen ze elkaar veertig jaar.
Eerst het wat en dan het hoe
Dubbelinterview met burgemeesters Hubert Bruls en Paul Depla.
Dubbelinterview met burgemeesters Hubert Bruls en Paul Depla
Bruls en Depla studeerden in de jaren 80 politicologie in het toen nóg linksere Nijmegen. ‘Je was al verdacht als je lid was van een politieke partij’, vertelt Depla. Bruls: ‘Als je bij de PvdA zat, was je een cryptofascist!’ In 1984 werden ze als 18-jarigen dus tot elkaar veroordeeld, want zij waren allebei lid van een politieke partij. ‘Als enigen bij politicologie, dus dat resulteerde in samen veel papers schrijven’, herinnert Depla zich. Dat Bruls CDA-lid was, vonden ze in Nijmegen niet zo erg, weet hij. ‘Die linkse stromingen waren vooral heel erg met elkaar bezig.’ Depla viel het op dat Bruls toen al met een stropdas liep. ‘Welnee!’, reageert Bruls. ‘Ik droeg alleen een stropdas bij officiële gelegenheden.’ Er worden wat plaagstootjes uitgedeeld, maar de heren, die begin deze eeuw ook samen in het Nijmeegse college zaten, hebben mooie woorden voor elkaar over.
Ons eindejaarsnummer heeft als thema ‘Verzet’. Na een jaar van afnemende koopkracht, blokkades door klimaatactivisten, BBB als grote winnaar bij de Provinciale Statenverkiezingen, polarisatie rond het conflict Israël/Hamas en de winst van Wilders bij de Kamerverkiezingen is er groeiend verzet. Hoe ervaren jullie dit?
Bruls: ‘Verzet is vaak een teken van een aantal dingen die eronder liggen. Ik zou eerder spreken van onzekerheid en onbehagen. De wereld glipt mensen uit hun handen. Er ligt veel nadruk op zelfontwikkeling: je bent verantwoordelijk voor alles wat je overkomt, maar over veel dingen ga je niet; dat geeft onbehagen en uit zich in stemgedrag of verzet tegen de overheid. Ik vind het frappant dat er van links en rechts veel kritiek is op de overheid, maar dat de oplossing dan van diezelfde overheid moet komen. De wereld verandert heel snel. Ik denk dat dit ook de invloed is van globalisering en digitalisering. Het is meer dan “grenzen dicht”. Kijk naar de arbeidsmarkt: voor het eerst is er meer werk dan er mensen zijn. Als je verder vooruitkijkt, wordt dit alleen maar sterker.’
De overheid lijdt aan het Atlascomplex: wij regelen het wel
Paul Depla
Depla: ‘Inderdaad, het is onzekerheid die zich op verschillende manieren uit. Mensen staan steeds meer onder druk met allerlei zorgen, zoals over het klimaat dat hun kinderen en kleinkinderen raakt. Maar ook over hun buurten en wijken. Voel ik me hier thuis? En dan is er ook nog de inkomensonzekerheid. Mensen werken hard en lang, maar hebben het toch lastig om de eindjes aan elkaar te knopen. Cultureel en economisch voelen ze zich onvoldoende beschermd. Dat leidt tot teleurstelling.
En wie zijn daar de oorzaak van? De overheid en deels de boze buitenwereld. De overheid lijdt daarbij aan het Atlascomplex: wij regelen het wel, stellen we te vaak. Dat leidt tot teleurstelling, want je kunt het vaak niet waarmaken. De overheid is verlamd, levert niet meer. Pas dus op dat je alles naar je toetrekt als overheid. Ik zou zeggen: zoek het in minder afhankelijkheid van de overheid. We zijn de gemeenschappelijke verbanden grotendeels kwijtgeraakt. Bied als overheid de hulp om de publieke zaak vorm te geven.’
Spelen met vuur
Bruls wijst op de efficiëntie, ook in het verlenen van subsidies en bij uitkeringen, maar constateert dat het wantrouwen toch niet afneemt. ‘Dat is het gevaarlijke aan het hameren op de toeslagenaffaire. Als je de hele overheid op de brandstapel gooit, speel je met vuur. Als je zegt: alle overheidssectoren functioneren niet, dan suggereer je dat oplossing daar ligt. Maar de overheid is geen geluksmachine. Voldoende inkomensondersteuning is essentieel, maar de overheid kan nooit de hele samenleving dragen.’
De overheid kan nooit hele samenleving dragen
Hubert Bruls
‘Hubert gaat weer terug naar het corporatisme’, grinnikt Depla. ‘Het betekent niet dat de overheid geen betekenis meer heeft: de samenleving moet het doen, maar de overheid moet de samenleving in positie krijgen. De participatiesamenleving is er voor de versterking van de kracht in buurten en wijken, maar werd synoniem met de bezuinigingsoperatie.’
Durf vooral ook te zeggen dat je iets niet doet
Paul Depla
Depla merkt dat men in de politiek snel resultaten wil boeken. ‘Maar je moet een lange adem hebben, daar moeten we eerlijker in zijn.’ Als voorbeeld noemt hij de ‘Waalsprong’, waar Bruls en hijzelf in het college van Nijmegen begin deze eeuw al mee bezig waren. ‘Die is nog steeds niet af. Een brug bouwen duurt vijftien jaar. Nu suggereren we: we regelen het meteen, maar een vwo-diploma halen duurt ook zes jaar. We zetten onszelf steeds meer onder druk. Ik ben voor meer slow politics. Wees duidelijk wat je wel en niet kunt doen en durf vooral ook te zeggen dat je iets niet doet.’
Bruls: ‘Er zijn altijd keuzes, maar laat ook de dilemma’s zien. Mensen volgen je wel, omdat ze begrijpen dat er een afweging is. Ik denk dat je al een heel eind komt op basis van overtuigingen en het schetsen van het pad.’ ‘Maar wees authentiek’, vult Depla aan. ‘Het moet geen trucje zijn. Je moet kunnen relativeren. Jouw oplossing is niet de hemel op aarde. Ook aan onze voorstellen zitten haken en ogen. Uit angst voor kritiek maken bestuurders soms van elke oplossing een 10, terwijl het op zijn best een 7 of 8 is. Je moet ambitieus zijn, maar besef: je hebt anderen keihard nodig en iedere keuze vraagt offers. Neem dus de anderen mee, dan krijg je minder verzet.’
Keuzes maken
Maak weloverwogen keuzes, vindt Bruls. Als voorbeeld noemt hij het gevecht om de ruimte. ‘De woningdruk is enorm. Je gaat plannen maken, maar dan volgt meteen het verzet. Een grasveld verdwijnt en dan komt de aarzeling. Je moet uitleggen: als we niet voor woningen kiezen, kunnen jouw kinderen niet wonen en je kunt niet verhuizen. Wil je meer groen, dan zul je minder voor de auto moeten kiezen. Dat zijn dilemma’s. Je geeft jezelf als bestuurder dan ook meer ruimte.’
Depla: ‘Het is belangrijk om als overheid verbinding te blijven maken met groepen. Je zag dat in de coronatijd verwateren. Als je intrinsiek meer in je eigen ideeën gelooft en niet meer openstaat voor het andere perspectief, draag je bij aan polarisatie’. Bruls zat er destijds bovenop. ‘Corona was een expliciete crisissituatie. Dat blijf je dan doorvoeren als een mantra. Het is altijd een risico als een kleine groep besluiten neemt. Wij konden niet voorzien dat corona jaren zou duren.’
Welke weerslag heeft de sfeer van verzet en de verkiezingsuitslag op het (lokale) bestuur?
Depla: ‘In Breda stemde 20 procent op de PVV. Waar is die stem in de gemeenteraad? We moeten blijvend op zoek gaan naar de mensen, want anders raken we de verbinding kwijt. Hoe maak je verbinding met groepen die niet in lokale politiek zijn vertegenwoordigd?’
Bruls: ‘De PVV zit niet overal in de gemeenteraad. De nieuwe landelijke partijen, zoals NSC en BBB, zijn niet lokaal actief. Dat is interessant, want lokaal en landelijk zijn niet dezelfde partijen actief. Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan. Van een rechtstreeks lijntje naar Den Haag moet je het niet meer hebben. Met wie sluit Geert Wilders lokaal kort? De lijnen gaan anders lopen. Niet meer via de VNG, maar meer informeel.’
Depla: ‘Inderdaad, wat betekent de nieuwe koers? Welke relatie heb je ermee? We moeten het gesprek aangaan en elkaar leren kennen. Het nieuwe kabinet heeft ook recht en reden om successen te boeken. Welke rol spelen we daarbij als gemeenten? Hoe functioneert Nederland met elkaar? Een krachtig lokaal bestuur is belangrijk. Met de nieuwe kabinetsagenda zou dat best kunnen aansluiten.’
Blijven praten
Naast krachtig bestuur komt het ook aan op rustig handelen en ontspannen acteren, vindt Bruls. ‘Ik snap best de schrik na de uitslag. Maar we moeten ons niet laten verleiden in een frame van gepolariseerde delen van het land. De overeenkomsten zijn groter. In mijn Venlose tijd was ook niet heel Venlo een racistische anti-vreemdelingenstad. Als burgemeesters kunnen we hierin een rol spelen door met iedereen te blijven praten.’
Depla denkt dat het helpt dat burgemeesters niet gekozen zijn. ‘Als we als overheden niet meer met andersdenkenden communiceren, voeden we het onbehagen. Als overheid moet je de zorgen adresseren.’ Het rijk zal verbinding met het lokaal bestuur moeten maken. ‘Het is spannend hoe zij dat gaan doen. Zien ze het lokaal bestuur als de elite of als partners? Ik hoop op het laatste.’
De heren zijn het erover eens dat we moeten afstappen van het technocratische besturen. ‘Het moet meer politiek worden. Meer de wat-vraag in plaats van de hoe-vraag’, vindt Bruls. ‘Als je enkel “hoe” uitstraalt, ben je een koekjesfabriek. Ik wil het ook over het fruit hebben, en de soorten fruit. De waarden en normen zijn uit het debat verdwenen. Lokaal is dat nog sterker dan landelijk. De marges zijn dan ook smal, maar dan nog: het gaat om keuzes. Meer auto of meer groen? We kunnen dat zelf organiseren. In raadsvoorstellen zie je ook vaak meer “smart” denken in plaats van het “wat”. Het moet gaan over wat we belangrijk vinden waar het heengaat. Je moet je ook verantwoorden, maar doe dat in de goede volgorde. Eerst het wat en dan het hoe.’
Hoe zorgen bestuurders dat iedereen binnenboord blijft of de weg naar vertrouwen weer vindt?
Bruls: ‘Twee dingen: hard blijven werken om iedereen proberen te bereiken. En meer de bal terugleggen. Je bent er zelf bij. Je bent geen speelbal.’ Depla: ‘Hoe toegankelijk en open ben je? Als Hubert bij gedoe op een plein gaat staan, laat je zien dat je ervoor staat. Als mensen mij mailen, antwoord ik zelf. We hebben de politiek en de mensen van ons weggeorganiseerd. Dat krijgen we soms keihard terug.’

Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.