Het vertrouwen in de overheid staat onder druk. Lokaal vertaalt het zich in lage opkomstcijfers, beperkte betrokkenheid bij participatietrajecten en groeiende afstand tussen gemeenten en inwoners. Maar volgens Ellen Steijvers en Mees de Lind van Wijngaarden is de vertrouwensvraag binnen de overheid geen kwestie van sentiment, maar van handelen: hoe besluiten tot stand komen en hoe inwoners daarin worden meegenomen.
Bestuursvernieuwing begint bij de relatie
Het vertrouwen in de overheid staat onder druk.
De spanning binnen de overheid ontstaat doordat ambities zich opstapelen in een systeem dat daar steeds minder op is ingericht. Landelijke kaders worden vertaald naar lokale coalitieakkoorden, vaak aangevuld met extra beleidsdoelen. Ambtenaren zitten daardoor klem tussen systeem en leefwereld: zij moeten werken binnen regels en plannen die politiek wenselijk zijn, maar in de praktijk niet altijd werkbaar blijken. Bestuurders voelen zich verantwoordelijk voor steeds meer opgaven en bemoeien zich te direct met de uitvoering, terwijl ambtenaren hen juist wijzen op de grenzen van capaciteit, wetgeving en realiteit.
In veel gemeenten vertaalt dit alles zich in herkenbare patronen: inwoners haken af wanneer verwachtingen niet worden waargemaakt, ambtenaren raken overbelast en binnen de organisatie ontbreekt het aan een gezamenlijke richting. In zo’n praktijk wordt participatie iets wat je er achteraf nog bij doet. Het probleem is daarbij niet een gebrek aan inzet, maar een manier van organiseren die het moeilijk maakt om tot uitvoerbare keuzes te komen. Tegen deze achtergrond zoeken veel gemeenten naar nieuwe vormen van democratische betrokkenheid, bijvoorbeeld via de Omgevingswet, participatieverordeningen en burgerberaden. Dat gebeurt met de beste intenties.
Tegelijkertijd veranderen de dagelijkse manier van sturen, samenwerken en verantwoorden vaak niet mee. Vernieuwing krijgt vorm in instrumenten en procedures, maar dringt minder door tot hoe besluiten daadwerkelijk tot stand komen. Aan het begin van een nieuwe bestuurs - periode komt deze spanning scherp naar voren. Dit moment markeert een kruispunt: blijf je als gemeente werken vanuit bestaande structuren en reflexen, of creëer je ruimte voor een andere manier van organiseren en samenwerken om vertrouwen op te bouwen?
Verschuiving
Deze keuze kan de machtsverhouding fundamenteel veranderen: van sturen en ophalen naar gelijkwaardig samenwerken tussen gemeente, inwoners en maat schappelijke partners. Waar vertrouwen onder druk staat en systemen knellen, vraagt vernieuwing in gemeentelijke relaties om een andere manier van samenwerken. Niet beginnen bij structuren, plannen of politieke posities, maar bij de vraag wat in een concrete situatie nodig en mogelijk is om verder te komen. Co-creatie en afstemming vormen daarbij het vertrekpunt: eerst samen begrijpen wat er speelt voordat standpunten worden ingenomen of oplossingen worden vastgelegd. Die verschuiving is echter niet vanzelfsprekend.
Gemeentelijke organisaties zijn vooral ingericht op taakverdeling, domeinen en politieke sturing. Intensieve afstemming en gezamenlijk leren passen daar niet automatisch in. Tegelijkertijd vraagt samenwerking met inwoners tijd, vakmanschap en capaciteit, terwijl ambtenaren te maken hebben met hoge werkdruk, stapelende ambities en systemen die niet goed op elkaar aansluiten. Ook ontbreekt soms de ervaring om participatieprocessen zorgvuldig te begeleiden.
Bovendien schuurt het idee van samenspel regelmatig met de politieke realiteit. Bestuurders worden gekozen op vertegenwoordiging en profilering, niet op samenwerkingsvermogen. Verschillen van inzicht, partijpolitieke concurrentie en persoonlijke verhoudingen kunnen samenwerking vertragen of blokkeren. Relationele vernieuwing vraagt om helderheid: wie staat waar, wie heeft welke rol en verantwoordelijkheid en hoe organiseren we het gesprek daarover? In die constellatie zijn drie relaties doorslaggevend. De relatie tussen gemeente en burger is leidend; de relaties binnen het bestuur en tussen bestuur en ambtelijke organisatie maken het mogelijk om die eerste duurzaam te versterken
Voor inwoners is de gemeente één loket. Intern is dat zelden zo eenvoudig. Bij participatie, zorg, wonen en energietransitie wordt zichtbaar hoe groot die afstand soms is. Inwoners maken geen onderscheid tussen bestuur en ambtelijke organisatie en hebben geen zicht op de verschillende rollen, verantwoordelijkheden en belangen die intern spelen. Relationeel werken betekent dat kennis, ervaringen en perspectieven van inwoners vroegtijdig en serieus worden betrokken ter versterking van bestuurlijke afwegingen. Bestuurders blijven verantwoordelijk voor keuzes en voor de zorgvuldige besteding van publieke middelen en komen zo tot beter geïnformeerde en breder gedragen besluiten. Dat vraagt ook om een werkwijze die dit mogelijk maakt.
Duidelijkheid over wanneer inwoners worden betrokken, waarvoor hun inbreng telt en waar de grenzen liggen. In een wijk waar spanningen rond woningbouw opliepen, koos een gemeente er bijvoorbeeld voor om eerst met bewoners en ambtenaren een gezamenlijke probleemdefinitie te maken voordat ontwerpen werden uitgewerkt. Dat kostte tijd aan de voorkant, maar voorkwam escalatie en juridische procedures later. Vernieuwing in de relatie tussen bestuur en ambtelijke organisatie vraagt om het bewuster omgaan met verschillen in rollen en belangen. Raad, college en ambtenaren werken vanuit verschillende logica’s: politieke afweging, bestuurlijke besluitvorming en rechtmatige, uitvoerbare uitvoering. Het expliciet hanteren van die verschillen is cruciaal.
Dilemma’s
Steeds meer gemeenten erkennen deze verscheidenheid van logica’s en zoeken naar manieren om afstemming daartussen te versterken. In sommige gemeenten nemen beleidsmedewerkers bijvoorbeeld deel aan raadscommissies. Daardoor ontstaat meer gedeeld begrip van dilemma’s, worden grenzen eerder besproken en verloopt besluitvorming zorgvuldiger en voorspelbaarder. Ook bij acute druk helpt duidelijkheid vooraf. Bij politieke druk om snel maatwerk te leveren aan een kwetsbare groep, spreken college en ambtelijke top vooraf af welke ruimte er is, waar de grenzen liggen en hoe daar open over wordt gecommuniceerd. Dat voorkomt ad-hoc besluiten en maakt keuzes uitlegbaar. Dit vraagt van bestuurders: dilemma’s vroegtijdig delen, ambtelijk tegenspel uitnodigen en grenzen accepteren.
Van ambtenaren vraagt het: vakmanschap zichtbaar inzetten, helder adviseren en consequent uitleggen wat wel en niet kan. De kwaliteit van de relatie binnen het bestuur werkt direct door in de hele organisatie en naar buiten. Hoe raad en college omgaan met verschil, conflict en samenwerking bepaalt niet alleen de toon van het debat, maar ook de ruimte die ambtenaren ervaren om professioneel te handelen en het vertrouwen dat inwoners hebben in de gemeente. Dat vraagt om rolvastheid en om professionele onafhankelijkheid.
Het politieke systeem kent van nature competitie. Partijen profileren zich, standpunten verharden en het debat is vaak gericht op gelijk krijgen. Waar deze dynamiek leidend is, ontstaat afstand, vertraging en onduidelijkheid. Relationeel vernieuwend werken vraagt om een andere omgang met verschil: open, transparant en zonder informele achterkamers. Niet een raad die vooral controleert achteraf, maar een raad die eerder en inhoudelijker in gesprek gaat met college en organisatie.
Burgemeesters zijn geregeld gericht op het bewaren van rust
In dit samenspel vervult de burgemeester een essentiële rol als onafhankelijke hoeder van de democratie en de kwaliteit van het besluitvormingsproces. Dat vraagt om bewaken van spelregels en het benoemen en bespreekbaar maken van dilemma’s en spanningen. Deze rol wordt in de praktijk vaak onvolledig benut. Burgemeesters zijn geregeld gericht op het bewaren van rust, terwijl het benoemen van verschillen en spanningen nodig is om verder te komen.
Proceskwaliteit betekent hier: heldere probleemverkenning, expliciete dilemma’s, consistente keuzes en voorspelbaarheid over de termijn. Gemeenten die werken met raadsakkoorden laten zien dat dit mogelijk is. Wanneer de burgemeester een expliciet mandaat krijgt om als procesbewaker op te treden, voorkomt dat bestuurlijke escalatie, ontstaat er rust en worden besluiten voor inwoners beter uitlegbaar. Zo wordt proceskwaliteit een voorwaarde voor bestuurlijke geloofwaardigheid.
In veel gemeenten ontspoort samenwerking door de wijze van aansturing, verantwoording en bijsturing. Incidentgedreven sturing, afrekenen op resultaten terwijl uitkomsten onzeker zijn en participatie zonder mandaat zetten relaties onder druk. Bewuste keuzes in hoe sturing en verantwoording samenkomen zijn nodig omdat gemeenten werken met publieke middelen en wettelijke kaders.
Hiërarchisch
Gemeenten sturen nog veelal hiërarchisch. Dat werkt bij eenvoudige en routinematige taken, maar schiet tekort bij complexe maatschappelijke opgaven als wonen, energie en bestaanszekerheid. Hoewel er verschillende sturingsvormen voorhanden zijn, worden deze zelden bewust in samenhang ingezet. Terwijl die afweging bepalend is.
De gekozen sturingsvorm bepaalt hoeveel invloed inwoners hebben. Bij hiërarchische of marktgerichte sturing past vooral de onderkant van de participatieladder, zoals informeren en raadplegen. Bij netwerksturing en vormen van zelforganisatie hoort meer gedeelde zeggenschap. Denk aan co-creatie en meebeslissen. Een parkeervergunning vraagt om duidelijke regels; een energietransitie vraagt om betrokkenheid en eigenaarschap. Wanneer bestuur en ambtelijke organisatie hier afgestemde keuzes in maken, ontstaat helderheid en groeit vertrouwen.
Die keuzes zijn in de praktijk niet vanzelfsprekend. Gemeenten sturen tegelijk via politieke besluitvorming, ambtelijke uitvoering en wet- en regelgeving. De perspectieven verschillen vaak en daardoor kunnen ze elkaar tegenwerken. Dat vraagt om expliciete afstemming, een gedeelde taal over sturing en participatie, en investering in de kennis en kunde van ambtenaren. Relationeel vernieuwend samenwerken betekent werken van buiten naar binnen, vanuit wat er speelt in de leefwereld. Dat vraagt om andere spelregels: het hele systeem aan tafel, spanningsvelden en paradoxen expliciet benoemen, ruimte voor verschil en helderheid over mandaat en timing.
Relationele vernieuwing vraagt ook om anders verantwoorden. Niet alleen over wat is bereikt, maar ook over hoe besluiten tot stand zijn gekomen. Naast resultaten wordt daarom expliciet verantwoording afgelegd over welke belangen zijn meegewogen, welke dilemma’s zijn afgewogen en hoe inwoners passend zijn betrokken bij de gekozen vorm van sturing en participatie.
Het besluit telt, maar de weg ernaartoe bepaalt het vertrouwen
Verantwoording krijgt daarmee een dubbele invalshoek: rechtmatigheid en doelmatigheid blijven leidend, terwijl ook de kwaliteit van samenwerking en besluitvorming bespreekbaar wordt. Het besluit telt, maar de weg ernaartoe bepaalt in grote mate het vertrouwen.
Zo wordt vernieuwing geen optelsom van instrumenten, maar een samenhangende bestuurlijke praktijk waarin keuzes uitlegbaar zijn en samenwerking daadwerkelijk mogelijk wordt. Vertrouwen ontstaat niet waar alles lukt, maar waar het klopt in sturing, in samenwerking en in verantwoording.
Die vernieuwing vraagt van alle partijen – ambtenaren, betrokken bewoners, en raad en college in nieuwe samenstelling – om openheid en bereidheid om te veranderen. Dat betekent ook accepteren dat nieuwe verhoudingen zich niet in één keer uitkristalliseren, maar gaandeweg vorm krijgen.
Daarmee kan een nieuw fundament ontstaan voor vertrouwen. Gemeenten die deze weg inslaan, zullen meer samenhang, rust, handelingsruimte en betrokkenheid van alle partijen ervaren. Zoals filosoof Hannah Arendt stelde: ‘politiek ontstaat waar mensen samen spreken en handelen’. In die ontmoeting ligt de sleutel tot vertrouwen. De komende bestuursperiode zal laten zien welke gemeenten ruimte daarvoor durven maken, en welke blijven repareren binnen een systeemwereld die het vertrouwen al te lang onder druk zet.
Ellen Steijvers is antropologisch onderzoeker en veranderkundige, gespecialiseerd in governance, cultuur en samenwerking binnen gemeenten en andere publieke organisaties.
Mees de Lind van Wijngaarden is organisatie-adviseur en dialoogfacilitator bij onder meer gemeenten, gericht op duurzamer samenwerken en samenleven.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.